In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

zaterdag, oktober 16, 2021

بِسْــــــــــــــــــمِ اﷲِالرَّحْمَنِ اارَّحِيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

Home Antwoorden op bezwaren Het ware gezicht van Mohammad

Het ware gezicht van Mohammad

08 april 2011

Reactie op ingezonden stuk van Geert Wilders over “We moeten Mohammed ontmaskeren” in HP/De Tijd, 1 april 2011

Door: Ahmad Said Ikhlaf en Ataul Latief Verhagen – Madjlis Sultan-ul-Qalam

Inleiding
Het is betreurenswaardig om te zien hoe sommige politici zoals Geert Wilders en vele arabisten, islamologen, historici, christelijke geestelijken en zogenaamde islamitische geleerden hun toevlucht zoeken tot bepaalde passages in de Heilige Koran door ze uit hun verband te rukken zonder aandacht te besteden aan de historische omstandigheden onder welke bepaalde verzen werden geopenbaard. Wilders heeft blijkbaar zelf de Koran niet (helemaal) gelezen, want hij verwijst vaak naar meningen van tegenstanders van de Islam. Het zonder nadenken en ongenuanceerd schrijven van dergelijke artikelen bevordert niet de integratie van Moslims. Het stigmatiseert en polariseert slechts en zet moeizaam verworven integratie terug. Als Wilders vragen heeft over de Koran kan hij bij ons terecht. Dit is vrijheid. De leider van de Partij voor de Vrijheid ontzegt zich echter deze vrijheid. Als parlementariër dient Geert Wilders zich te houden aan het principe van absolute rechtvaardigheid d.w.z. dat ieder besluit georiënteerd moet zijn in de richting van rechtvaardigheid en niet in de richting van bevooroordeelde, zelfzuchtige of partijgerichte motieven. Dat er helaas verkeerde handelingen worden verricht door vele moslims die in strijd zijn met de leerstellingen van de Islam en de praktijk van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) moet men niet aan deze religie toeschrijven. Mensen, zoals Geert Wilders moeten eerst bij zichzelf te rade gaan en de leerstellingen van verschillende religies goed onderzoeken en niet zomaar zonder feiten de Islam beschuldigen.

Valse beschuldigingen
Geert Wilders beweerde in zijn stuk van 1 april het ware gezicht van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) te laten zien. Als moslims willen wij echter duidelijk maken dat zijn stuk een aaneenschakeling was van valse beschuldigingen. Zo geeft Wilders in één zin twaalf uiterst grove maar onjuiste kwalificaties aan de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn). Het is vrijwel ondoenlijk om hier in een kort artikel volledig op te reageren.

Samengevat bekritiseert hij in zijn stuk het karakter van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) m.b.t. vrouwen, geweld, gewetensvrijheid, integriteit en zijn mentale gesteldheid, hoewel de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) op deze aspecten juist het toonbeeld van volmaaktheid was. Van sommige beschuldigingen noemt Wilders geen enkele bron en andere beschuldigingen doet hij op basis van een verzameling mondelinge overleveringen, die ongeveer tweehonderd jaar na het overlijden van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zijn opgeschreven. Tussen deze overleveringen bevinden zich dan ook diverse tegenstrijdigheden. Aangezien de Koran de hoogste autoriteit is binnen de Islam en de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) niets in tegenstrijd met de Heilige Koran kan hebben gezegd of gedaan, zijn de overleveringen die in strijd zijn met de Koran, dus vals.

Toen iemand aan Aisha, de getalenteerde vrouw van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), vroeg naar het karakter van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), antwoordde zij dan ook: “Zijn karakter is conform de Koran”.

Hieronder volgen enkele koranverzen die aantonen dat het karakter van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) precies tegengesteld is aan wat Wilders beweert.

O, gij die gelooft, het is u niet geoorloofd, vrouwen te erven tegen haar wil, noch moogt gij haar tegenhouden opdat gij een gedeelte van wat gij haar hebt gegeven, moogt terugnemen, tenzij zij schuldig zijn aan een schandelijk kwaad; en blijft met haar vriendelijk omgaan en als gij afkeer van haar hebt, kan het zijn, dat gij afkeer hebt van iets, waarin Allah veel goeds kan hebben gelegd (4:20).
Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt (16:91).
En doet de mensen in hetgeen hun toekomt niet te kort, noch handelt verderfelijk door onheil te stichten op aarde (26:184).
Zeg: “Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil.” (18:30)
En gij (de Heilige Profeet) staat zeker op hoog zedelijk peil (68:5)

Deze verzen zijn enkele van de vele bewijzen dat Wilders’ beschuldigingen vals zijn. In de rest van dit stuk wordt nader op de beschuldigingen ingegaan.

Gedrag tegenover vrouwen
Het eerste huwelijk van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) vond trouwens plaats toen hij 25 jaar was, met de rijke weduwe en vijftien jaar oudere Khadidja. Zij had al meerdere huwelijksaanzoeken afgewezen en zou dus niet zomaar iemand huwen die uit was op geld. Zij had de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) ten huwelijk gevraagd vanwege zijn integere en sympathieke reputatie. In eerste instantie weigerde de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), omdat hij haar te hoog gegrepen vond, maar na aandringen, stemde hij in. Toen zij hem na het huwelijk haar slaven en bezittingen aanbood, zei hij dat hij in dat geval alle slaven zou bevrijden en het merendeel van de rijkdom onder de armen zou verdelen en zo geschiedde het.

Toen de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) via de engel Gabriel de eerste openbaring ontving met de opdracht om Gods boodschap te verkondigen, maakte de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zich zorgen over deze zware verantwoordelijkheid. Het was Khadidja die als eerste in de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) geloofde. Niemand kan een man beter beoordelen dan zijn echtgenote en zij troostte hem door te zeggen dat aangezien hij zo goed was voor de medemens en de beste zedelijke eigenschappen toonde, God hem nooit zou verlaten. Illustrerend voor zijn liefde voor Khadidja was dat toen hij na haar dood was hertrouwd met Aisha, zij soms klaagde waarom hij het zo vaak over Khadidja had, waarop de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) antwoordde: “Jij weet niet hoe goed zij voor mij was”.

Huwelijk met Aisha
Wilders bekritiseert het feit dat de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) met de jonge Aisha was getrouwd. Haar exacte leeftijd is echter niet vast te stellen. De meningen hierover zijn zeer verdeeld. Men spreekt over een leeftijd van 12 jaar, 16 jaar, 21 jaar enz. Wat zeker is, is dat er eerst een huwelijk op papier plaatsvond en dat zij pas met de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) is gaan wonen toen zij volwassen was.

Het was haar vader Abu Bakr zelf die de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) op een gegeven moment erop wees dat zij volwassen was en bij hem hoorde te wonen. Kon haar vader dit beter beoordelen of Geert Wilders? Bovendien heeft Aisha na het overlijden van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) nog lang geleefd en altijd aangegeven dat haar gehuwde leven met de Heilige Profeet Mohammad de mooiste periode van haar leven was.

Toen later in het leven wederom rijkdom ten deel viel aan de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn), bleef hij toch in eenvoud, zelfdiscipline en zelfverloochening leven en het merendeel van zijn geld in liefdadigheid weggeven. Hij gaf zijn vrouwen toen de vrije keuze om hun voorbeeldige, eenvoudige leven met hem voort te zetten, of om van hem te scheiden en met rijkdommen te vertrekken om in luxe te kunnen leven. De Koran zegt hierover
O profeet! Zeg aan uw vrouwen, “Als gij het leven dezer wereld en zijn luister wenst, komt dan, ik zal u een geschenk geven en u op een grootmoedige manier vrij laten. Maar indien gij Allah en Zijn boodschapper en het tehuis van het Hiernamaals wenst, dan heeft Allah waarlijk voor degenen onder u die goed doen, een grote beloning.” (33:29,30).
Het feit dat zij allen voor het eerste kozen, toont aan hoe hoog zij de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) achtten.

Gedrag in oorlogstijd
De Islam heeft nooit tot geweld aangespoord, maar alleen tot vrede. Alle oorlogen die de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) en zijn volgelingen hebben gevoerd waren onvermijdelijke zelfverdedigingsoorlogen. Het was noodzakelijk de vijand te bestrijden ter verdediging van de vrijheid van het geweten en de vrijheid van het geloof. Dit zijn namelijk fundamentele rechten van de mens.

De Islam benadrukt vrijheid van godsdienst voor allen en laat het aan de mensen over de godsdienst van hun keuze te volgen. Hierover verklaart de Heilige Koran: Er is geen dwang in de godsdienst (2:257) en Voor u uw godsdienst, en voor mij mijn godsdienst (109:7). Dit zijn slechts enkele van de 400 verzen uit de Koran die duidelijk maken dat er volgens de Islam er geen dwang mag zijn in het geloof. (Muhammad Zafrullah Khan, Punishment of apostacy in Islam p.58, London Mosque)

De volgelingen van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) groeiden snel in aantal vanwege zijn uitnemende, aantrekkelijke en voorbeeldige karakter en de inherente schoonheid van de Islam. Nadat de leiders van de afgodendienaren beseften dat zij de discussie met de Moslims niet aankonden, probeerden zij de Moslims met geweld tot afgoderij te dwingen en dus niet andersom.

Vele onschuldige Moslim mannen en vrouwen werden vanwege hun geloof vervolgd, geboycot en vermoord. Dertien jaar lang heeft de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zijn volgelingen aangespoord om geweld niet te vergelden.
Hadden de Moslims zulke standvastigheid kunnen tonen als zij onder dwang waren bekeerd? Bovendien groeide de Islam sneller in vredestijd dan tijdens de onvermijdelijke zelfverdedigingsoorlogen. Zo groeide het aantal volgelingen van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) tijdens het tweejarige vredesverdrag van Hudaybiyya van 1500 tot 10.000. (Muhammad Zafrullah Khan, Muhammad: Seal of the prophets, Routledge & Kegan Paul, 1980).

Islam heeft vanaf het begin vrede, liefde, broederschap en tolerantie verkondigd. Het verwijt moet gaan naar degenen die zichzelf de volgelingen noemen van een bepaalde religie, maar in de praktijk de vreedzame leerstellingen van die religie hebben verworpen. Als hierdoor bepaalde mensen religie bekritiseren, waarom verwerpen ze dan de wetenschap en wetenschappelijke ontwikkeling ook niet om dezelfde reden, omdat dit heeft geresulteerd in de productie van massavernietigingswapens? De twee wereldoorlogen, etc. in Europa hadden niets te maken met religie. Al het bloed dat werd vergoten vloeide om zelfzuchtige, politieke en economische beweegredenen. We zouden dan kunnen zeggen dat we alles wat met politiek te maken heeft moeten opgeven, aangezien het leidt tot oorlogen.

De Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) heeft ook nooit een handelskaravaan aangevallen. Dit is weer zo’n valse beschuldiging.

Er wordt ook gezegd dat in de oorlog alles is toegestaan, maar bij de Slag van Badr toen de Moslims bij een waterbron hun tentenkamp opsloegen als een strategisch punt kwamen er enkele mensen van Quraish (het volk dat van plan was de moslims aan te vallen) langs om wat water te halen. Toen enkele metgezellen van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) hen tegenhielden het water te halen, riep de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zijn metgezellen terug en liet de mensen van Quraish toch water halen. De reden dat de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) dit deed was om de menselijke waarden hoog te houden.

Joodse stam Banu Quraiza
De moord op Joden waar de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) van wordt beschuldigd in het stuk van Wilders is ook onterecht. De Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) had een verdrag gesloten tussen de bevolkingsgroepen van Medina, waaronder de Joodse stam Banu Quraiza. Hierin stond dat zij samen zouden werken als Medina zou worden aangevallen. Toen Medina werd aangevallen, besloot deze stam echter met de agressors samen te werken tegen de moslims. Nadat deze aanval op wonderbaarlijke wijze was afgewend moesten deze verraders worden berecht (zoals na de Tweede Wereldoorlog de NSB’ers werden berecht). Deze stam werd gevraagd of zij het oordeel van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zouden accepteren die gebaseerd zou zijn op absolute rechtvaardigheid. Hij wilde hen slechts verbannen, maar zij weigerden dit en zeiden dat zij het oordeel van Sa’d bin Mu’adh, de leider van de ‘Aus’-stam, welke bondgenoot was van de Banu Quraiza, zouden accepteren. Sa’d bin Mu’adh oordeelde vervolgens over hen op basis van de Bijbel (Deut. 20:10-18), waarin staat:
Wanneer gij nadert tot een stad om tegen haar te strijden, zo zult gij haar den vrede toeroepen. En het zal geschieden, indien zij u vrede zal antwoorden, en u opendoen, zo zal al het volk, dat daarin gevonden wordt, u cijnsbaar zijn, en u dienen. Doch zo zij geen vrede met u zal maken, maar krijg tegen u voeren, zo zult gij haar belegeren.

En de HEERE, uw God, zal haar in uw hand geven; en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de scherpte des zwaards; Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij zult eten den buit uwer vijanden, dien u de HEERE, uw God, gegeven heeft. Alzo zult gij aan alle steden doen, die zeer verre van u zijn, die niet zijn van de steden dezer volken. Maar van de steden dezer volken, die u de HEERE, uw God, ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem heeft. Maar gij zult ze ganselijk verbannen: de Hethieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten, gelijk als u de HEERE, uw God, geboden heeft; Opdat zij ulieden niet leren te doen naar al hun gruwelen, die zij hun goden gedaan hebben, en gij zondigt tegen den HEERE, uw God.

Als er een wreedheid was begaan, was dat dus niet de schuld van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn).

Geen doodstraf voor afvalligheid
Verder wordt in het stuk beweerd dat de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) de doodstraf zou voorschrijven voor afvalligen. Vele verzen van de Koran en ook het leven van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) spreken dit tegen. Zo tekende de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) het verdrag van Hudaibiyya tussen de Moslims van Medina en de afgodendienaren van Mekka, waarin stond dat als een jonge man van Mekka zou besluiten zich aan te sluiten bij de moslims van Medina, dat hij zou worden teruggestuurd naar Mekka, maar als een jonge man van onder de moslims van Medina zich zou willen aansluiten bij de afgodendienaren van Mekka, dat hij niet zou worden teruggestuurd naar de moslims.

Toen de metgezellen van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) hem vroegen waarom hij akkoord ging met dit ogenschijnlijk vernederende verdrag antwoordde hij: “Iedereen die Moslim wordt, doet dit omdat hij de leerstellingen en gebruiken accepteert, zoals die zijn vastgelegd in de Islam. Hij wordt geen Moslim door zich bij een groep aan te sluiten of om hun gebruiken over te nemen. Een ware Moslim zal de boodschap van de Islam verspreiden waar hij ook gaat en zal als een instrument dienen om de Islam te verspreiden. Maar een man die de Islam opgeeft is van geen nut meer voor ons. Zodra hij niet langer meer vanuit zijn hart gelooft wat wij geloven, dan is hij niet langer meer één van ons. Het is dan beter dat hij ergens anders heen gaat.” (Hadrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad, Life of Muhammad, p. 196-197, First published by Islam International Publications LTD in UK in 1990, This edition 2005). Laat het iedereen duidelijk en helder zijn, dat Islam tegen de doodstraf is voor afvalligheid, ongeloof, Godslastering, overspel en homoseksualiteit. Zelfmoord, zelfmoordaanslagen en eerwraak zijn ook verboden in de Islam.

Integriteit
De Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) was uiterst integer. Voordat hij profeet was, had hij onder zijn volk al de bijnaam Al Amin (De Betrouwbare). Dit was niet anders in oorlogstijd. Een voorbeeld hiervan is dat gedurende de Slag van Khaibar er een herder langskwam met een kudde geiten die tot een Joodse man behoorde. Hij kwam in het gebied dat door de Moslims beheerd werd. Hij besloot de Islam te accepteren en hij wenste niet terug te gaan, echter vroeg hij de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) wat hij moest doen met de kudde geiten die behoorde tot de Joodse man. De Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zei hem de kudde geiten terug te sturen, omdat zij hun weg zelf terug zouden vinden en dit is precies hoe het gebeurde. (Hisham, deel 2, p. 191)

Mentale gesteldheid
Wilders beweert in zijn stuk dat de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) leed aan schizofrenie. Het is welbekend dat mensen met schizofrenie zich maatschappelijk terugtrekken en niet functioneren. Zo iemand kan niet 23 jaar lang een gemeenschap leiden en zo’n indruk maken op zijn volgelingen en uitgroeien tot de meest invloedrijke persoon uit de geschiedenis. Zo schrijft Michael Hart:

Mijn keuze voor Mohammed om de lijst aan te voeren van de meest invloedrijke personen in de geschiedenis zal sommige lezers misschien verbazen en anderen zullen er vraagtekens bij zetten. Maar hij was de enige persoon in de geschiedenis die volmaakt succes had op zowel het wereldse als het geestelijke vlak.(…)Waarschijnlijk is de invloed van Mohammed op de Islam groter dan de gezamenlijke invloed van Christus en Paulus op het christendom. Door deze ongeëvenaarde combinatie van wereldse en religieuze invloed meen ik dat Mohammed moet worden beschouwd als de meest invloedrijke persoon in de geschiedenis van de mensheid. (Michael Hart, The 100:A Ranking of the Most Influential Persons In History. New York,197).

Bovendien komen de visioenen van een geesteszieke niet uit, terwijl de voorspellingen van de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) uit zijn gekomen en nog steeds uitkomen.

Conclusie
De werkelijkheid is dat de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) verre staat van te worden gehaat. De werkelijkheid is dat Hij geliefd werd en altijd geliefd zal worden tot het eind van de mensheid. Hij was een ideaal voorbeeld en een uitstekende gids, die de gehele mensheid overtrof in de schitterende manier waarop hij de voorschriften naleefde, in schoonheid van geest en in schoonheid van ziel.

Voor meer informatie kunt u de website http://www.alislam.org/holyprophet/ bezoeken en daar is te lezen wat voor iemand de Heilige Profeet Mohammad (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) werkelijk was.

Madjlis Sultan-ul-Qalam is een afdeling binnen de Ahmadiyya Moslim Djamaat die tot taak heeft te reageren op onjuiste berichtgeving over de Islam en de goede inherente kwaliteiten van de Islam te belichten.

Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland
Mobarak Moskee
Oostduinlaan 79
2596 JJ Den Haag
Tel. 070 3245902
www.alislam.org
www.ahmadiyya-islam.nl
info@ahmadiyya-islam.nl

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”

Meest gelezen

Staat er in de Heilige Koran dat mannen hun vrouwen mogen slaan?

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle Staat er in de Heilige Koran dat mannen hun vrouwen mogen slaan?  De heer Youssef Ikhlaf en de...

Hoe verhoudt de Islam zich tot andere religies over vrouwenrechten?

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle Hoe verhoudt de Islam zich tot andere religies over vrouwenrechten? Youssef Ikhlaf Inleiding Over de positie van de...

De positie van de vrouw in de Islam

VOORWOORD In het Westen is het een gebruikelijke gedachte dat de Islam geen rekening houdt met de rechten en vrijheden van de vrouw. Dat de...

De plichten van de man en de vrouw

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحِيْمِ In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle  DE RECHTMATIGE PLICHTEN VAN DE MAN Hij zou de gevoeligheden van zijn vrouw moeten...