In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

zaterdag, oktober 16, 2021

بِسْــــــــــــــــــمِ اﷲِالرَّحْمَنِ اارَّحِيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

Home Antwoorden op bezwaren Aantijging over de Arabische uitspraken van de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim...

Aantijging over de Arabische uitspraken van de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap weerlegd

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Aantijging over de Arabische uitspraken van de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap weerlegd

 Perfecte recitatie van de Heilige Koran is geen vereiste van spirituele leiderschap

Door: Ahmad Said Ikhlaf en Youssef Ikhlaf

De heer Abdul Jabbar van de Ven schreef in een bericht op Facebook het volgende:

“Zie hier de leider van de Ahmadiyya, Mirza Masroor Ahmad, de “Khaliefat-oel-masieh” (zoals ze hem noemen), en hoe hij niet eens in staat is normaal een aayah uit de Qoer’aan op te lezen. Zie hoe hij letters compleet verkeerd uitspreekt en struikelt over ieder woord en verkeerde i’raab geeft aan woorden. Dit is de leider die de rest van zijn sekte de weg moet tonen… (Ja, ik zie ook wel dat de maker van deze video enkele fouten twee of drie keer herhaalt, maar dan nog).” (Facebook-groep Ottomanen Bijeen op 20 januari 2021)

In de afgelopen weken hebben verschillende tegenstanders onterechte bezwaren geuit tegen het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), en ook tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap zelf, waarbij ze beweren dat de Khalifa, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), niet voldoet aan hun vereisten voor Khilafat (Kalifaat) en kleinerende opmerkingen over hem hebben gemaakt. Een centraal argument van dergelijke tegenstanders, dat kenmerkend is voor de bezwaren tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in het algemeen, is dat het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), volgens de tegenstanders enige fouten vertoont in zijn uitspraak (Tajwīd) met betrekking tot de recitatie van de Heilige Koran. In werkelijkheid bewijst dit argument echter totaal niets anders dan het ego en de onwetendheid van degenen die deze bezwaren hebben geuit. Anderen verspreiden het gewoon blindelings verder. De aantijgingen van dergelijke mensen zijn niet alleen op onwaarheden berust, maar ook hun hele evaluatiemethode is in strijd met rechtvaardigheid, zoals dat gedefinieerd is door de Heilige Koran en de Ahadith. En daarom is het heel duidelijk dat de bezwaren die zij aantonen, de slechte toestand bewijst waarin zij zich zelf bevinden. De tegenstanders zijn altijd druk bezig om tegenstand te voeren tegen Islam Ahmadiyyat met valse bezwaren die zij blindelings kopiëren en verspreiden. Dit zijn de bezwaren die getuigen van bevooroordeeldheid en vooringenomenheid. Zo proberen ze op deze manier de perceptie van de werkelijkheid van mensen op een negatieve manier te verdraaien. Hierna gingen de heren Abdul Jabbar van de Ven en Muhammad Sheraz deze video verder verspreiden in een Facebook bericht.

Antwoorden op de bezwaren

[1] De heer Abdul-Jabbar van de Ven verwijst naar een link van een YouTube video met als titel ‘Mirza Masroor Qadiani (so called Khalifa) stuttering while reciting verse from Quran’. Deze You Tube video is door de tegenstanders duidelijk op een amateuristische manier bewerkt, waarin men een korte fragment eruit heeft geknipt en herhaaldelijk toont. In het korte fragment had de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap even moeite met reciteren omdat hij de kleine letters niet goed kon zien. Om kleinere letters te lezen gebruikt hij gewoonlijk een leesbril. De tegenstanders hebben deze YouTube video verspreid met de bewering dat de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap niet eens de Heilige Koran kan reciteren, en als hij het niet kan reciteren hij ook geen leider kan zijn. De tegenstanders vermelden verder geen bronvermelding van de originele Vrijdagpreek van het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), waarin hij de Arabische vers uit de Heilige Koran op een juiste manier reciteerde. Zij proberen op deze wijze de mensen te misleiden want zo worden mensen bewust verkeerd geïnformeerd. Wat zij hiermee ook doen is trachten te voorkomen dat mensen toegang krijgen tot betrouwbare en volledige informatie met bronvermeldingen van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Ondanks dit feit sluiten wereldwijd duizenden mensen zich elke jaar aan bij de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Waarom? Omdat deze Gemeenschap op een vreedzame manier, met bronvermeldingen, de ware leerstellingen van de Islam aan de gehele wereld toont, en het ware karakter, en de praktijk van de volmaakte meester Heilige Profeet Mohammed(s), Khātam-an-Nabiyyīn’ (Zegel der Profeten). Het motto van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is dan ook: “Liefde voor iedereen, haat voor niemand” en dit past de Gemeenschap in praktijk ook toe.

De Heilige Profeet Mohammed(s) heeft over de toestand van de Islam voorspeld waarin zulke tegenstanders zich bevinden. De Heilige Profeet Mohammed(s) zei: “Er zal een tijd komen waarin niets van de Islam zal overblijven behalve de naam ervan en niets zal overblijven van de Koran behalve de letters ervan. Hun moskeeën zullen vol zijn met aanbidders, maar voor wat betreft rechtschapenheid zullen zij leeg zijn en verlaten. Hun ‘Ulama zullen de slechtste schepselen zijn onder het firmament. Kwade plannen zullen door hen worden gemaakt en deze zullen zich uiteindelijk tegen hen richten”. (Mishkat-ul-Masabih, p. 38; Kanzul ‘Ummal, Vol. 6, p. 43)

De Moslims zullen zich in erbarmelijke toestand bevinden. Volgens de woorden van de Heilige Profeet Mohammad(s) zou de Islam erg zwak en arm worden in die tijd. Een aanzienlijke deel van de Moslims zouden volgelin­gen van de dajjal worden; een beeld van de zo vertrouwde onder­danigheid van de Moslim naties aan de westerse naties en westerse cultuur. Buitensporige liefde voor de wereld. De liefde van de Moslims voor het wereldse leven. Wereldse interesses, die eens een tweede plaats innamen worden nu boven het belang van de godsdienst gesteld door alle lagen van de Moslim bevolking, rijk, arm, geleerden, elite en onderontwikkelden.

Een teken (vermeld door Ibn Mard’waih volgens Ibn Abbas) is ook dat de tijd die de komst van de Beloofde Messias aangeeft gekenmerkt wordt door formele en uiterlijke eerbied voor het Heilige Boek die omgekeerd evenredig zal zijn met de aandacht die besteed wordt aan de betekenis en de boodschap ervan. Het Heilige Boek wordt tegenwoordig in fluweel verpakt bewaard, in goud en zilver, maar wordt zelden geopend voor zorgvuldige en ijverige studie.

In deze Hadith worden de woorden “Hun moskeeën” in plaats van “Mijn moskeeën” vermeld en ook “Hun ‘Ulama” in plaats van “Mijn ‘Ulama”. Waarom? Omdat de Heilige Profeet Mohammed(s) voorspelde dat de Moskeeën in de latere dagen, waarin de Moslims hun Salaat (de vijf dagelijkse gebeden) zullen verrichten, achteloos opzeggen of deze haastig verrichten. Het oppervlakkige gedeelte wordt veel meer benadrukt dan het wezenlijke en geestelijke waardoor hun harten leeg zijn van Taqwa (godvrezendheid). Vele Moslims zullen een obsessie hebben voor het versieren en verfraaien van hun Moskeeën, maar niet voor het vullen ervan met nederige gebeden. Hun moskeeën zullen niet de afspiegeling van de Moskeeën zijn zoals in de tijd van de Heilige Profeet Mohammed(s) en zijn metgezellen(ra) waarin zij hun nederige gebeden verrichten en een zeer hoge Taqwa hadden in hun harten en een relatie met Allah hadden ontwikkeld en oneindige zegeningen van Allah hadden ontvangen.

Een meerderheid onder de ‘Ulama en hun volgelingen reciteren de Heilige Koran in het Arabisch, maar begrijpen de essentie van de volmaakte leerstellingen van de Heilige Koran niet en handelen er ook niet naar. (Lees ook het boek “Uitnodiging tot Ahmadiyyat” (Da’watul-Amir) door het voormalige Hoofd van de internationale Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, de Tweede Khalifa (Kalief), Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad(ra) over de toestand van de Islam in de latere dagen)

In de Heilige Koran wordt ook het volgende vermeld over zowel de ‘Ulama als hun volgelingen die de Heilige Koran hebben verlaten: “En de boodschapper zal zeggen: O mijn Heer, mijn volk heeft deze Koran verzaakt!” (Heilige Koran: 25:31)

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as)  vermeldt in zijn boek “De zegeningen van het gebed” het volgende: … Er bestaat een unieke band tussen de Koran en een heldere, zuivere geest. Allah zegt: “Een beschermd Boek, dat niemand zal aanraken, behalve zij die zich louteren.” (De Heilige Koran: 56:80)

Dit betekent dat de waarheden van de Heilige Koran zich alleen onthullen aan hen die deze met een schoon, zuiver hart benaderen. (De zegeningen van het gebed door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), Pagina 13)

 In plaats van dat de hedendaagse ‘Ulama de mensen zouden moeten hervormen, veroorzaken velen onder hen fitna op aarde en hebben zij de meerderheid van de Moslims verder verdeeld door hen te misleiden en hen te gebruiken voor hun eigen gewin.

Verder waarschuwde de Heilige Profeet Mohammed(s) nog eens voor de hedendaagse Moslimgeleerden.

Abu Dhar al-Ghifari zei: “Ik was op een dag in de aanwezigheid van de Heilige Profeet Mohammed(s) en ik hoorde hem zeggen: Er is iets wat ik meer vrees voor mijn Ummah dan de Dajjal. Het was toen dat ik zo bang werd, dat ik vroeg: O Boodschapper van Allah! Wie is het dat u meer vreest voor uw Ummah dan de Dajjal? Hij (De Heilige Profeet Mohammed(s)) zei: Misleidende Imams/ De leiders (geleerden) die dwalen.” (Musnad Imam Ahmad ibn Hanbal (Hadith nummers 20335, 21334 en 21335)

Hoe waarachtig waren deze woorden van de Heilige Profeet Mohammed(s) en dat de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap hier meer dan 100 jaar getuige is van deze voorspellingen die uit zijn gekomen.

Men is getuige van de toestand van de Islamitische wereld waar alle mensenrechten geschonden worden in naam van Allah, omdat bijvoorbeeld het vers uit de Heilige Koran: “Er is geen dwang in religie…” (Heilige Koran 2:257) en ook deze vers: “…laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil…” (Heilige Koran 18:30) voor hen niet meer gelden. Het lijkt alsof de meerderheid van de ‘Ulama in de huidige tijd zich boven de autoriteit hebben geplaatst van de Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed(s). Dit is ongelukkigerwijs de toestand in deze tijd.

De Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de Beloofde Messias en Imam Mahdi(as) heeft in zijn boek “De filosofie van de Islamitische Leer” het volgende geschreven:

“De eerste bron, die de bron is van alle natuurlijke toestanden wordt door de Heilige Koran de “Nafsi Ammarah” genoemd, hetgeen betekent het innerlijk dat tot kwaad aanzet, omdat de Heilige Koran zegt: “…, want het menselijke “ik” spoort tot het kwade aan,…”.(Heilige Koran: 12:54) Dit betekent dat het karakteristiek is voor het menselijke “ik” dat dit de mens tot kwaad aanspoort en het bereiken van volmaaktheid en een morele toestand tegengaat en hem aanspoort tot onwenselijke en slechte wegen. Aldus is de geneigdheid tot kwaad en onmatigheid een menselijke toestand die de geest van iemand overheerst alvorens hij een morele toestand bereikt. Dit is de natuurlijke toestand van de mens zolang hij niet door rede en begrip wordt geleid, maar zijn natuurlijke aanleg volgt bij eten, drinken, slapen, waken, boosheid en provocatie, zoals bij dieren het geval is. Als iemand wordt geleid door rede en begrip, en zijn natuurlijke toestand onder controle brengt en op een juiste wijze ordent, houden deze drie toestanden,  zoals beschreven, op te behoren tot de categorieën van de natuurlijke toestanden, maar worden morele toestanden genoemd.” (De filosofie van de Islamitische Leer door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad van Qadian, Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap; Pagina 5 en 6; https://bieb.islamnu.nl/product/de-filosofie-van-de-islamitische-leer/ )

[2] Abu Jahl, een Mekkaanse stamhoofd en aartsvijand van de Heilige Profeet Mohammed(s), die zich vijandig opstelde tegen de Heilige Profeet Mohammed(s) sprak vloeiend Arabisch, maar hij heeft de Arabische taal van de Heilige Koran nooit kunnen begrijpen.

[3] Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) heeft de Heilige Koran op een juiste manier gereciteerd. Daarnaast is het bekend dat mensen die geen Arabieren zijn en dus geen Fusha-Arabische sprekers zijn geen ‘perfecte’ uitspraak hebben zoals een Arabier. Dat betekent niet dat hun uitspraak onjuist is. De uitspraak van het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) is juist. Men kan de juiste uitspraak van de letters in zijn recitatie horen. Bovendien is de uitspraak beter dan die van veel andere niet-Arabische sprekers, waaronder veel zogenaamde geleerden over de gehele wereld.

[4] Veel relevanter is het echter dat het voor iedereen met zelfs maar de geringste intelligentie, helderheid van perceptie of intellectuele eerlijkheid duidelijk moet zijn dat het ronduit absurd is om te zeggen dat de uitspraak perfect moet zijn als voorwaarde voor leiderschap. De uitspraak heeft helemaal niets te maken met of iemand een rechtmatige leider is of niet.

[5] Zelfs de vele Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s), die zelf van oorsprong Arabieren zijn en Fusha Arabische sprekers waren, hadden discussies over de uitspraak en hadden ook variaties in hun uitspraak, waarvan velen werden aanvaard door de Heilige Profeet Mohammed(s) zoals vermeldt in de Ahadith. Hoe kunnen zulke tegenstanders dan geloven dat de uitspraak een juiste voorwaarde voor waarachtigheid is, als er duidelijke verschillen in uitspraak waren onder zelfs de geliefde en verheven Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s)?

[6] Ook in verband hiermee zou het algemeen bekend moeten zijn dat Hazrat Bilal(ra), een geliefde Metgezel van de Heilige Profeet Mohammed(s), van Abessijnse afkomst was, het Arabische woord Ash-hadu (Ik getuig…) met een ‘s’ uitsprak in plaats van ‘sh’, omdat hij de letters “sh” niet kon uitspreken. Hij sprak dus het woord As-hadu (letter “s”)  in plaats van het Arabische woord Ash-hadu (letter “sh”) uit. De gelovigen van Medina lachten hem uit om zijn gebrekkige uitspraak. De Heilige Profeet Mohammed(s) wees hen terecht en vertelde hen hoe geliefd Hazrat Bilal(ra) was bij God vanwege zijn getoonde standvastigheid tijdens de Mekkaanse martelingen, toen Hazrat Bilal(ra) alleen met standvastigheid deze woorden antwoordde: “Ahad, Ahad … (God is Eén, God is Eén). Desondanks was het onze Heilige Meester, de Profeet Mohammed(s) zelf die deze Metgezel benoemde als de eerste Mu ‘azzin (= degene die de gelovigen oproept tot het gebed). Deze verklaring van de Heilige Profeet Mohammed(s) weerlegt volledig elk idee dat een perfecte uitspraak een geldig criterium moet zijn voor het beoordelen van een rechtmatige positie van leiderschap.

Dan zijn er kritische geluiden ten aanzien van de betrouwbaarheid van de bovengenoemde overlevering. Volgens de regels van de juristen is de overlevering niet authentiek. Echter hoeft dat niet per definitie te betekenen dat het niet waar was. Het is aannemelijk als juristen de overlevering classificeerden als Da‘if (zwak), maar onwaarschijnlijk als zij deze als mawdu‘ (gefabriceerd) bestempelden. De overlevering is niet in strijd met de Heilige Koran en Hazrat Bilal(ra) was van Abessijnse afkomst, daarom kan de overlevering niet als vals worden weggezet.

Daarnaast, alhoewel een meerderheid onder de juristen de overlevering als niet betrouwbaar achten, zijn er ook vrome geestelijke leiders geweest die de overlevering wel in hun boeken hebben vermeld, zoals:

  • Ibn al-Jawzi (overleden in het jaar 597 na Hijrah) schreef in zijn “Mir’at az-zaman fi tawarikh al-a’yan” dat Hisham ibn al-Kalbi (overleden in het jaar 204 na Hijrah) zei: “Het was gebruikelijk dat Bilal de Shin als sin verkeerd uitsprak.” (kana Bilalun yaqlibu sh-shina sinan). Hij schrijft ook de overlevering “De ‘sin’ van Bilal is voorzeker een ‘shin’ in de ogen van Allah” (Arabische transliteratie: inna sina Bilalin ‘inda llahi shinun) toe aan de Heilige Profeet Mohammed(s).
  • Fakhrud-Din ar-Razi (overleden in het jaar 606 na Hijrah) schijft de overlevering ook toe aan de Heilige Profeet Mohammed(sa) in zijn boek ‘Lawami’ al-bayyinat sharh asma’i llahi ta’ala wa-s-sifat’.
  • Ibn Qudamah al-Maqdisi (overleden in het jaar 620 na Hijrah) schreef in zijn boekwerk al-Mughni: “Er werd overleverd dat Bilal gewoonlijk ‘as-hadu’ zei (in plaats van Ash-hadu), hij maakte de ‘shin’ in ‘sin’.”(Arabische transliteratie: faqad ruwiya anna Bilalan kana yaqulu ashadu yaj’alu sh-shina sinan).

Het volgende citaat heeft betrekking tot een ander woord waarin Hazrat Bilal(ra) de hayya (حي) als hayya (هي) uitsprak:

  • Hazrat Jalalud-Din ar-Rumi (overleden in het jaar 672 na Hijrah) schreef in zijn Perzische Mathnawi, waarvan de Engelse vertaling is: “In de ogen van de Geliefde (Allah) is een fout die gemaakt wordt door zijn geliefden beter dan de juistheid (van uitspraak) van vreemden. De waarheidsgetrouwe Bilal sprak in de oproep tot gebed, die hij uitte met vurige gevoelens, de woorden hayya (حي) als hayya (هي). Derhalve zeiden (sommige mensen), “O Boodschapper (van Allah), deze fout (in uitspraak) is niet juist (niet toegestaan) in het beginjaren van de vorming van Islam. O Profeet en Boodschapper van de Schepper (Allah), stel een Mu’azzin in die de Adhan correcter kan uitspreken. In de beginjaren van de religie en vroomheid is het een schande om ‘hayya ‘alal-falah’ verkeerd uit te spreken. Het ongenoegen van de Profeet(s) bereikte een hoogtepunt, en hij gaf een of twee aanwijzingen van de verborgen gunsten (die God aan Bilal had geschonken), hij zei: “O (…) mensen, in Gods ogen is het (verkeerd uitgesproken) ‘Hayy’ (هي) van Bilal beter dan honderd ha’s en kha’s en beter dan andere woorden en zinnen.”

[7] Het zou ook voor elke Moslim duidelijk moeten zijn dat vele heilige Moslims (Bijvoorbeeld de Mujaddideen) in de geschiedenis van de Islam niet van oorsprong Fusha-Arabisch sprekers waren, erkend zijn door de meerderheid van de Moslims over de gehele wereld. Hebben de onvermijdelijke onvolkomenheden in de uitspraak van die heilige Moslims die van Oosterse, zoals Perzische en Indiase afkomst waren, hen dan minder godvrezend gemaakt of niet tot leiderschap in staat gesteld? Integendeel, zij waren een van de beste leiders in de geschiedenis van de Islam na het rechtgeleide Kalifaat.

Hazrat Abu Huraira(ra) verklaarde dat de boodschapper van Allah(s), zei:

“Waarlijk, Allah zal voor dit volk [de moslims] bij de wisseling van iedere eeuw iemand doen opstaan die hun godsdienst zal doen herleven”. (Abu Daud, Boek 38, Kitab al-Malahim [slagvelden], Nummer 4278)

[8] Profeet Mozes(as) verrichtte zelf een Du’a om Allah te vragen zijn uitdrukkingsvaardigheden te verbeteren. Bovendien getuigt de Heilige Koran zelf dat Profeet Mozes(as) moeite had met zijn uitdrukkingsvaardigheden. Zo’n grote wetdragende profeet, aan wie een belangrijk Goddelijk geschrift was verleend, worstelde met zijn uitspraak en was niet welsprekend, in de mate dat zijn gebed in de Heilige Koran staat. Hij heeft in deze bewoordingen tot Allah gebeden:

“Hij zeide: “Mijn Heer, verruim mijn borst, en maak mij mijn taak lichter, en ontdoe de knoop in mijn tong, opdat zij (de mensen) mijn woorden mogen verstaan” (Heilige Koran 20: 26-29).

Als de critici, die tegen de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap zijn, in de tijd van de Profeet Mozes(as) leefden, zouden zij zich dan ook onder die buitengewoon ongelukkige mensen hebben geschaard die zich tegen Profeet Mozes(as) hebben gekeerd die een boodschapper van God was? Hoogstwaarschijnlijk zouden zij dezelfde bezwaren hebben geuit tegen Profeet Mozes(as) en hem als een valse leider hebben bestempeld.

Deze critici zouden zich niet hoogmoedig, maar nederig moeten opstellen en Allah vrezen, want deze ongelukkige critici uiten zich zelfs met dezelfde bewoordingen als de Pharao over Profeet Mozes(as):

“En Pharao riep tot zijn volk: “O, mijn volk! Behoort het koninkrijk van Egypte niet aan mij toe? En stromen deze rivieren niet op mijn bevel? Kunt, gij dat niet inzien? Of ben ik niet beter dan deze onaanzienlijke man die zich nauwelijks kan uitdrukken?” (De Heilige Koran: 43:52-53)

[9] Het is inderdaad duidelijk dat zelfs de meerderheid van de Moslims over de gehele wereld geen Fusha-Arabische moedertaalsprekers zijn. Velen hebben een niet perfecte uitspraak of een accent. Zouden degenen (de critici) die bezwaren uiten tegen de uitspraak of het accent deze ook toepassen tegen de meerderheid van de Moslims?

[10] Hoe kan een rechtvaardige, eerlijke en oprechte Moslim geloven dat dergelijke argumenten überhaupt geldig zijn in het licht van een bekende en gevestigde uitspraak van de Heilige Profeet Mohammed(s), toen hij het volgende zei: “Degene die bekwaam is met de Koran zal bij de nobele en godvrezende schriftgeleerden (de engelen) zijn, en degene die worstelt met de recitatie, het moeilijk vindt, zal twee beloningen ontvangen”. (Sahih Darussalam Sunan Ibn Majah 3779, B33: H124).

[11] De Khalifa(aba) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, valt duidelijk niet in de categorie van iemand die worstelt met de uitspraak van de Heilige Koran en valt ook niet onder degenen die dat moeilijk vindt. Zelfs als hij wel moeite had met de uitspraak, dan nog is het argument dat hij niet de positie als leider waardig is omdat hij de uitspraak moeilijk zou vinden, in strijd met de Heilige Koran, de Ahadith, de basiskennis van de geschiedenis van de Islam of zelfs enig begrip van de geest van de Islam. Dit houdt in dat Allah de Verhevene mensen beoordeelt en rangschikt op basis van hun intentie en taqwa (Godvrezendheid), niet op basis van hun perfectie in het uitspreken van het Arabische taal.

[12] De boeken die bekend zijn als Sihah Sittah (de Zes Authentieke Boeken) en door Moslim geleerden als buitengewoon belangrijk worden beschouwd zijn bijvoorbeeld o.a. Imam Bukhari en Imam Muslim en zij waren ook geen Arabieren. Bijvoorbeeld: Sahih Bukhari: Dit boek wordt beschouwd als het meest authentieke boek na de Heilige Koran. De samensteller van dit boek is Mohammad Isma’il uit Bukhara, gewoonlijk bekend als Imam Bukhari (194-256 A.H., 816-878 A.D.) en Sahih Muslim: Op de tweede plaats wat belangrijkheid betreft staat Sa­hih Muslim. Dit werd samengesteld door Moslim bin al Hajaj, geboren in Neshapur in Khorasan (202-261 A.H.)

[13] In de de Heilige Koran zegt Allah:

Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden”. (De Heilige Koran:1:2)

Allah is zowel de Heer van de Arabieren als niet-Arabieren. Alle mensen, ongeacht hun afkomst, hun nationaliteit of hun rang of stand zijn aan elkaar gelijk.

Verder zegt Allah in de Heilige Koran:

Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de godvrezenden”. (De Heilige Koran: 2:3)

De Heilige Koran is een leiding voor de Godvrezenden. Het gaat hier dus om de leiding voor zowel de Arabieren als niet-Arabieren die Godvrezend kunnen worden, dus deze leiding geldt voor de gehele mensheid.

 [14] De Heilige Profeet Mohammed(s) kon zelfs helemaal niet lezen of schrijven en vele Metgezellen(ra) ook niet, terwijl de Heilige Profeet Mohammed(s) de leider is van de gehele mensheid.

In Surah Al-Djumuah verklaart Allah dat Hij de Heilige Profeet Mohammed(s) onder de ongeletterden heeft gestuurd:

Allah zegt het volgende:

Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden”. (De Heilige Koran: 62:3)

 [15] De Heilige Profeet Mohammed(s) zei in een bekende Hadith:

“Mijn metgezellen zijn als sterren, wie u wilt volgen, u zult de ware leiding verkrijgen”. (Baihaqi)

Dit zijn de Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s) die vergeleken worden met sterren. Het maakt niet uit welke van deze sterren de Moslims willen volgen, zij zullen voorzeker geleid worden. Onder de Metgezellen(ra)  waren ook Hazrat Bilal(ra), Hazrat Salman Farsi(ra) etc. die geen Arabieren waren.

Originele bronnen:

Hafiz ibn Hajar(ra) heeft het volgende geschreven terwijl hij naar deze overlevering verwijst:

Het heeft verschillende ketens en wordt overgeleverd door de volgende metgezellen:

  • Sayyiduna ‘Abdullah ibn‘ Umar (radiyallahu ’anhu) – Musnad‘ Abd Ibn Humaid (zie de Muntakhab, Hadith: 781)
  • Sayyiduna Jabir (radiyallahu ’anhu) –Jami’u Bayanil‘ ilmi wa fadhlihi, (deel 2 blz.181)
  • Sayyiduna Ibn ‘Abbas (radiyallahu’ anhuma) – Al-Madkhal van Bayhaqi.
  • Sayyiduna ‘Umar (radiyallahu’ anhu) – Al-Madkhal van Bayhaqi & Al-Kamil van Ibn ‘Adiy.
  • Sayyiduna Anas (radiyallahu ’anhu) – Musnad Ibn Abi ‘Umar.

Hij schrijft verder: “De woorden van deze overlevering variëren, waarbij de woorden van de bovenstaande overlevering die van Sayyiduna ‘Abdullah ibn’ Umar (radiyallahu ‘anhu) en Sayyiduna Jabir (radiyallahu’ anhu) het dichtst benaderen’.” (Muwafaqatil Khubr, pgs.86-88)

[16] Islam onderwijst gelijkheid van de mens en geen superioriteit van rassen in de Islam. De Heilige Koran verklaart:

“Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.” (Heilige Koran: 1:2)

Hij, Allah, de Ene en Enige is Rabbul ‘Aalamin ( = de Heer der Werelden), zoals Hij in het openingshoofdstuk “Soera Al-Fatiha” (Heilige Koran 1:2) wordt genoemd. Aangezien Hij de Heer der Werelden is, behandelt Hij ons allen gelijk, ongeacht tot welk ras, volk, stam of familie wij ook mogen behoren, want Hij heeft ons allen gelijk geschapen.

Allah, de Al Machtige verklaart in de Heilige Koran:

“O, gij die gelooft! Laat een volk het andere volk dat waarschijnlijk beter is dan zij, niet bespotten, noch vrouwen andere vrouwen, die misschien beter zijn dan zij. En belastert elkander niet, noch noemt elkaar bij scheldnamen. Kwaad is (het geven van) een slechte naam na de aanvaarding van het geloof, en zij die geen berouw tonen zijn de onrechtvaardigen”. (Heilige Koran: 49:12)

De Heilige Profeet Mohammed(s) bevorderde en benadrukte ook de gelijkheid voor het welzijn van de mensheid in zijn afscheidspreek’: We lezen uit de Afscheidstoespraak van de Heilige Profeet Mohammed(s) in het jaar 631 n. Chr. het volgende: “U bent allen gelijk. Alle mensen, aan welke stam of volk zij ook toebehoren, en welke positie zij ook mogen bekleden in de maatschappij, zijn gelijk. Allah heeft u allen broeders gemaakt, wees dus niet verdeeld. Een Arabier bezit geen superioriteit boven een niet-Arabier, noch een niet-Arabier boven een Arabier. Een blanke bezit geen superioriteit boven een zwarte, noch een zwarte boven een blanke. Zoals de vingers van één hand gelijk zijn, zo zijn mensen aan elkaar gelijk. Niemand heeft het recht zich beter te vinden dan een ander. Jullie zijn als broeders.” (Het leven van Mohammed(s) door Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad, Khalifatul Masih II(ra); Pagina’s 239 t/m 244)

 [17] In Surah Al-Djumuah wordt voorspeld dat een beloofde hervormer zal verschijnen die geen Arabier is.

In de Heilige Koran wordt het volgende vermeldt:

“En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze.” (De Heilige Koran: 62:4)

Dit vers betekent dat de boodschap van de Heilige Profeet Mohammed(s) niet alleen was bedoeld voor de Arabieren, onder welke hij was verwekt, maar evengoed voor alle niet-Arabieren, en niet alleen voor zijn tijdgenoten, maar ook voor de komende generaties tot aan het einde der tijden. De betekenis kan ook zijn dat de Heilige Profeet Mohammed(s) uit een ander volk zal worden verwekt dat zich nog niet bij zijn onmiddellijke volgelingen heeft aangesloten. De verwijzing in dit vers en in een bekende gezegde van de Heilige Profeet Mohammed(s) is naar de tweede komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) in de persoon van de Beloofde Messias en Imam Mahdi in de latere dagen.

Abu Hurairah(ra) vertelt: “Toen de Sura Jumu’a (een hoofdstuk van de Heilige Koran) aan de Heilige Profeet Mohammed(s) werd geopenbaard waren wij in zijn gezelschap. Toen hij het vers reciteerde ‘wa aakharina minhum lammaa yalhaqu bihim’ dat wil zeggen ‘diegenen van hen, die later komen, en zich nog niet bij hen hebben gevoegd’* vroeg een van de aanwezigen: ‘Wie zijn dit, o Boodschapper van Allah?’ De Heilige Profeet Mohammed(s) besteedde er geen aandacht aan. De man herhaalde zijn vraag twee of drie keer. Salman, de Pers, zat toen ook bij ons. De Heilige Profeet Mohammed(s) wendde zich tot hem, legde zijn hand op hem en zei: ‘Zelfs al het geloof zal opstijgen tot de Pleiaden (volledig van de aarde zou verdwijnen), dan zullen er nog enige van onder zijn mensen** zijn, die het geloof op aarde (weer) zullen terugbrengen.’ “ (Sahih Bukhari en Sahih Muslim)

Deze Hadith toont aan dat het vers betrekking heeft op iemand van Perzische afkomst.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de Beloofde Messias en Imam Mahdi(as), de Stichter van de Ahmadiyya Moslim Djamaat was een niet-Arabier en van Perzische afkomst, die voorspeld is in zowel de Heilige Koran als in de Ahadith.

*Dit vers is een deel van een vers, dat de eerste komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) vermeldt, gevolgd door een verwijzing naar toekomstige gebeurtenissen, waarin gezegd wordt, dat er in  de latere dagen ook enkele mensen zouden zijn, die de rang zouden krijgen van de vroegere volgelingen van de Heilige Profeet Mohammed(s). Blijkbaar spreekt het van een tweede komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) in latere dagen, omdat deze bijzin bestuurd wordt door een werkwoord, dat eerder al gebruikt is om te verwijzen naar de eerste komst van de Heilige Profeet Mohammed(s).

 **In een andere versie wordt gesproken van ‘een man’ in plaats van ‘enige mensen’

 [18] Een voorspelling in de Hadith over de Beloofde Hervormer na de Heilige Profeet Mohammed(s): Yakhrojul Mahdiyo Min Qaryatin Yoqalo Lahaa Kad’a d.w.z. De Mahdi zal in een dorp verschijnen, dat Kad’a wordt genoemd. (Jawahirul Asrar, p. 55)

Volgens de plaatselijke ontwikkeling van de taal Kada werd zeker eerst Islampur Qadi genoemd, dan werd dit Qadi en vervolgens Qadian. (Baharul Anwaar vol.1 pag.19) De Beloofde Hervormer zal duidelijk geen Arabier zijn.

In een andere Hadith wordt het volgende vermeld: Hij zal van Perzische afkomst zijn (Bukhari, 65: 62.1).

Nog een Hadith:

De Heilige Profeet Mohammed(s) zei: “Er zal een groep mensen samen met de Mahdi(as) zijn die de Jihaad (van tabliegh) in Hind zullen doen en de naam van deze Mahdi zal Ahmad zijn”. (Al Najmos Saqib vol.2 pag.21)

[19] Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), de Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap had een wonderbaarlijke beheersing en ongeëvenaarde kennis van het Arabische taal. Hij kondigde aan dat hij de Beloofde Messias was (en hij kwam uit Qadian in India en hij was geen Arabier)… Allah schonk hem speciale kennis van de Arabische taal. Zijn woordenschat groeide wonderbaarlijk tot 40.000 grondwoorden in één nacht. Hij kreeg de opdracht om in het Arabisch te schrijven met de belofte dat hij hulp (van Allah) zou krijgen. Zijn eerste Arabische geschrift was een aanhangsel van zijn A’inah-Kamalate-Islam*. Dit hoofdstuk bevatte een uitdaging aan het adres van diegenen die een fout in zijn Arabisch zouden kunnen vinden. Konden zij iets dergelijks of iets beters produceren? Daarna schreef hij boek na boek in het Arabisch, in totaal meer dan 20 en hij loofde geldprijzen uit voor iedereen die iets dergelijks zou schrijven. Arabieren waren niet buitengesloten; één boek was speciaal gericht aan Sayyed Rashid Raza uit Al-Manar. De Sayyed aanvaardde de uitdaging niet. De ‘Ulema van India beweerden dat de Arabische werken van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) door Arabieren in het geheim geschreven waren. Zij gaven wel toe dat de geschriften verdiensten hadden. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) antwoordde dat als zij dat wilden zij ook Arabische schrijvers in dienst konden nemen. De literaire wedstrijd viel duidelijk in het voordeel van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) uit. Zijn Arabische werken bleven zonder antwoord. Op de vooravond van het Offerfeest (‘Idul-Adha) in het jaar 1900 kondigde hij aan dat hij de voorgeschreven preek in het Arabisch zou houden. Er werden schrijvers aangesteld om het op te tekenen. De preek, uitgegeven onder de naam Khutbah-Ilhamiyah (geopenbaarde preek) werd op tijd gepubliceerd. Dit taalwonder is een afspiegeling van het wonder van de Heilige Koran. Het is een teken van de waarachtigheid van de Beloofde Messias. De meest geleerde Arabische schrijvers van zijn tijd konden niet tippen aan zijn boeken. (Uit het boek “Uitnodiging” door Hadrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad; Pagina’s 182-183)

*Al-Qasidah; https://bieb.islamnu.nl/product/al-qasidah/ 

[20] Een voorspelling van de Heilige Profeet Mohammed(s) over de komst van de Beloofde Hervormer dat hij een vreemde uitspraak of accent heeft als hij het Arabische taal spreekt.

عن أبي هريرة إن المهدي اسمه محمد بن عبد الله في لسانه رتة (كتاب مقاتل الطالبين: ص 163-164 لأبي الفرج الأصفهاني
والرُّتة هي العجمة

“On the authority of Abu Huraira that the Mahdi is called Muhammad bin Abdullah, in his tongue there is foreign pronunciation of Arabic.”

“Op gezag van Abu Hurairah(ra) dat de Mahdi, Muhammad bin Abdullah wordt genoemd, is er in zijn taal een vreemde uitspraak in het Arabisch.”

(Kitabu Maqatilu Talibeen to Abu Alfaraj Alasfahani P. 163-164)

Wat betreft de uitspraak door het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba)

is het gebruikelijk onder de Moslims die afkomstig zijn van Zuid-Aziatische landen, zoals Pakistan, dat zij met een duidelijke accent spreken, omdat ze geen Arabieren zijn.

Als men de handleidingen van Fiqh (islamitische jurisprudentie) bestudeert, dan zal men zien dat de recitatie van de Heilige Koran met een niet-Arabische accent geldig is. De recitatie van de Heilige Koran met een niet-Arabische accent in het gebed is ook geldig. Het correct reciteren van de Heilige Koran is belangrijk, maar het accent, daar kan een niet-Arabier niets aan doen.

Een ander belangrijk punt is dat een geestelijk leider geen madrasa hoeft bij te wonen, en ook de Heilige Koran (wel correct maar) niet perfect hoeft te leren reciteren op de manier zoals een Qāri dat doet (een persoon die de Heilige Koran reciteert met de recitatieregels van Tajwīd), aangezien hij daartoe niet verplicht is.

Om dit punt verder toe te lichten:

Als men bepaalde recitatieregels van Tajwīd niet in acht neemt of niet in acht kan nemen, en de betekenis of de samenstelling van het woord niet verandert, dan is de recitatie geldig.

Het is alleen niet toegestaan als de Heilige Koran op een manier gereciteerd wordt waardoor de betekenis of samenstelling van woorden verandert.

Voor meer informatie (In het Engels) verwijst de Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde (Majlis Ansar Sultanul Qalam) u ook naar de bijgaande link van True Islam UK:

https://youtu.be/wPsh6V2NOtA (Khilafat Proves Ahmadiyya Islam TRUE; Response to Smile2Jannah…; True Islam UK is part of the National Tabligh dept UK)

TIMESTAMPS:

00:00​​ – Introduction

00:20​​ – Pronunciation of the Khalifa of the Ahmadiyya Muslim Community

02:03​​ – Pronunciation of the Companions of Prophet Muhammad(sa)

03:53​ – The Imam Mahdi will have foreign pronunciation

04:59​ – Speech impediments of Hazrat Musa(as) and Hazrat Hussein(ra)

06:15​ – Pronunciation will never be a measure of righteousness

08:28​ – The Khalifa’s advice regarding pronunciation and condemning those who beat children

09:45​ – How to assess if a Khalifa is true by using the Holy Qur’an

10:40​ – Khilafat-e-Ahmadiyya has proven to be true according to Holy Qur’an and Hadith

13:17​ – Others will never be able to establish Khilafat

14:34​ – Powerful Challenge from the Khalifa of the Ahmadiyya Muslim Community

16:04​ – We invite you

17:16​ – Baiat Ceremony – Pledging Allegiance to the Khalifa

 

 

Meest gelezen

Staat er in de Heilige Koran dat mannen hun vrouwen mogen slaan?

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle Staat er in de Heilige Koran dat mannen hun vrouwen mogen slaan?  De heer Youssef Ikhlaf en de...

Hoe verhoudt de Islam zich tot andere religies over vrouwenrechten?

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle Hoe verhoudt de Islam zich tot andere religies over vrouwenrechten? Youssef Ikhlaf Inleiding Over de positie van de...

De positie van de vrouw in de Islam

VOORWOORD In het Westen is het een gebruikelijke gedachte dat de Islam geen rekening houdt met de rechten en vrijheden van de vrouw. Dat de...

De plichten van de man en de vrouw

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحِيْمِ In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle  DE RECHTMATIGE PLICHTEN VAN DE MAN Hij zou de gevoeligheden van zijn vrouw moeten...