In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

vrijdag, januari 22, 2021

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

Home Jezus Jezus niet gestorven aan het kruis volgens de feiten in het Evangelie

Jezus niet gestorven aan het kruis volgens de feiten in het Evangelie

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Jezus is niet gestorven aan het kruis volgens de feiten in het Evangelie¹

– Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

In de Heilige Qor’aan wordt duidelijk verklaard dat Jezus slechts gezonden was tot de kinderen Israëls en derhalve een nationale, en geen wereldprofeet was.

Wij lezen namelijk in hoofdstuk 3, vers 50:

“En hij zal een boodschapper voor de kinderen Israëls zijn”.

Ook in het Evangelie zelf gaf Jezus zijn discipelen de uitdrukkelijke opdracht zijn boodschap alleen aan de Israëlieten te prediken.

Wij lezen in het Nieuwe Testament in Mattheüs 10:5-6 hierover:

“Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gebood hun: slaat niet de weg naar de heidenen in en treedt de steden van de Samaritanen niet binnen, maar gaat liever tot de verdwaalde schapen uit het huis van Israël”.

Men kan niet aanvoeren dat dit verbod alleen van kracht was gedurende het leven van Jezus en dat het de discipelen na zijn dood vrij zou staan, aan de naties van de wereld te prediken, want deze veronderstelling werd door het Evangelie zelf tegengesproken.

Wij lezen namelijk in Mattheüs 10:23:

“Als men u vervolgt in de ene stad, vlucht dan naar een andere. Voorwaar ik zeg u: gij zult de steden van Israël nog niet hebben afgereisd, wanneer de mensenzoon komt.”

Volgens dit vers worden de volgelingen van Jezus aangespoord hun prediking te beperken tot de kinderen Israëls tot aan de tijd van zijn tweede komst. Een zelfde aansporing treffen wij aan op verscheidene andere plaatsen in het Evangelie.

Alleen Mattheüs 28:19 zou anders kunnen worden uitgelegd. Dit vers luidt:

“Gaat dus heen, onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van de vader en van de zoon en van de Heilige Geest.”

Bij een nadere bestudering van dit vers blijkt echter dat ook hier de stammen van Israël worden bedoeld en niet alle volkeren en alle naties.

De discipelen begrepen deze opdracht ook in deze betekenis, want wij lezen in Handelingen 11:19:

“Intussen waren zij, die zich hadden verspreid om de vervolging, door het optreden van Stéfanus ontstaan, tot Fenicië, Cyprus en Antiochië doorgedrongen en hadden aan niemand het woord verkondigd dan aan de joden alleen”.

Ten aanzien van de kruisiging van Jezus lezen wij in de Heilige Qor’aan in hoofdstuk 4, vers 158: “En om hun zeggen:

“Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de Boodschapper van Allah gedood”, – maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem (ten dode), – doch het werd hun verward, en zij die hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er geen kennis van, doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem gewis niet.”

Hier wordt heel duidelijk verklaard dat Jezus niet stierf aan het kruis omdat als dit wel het geval zou zijn geweest, Jezus overeenkomstig Deut. 21:23 een vervloekingsdood zou zijn gestorven.

Dit wordt in dit Qor’aanvers dus ten stelligste ontkend. Volgens de Joodse wetten zou namelijk een valse profeet aan het kruis een vervloekingsdood sterven. De Heilige Qor’aan verklaart dat de kruisiging niet voltooid werd en dat Jezus levend van het kruis werd afgenomen. De Heilige Qor’aan ontkent niet het feit dat Jezus is gekruisigd, doch ontkent alleen dat hij aan het kruis is gestorven.

De verklaringen van dit Qor’aanvers worden gesteund door de volgende feiten die wij in het Evangelie aantreffen:

  1. Jezus had zelf zijn ontsnapping aan de kruisdood voorspeld, toen hij volgens Mattheüs 12:10 zei:
    “Want zoals Jonas drie dagen en drie nachten in de buik van de walvis was, zo zal ook de mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn.”
    Het is een geaccepteerd feit dat Jonas levend de buik van de walvis was binnengegaan en er ook levend was uitgekomen; dus volgens zijn eigen voorspelling zou Jezus het hart van de aarde, d.w.z. zijn graf, levend binnengaan en er ook levend weer uitkomen.
  2. Pilatus, die een gerechtelijk onderzoek deed naar de positie van Jezus, geloofde dat hij onschuldig was, en omdat Pilatus sympathiek tegenover Jezus stond wilde hij alles doen om zijn leven te redden. In het Evangelie treffen wij ten aanzien hiervan op verschillende plaatsen verslagen aan. Pilatus heeft hoogstwaarschijnlijk in het geheim getracht Jezus te redden of tenminste oogluikend toegestaan dat anderen dit probeerden te doen.
  3. De vrouw van Pilatus had een visioen betreffende de onschuld van Jezus.Wij lezen hierover in Mattheüs 27:19:
    “Terwijl hij daar op de rechterstoel zat, liet zijn vrouw hem zeggen: Bemoei u niet met deze rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om hem geleden.”
    Deze boodschap moet Pilatus zeker hebben beïnvloed, en zijn vrouw moet ook haar best hebben gedaan om Jezus te redden.
  4. Wij zien in Mattheüs 27:24 dat Pilatus het doden van Jezus zó verafschuwde dat hij zijn handen met water waste en zei dat hij onschuldig was aan het bloed van deze rechtvaardige man.
  5. Pilatus deed al hetgeen hij kon om Jezus te helpen en de soldaten die toezicht hielden behandelden Jezus ook met vriendelijkheid, klaarblijkelijk onder de instructies van Pilatus. Zo werd volgens Mattheüs 27:32 en Marcus 15:21 iemand anders belast met het dragen van het kruis, terwijl gewoonlijk iedere misdadiger zijn eigen kruis moest dragen. Ook werd Jezus wijn of azijn gemengd met mirre te drinken gegeven. Dit werd gedaan om hem minder gevoelig voor pijn te maken. De twee dieven die met hem werden gekruisigd kregen deze drank niet. Toen na enige tijd deze drank was uitgewerkt en Jezus het uitschreeuwde van de pijn, werd hem deze drank weer toegediend. Dit wordt bevestigd op verschillende plaatsen in het Evangelie.
  6. De bewusteloosheid die het gevolg was van het toedienen van deze drank werd voor de dood aangezien. Dit blijkt duidelijk uit Johannes 19:30.
  7. In Joh. 19:34 lezen wij:
    “Maar een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde en aanstonds vloeide er bloed uit en water.”
    Het is algemeen bekend dat als de dood intreedt de bloedsomloop stopt ten gevolge van het ophouden van de pompende werking van het hart. Het feit dat de bloedsomloop in het geval van Jezus nog plaatsvond toen men zijn zijde met een lans doorboorde, is een onomstotelijk bewijs dat hij nog leefde.
  8. Jezus bleef volgens Johannes 19:14 en Mattheüs 27:46 slechts ongeveer drie uur aan het kruis en volgens Markus 15:25,33 slechts zes uur en geen van deze perioden is lang genoeg om een jonge man zoals Jezus te doden.
  9. Toen Josef van Arimathea naar Pilatus ging om hem om het lichaam van Jezus te verzoeken, verbaasde Pilatus zich erover dat hij al zou zijn gestorven en ontbood volgens Marcus 15:44 de honderdman en vroeg hem of Jezus al enige tijd dood was.
  10. De soldaten braken volgens Johannes 19:32,33 niet de benen van Jezus, maar wèl de benen van de twee misdadigers die tegelijk met hem werden gekruisigd.
  11. Jezus werd niet met de twee misdadigers in de aarde begraven, maar werd afzonderlijk in een ruim graf gelegd dat in een rots was uitgehouwen en zich op privéterrein bevond. (Zie hiervoor Marcus 15:46 en Johannes 19:41,42)
  12. Uit Johannes 19:31 blijkt dat de Joden er zelf niet zeker van waren dat Jezus dood was, want zij bezochten Pilatus en verzochten hem dat de beenderen van Jezus moesten worden gebroken.
  13. De twijfel dat Jezus nog leefde en met behulp van sympathisanten uit het graf zou kunnen ontsnappen had bij de Joden postgevat. Zij herinnerden zich hierbij ook de profetie van Jezus dat hij het wonder van Jonas zou tonen en levend uit de aarde zou opstaan.Beïnvloed door deze ideeën gingen de hogepriesters en Farizeeën tezamen naar Pilatus en zeiden hem:
    “Wij herinneren ons dat deze bedrieger toen hij nog leefde, zei: “Na drie dagen zal ik weer opstaan.” Geef daarom opdracht dat het graf tot de derde dag wordt bewaakt.” Pilatus zei hem dat zij dit zelf moesten regelen. Hierop lieten zij het graf bewaken en verzegelden de sluitsteen.”(Zie hiervoor Mattheüs 27: 62-66).
  14. Ondanks de bewaking van het graf en ondanks de verzegeling van de steen had Jezus het graf verlaten voordat de derde dag was aangebroken toen Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jacobus, naar het graf gingen en zagen dat de steen was weggerold en het graf leeg was. Dit toont aan dat de mensen die de wacht moesten houden met de vrienden van Jezus samenwerkten en hiertoe door hen waren overgehaald. (Zie hiervoor Mattheüs 27; 62-66)
  15. Nadat hij het graf had verlaten trok Jezus in het geheim rond uit vrees dat de Joden hem weer zouden arresteren. (Dit zien wij in Marcus 16:12, Johannes 20:19,26 en 21:4)
  16. In Marcus 16:9 en :12, lezen wij dat Maria Magdalena en andere discipelen Jezus zagen in zijn stoffelijk lichaam.
  17. Jezus toonde hun zijn wonden om hun de verzekering te geven dat hij geen geest was, maar een mens van vlees en bloed en dat het lichaam dat zij voor zich zagen hetzelfde fysieke lichaam was dat aan het kruis was genageld. Dit lezen wij in Lucas 24:39 en 40 en Johannes 20:27)
  18. Nadat hij het graf had verlaten had Jezus honger en gebruikte tezamen met zijn discipelen voedsel. (Zie hiervoor Johannes 21:5,13 Lucas 24: 41-43)

Alle verwijzingen naar het Evangelie die ik hier heb gemaakt maken duidelijk dat Jezus niet aan het kruis is gestorven, dat hij leefde toen hij van het kruis werd genomen en in het graf werd gelegd, dat hij leefde toen hij op de derde dag vroeg in de morgen, zoals hij zelf had voorspeld, het graf verliet en dat hij later in het geheim aan zijn discipelen verscheen en hen de verzekering gaf dat hij niet dood was.

In Johannes 10:16 zegt Jezus:

“Ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapstal zijn. Ook hen moet ik leiden en zij zullen luisteren naar mijn stem. Dan zal het worden: één kudde, één herder.”

Met deze woorden verwijst hij klaarblijkelijk naar de verloren tien stammen van Israël die zich hadden verspreid in Afghanistan en Kashmir. Op zoek naar deze stammen ging Jezus naar het Oosten, na op een wonderbaarlijke wijze te zijn ontsnapt aan een vervloekingsdood aan het kruis, en hij ligt thans begraven temidden van deze stammen in de stad Srinagar in Kashmir. Overtuigend, historisch bewijs materiaal heeft vastgesteld dat de heilige die ligt begraven in het graf aan de Khan Yar straat in Srinagar niemand anders is dan Jezus, de zoon van Maria.

– De heer Abdul Hamid van der Velden

Meest gelezen

Wordt er in de Heilige Koran doodstraf voor ongeloof en afvalligheid voorgeschreven?

Naar aanleiding van het boek “Eindelijk vrij” van Asia Bibi en AnneIsabelle Tollet dat uit is gegeven in de maand februari 2020, heb ik...

Het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap verwelkomt de uitspraken van de Canadese Premier over de vrijheid van meningsuiting

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap verwelkomt en waardeert de recente uitspraken die gemaakt zijn door de Canadese Premier, Justin Trudeau over het belang van iemands...