In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

dinsdag, november 29, 2022

بِسْــــــــــــــــــمِ اﷲِالرَّحْمَنِ اارَّحِيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

Home Blog Pagina 3

REACTIE op het artikel “Op zoek naar de ware Mohammed” in het Nederlands Dagblad

0

Graag wil ik reageren op het artikel “Op zoek naar de ware Mohammed” van 25 juni.
Hoewel het goed is dat het artikel vermeldt dat vele negatieve verhalen over Mohammed vrede zij met hem onjuist zijn, staan er toch een aantal zaken in die een reactie behoeven.

Zo klopt het niet dat we zeer weinig met zekerheid weten over de historische Mohammed. Er zijn juist weinig mensen in de geschiedenis over wie zo veel betrouwbare informatie is vastgelegd als over hem.

Het is ook verbazingwekkend dat het artikel voorbij gaat aan het recente boek “Het leven van Mohammed” van Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad, gepubliceerd in 2018 door de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap (https://www.bol.com/nl/nl/p/het-leven-van-mohammed/9200000132678014/). De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap zet zich al meer dan honderd jaar in voor het wegnemen van de onterechte bezwaren tegen de Islam. Het is zelfs door deze inspanningen dat de verspreiding van het Christendom rond de 20e eeuw een halt is toegebracht. De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap doet dat door onderbouwing van haar standpunten met rationele argumenten. Dit boek is daar een mooi voorbeeld van. Deze biografie toont ook aan dat het vrome beeld van Mohammed ook historisch juist moet zijn en geeft ook aan waarom de bekende beschuldigingen over Mohammed niet waar kunnen zijn. Wij kunnen dit boek indien gewenst kosteloos naar de redactie sturen.

Het is een raadsel waarom er nog relatief weinig aandacht is voor de rationele opvattingen van Ahmadiyya Moslim Gemeenschap… zou het angst zijn voor de impact ervan?

Tenslotte eindigt het artikel helaas met een ongeloofwaardig en beledigend verhaal over Mohammed en zijn vrouw Khadija, waarin zij op absurde wijze getest zouden hebben of de engel Gabriël een engel of een demon was. Dit verhaal is in strijd met de verheven morele karakters van de Heilige Profeet Mohammad en zijn vrouw Khadija en is bovendien in strijd met historische feiten. Mohammed heeft altijd de grootst mogelijke zekerheid gehad over de Goddelijke oorsprong van zijn openbaringen. Gelijk na zijn eerste openbaring had hij echter wel zorgen over zijn grote verantwoordelijkheid. Hierop stelde Khadija hem gerust door te stellen dat zij getuige is van de goedheid van Mohammed en dat God hem daarom zeker zal doen slagen. Vervolgens nam Khadija hem mee naar haar Christelijke neef Waraqa bin Naufal en nadat hij het hele verhaal had gehoord zei hij: “Ik weet zeker dat de engel die tot Mozes was nedergedaald, op u is nedergedaald”. Deze laatste gebeurtenissen over de geruststelling door Khadija en de verklaring van Waraqa zijn in betrouwbare bronnen Sahih Bukhari vastgelegd.

Dhr. A. Verhagen

Aantijging over de Arabische uitspraken van de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap weerlegd

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Aantijging over de Arabische uitspraken van de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap weerlegd

 Perfecte recitatie van de Heilige Koran is geen vereiste van spirituele leiderschap

Door: Ahmad Said Ikhlaf en Youssef Ikhlaf

De heer Abdul Jabbar van de Ven schreef in een bericht op Facebook het volgende:

“Zie hier de leider van de Ahmadiyya, Mirza Masroor Ahmad, de “Khaliefat-oel-masieh” (zoals ze hem noemen), en hoe hij niet eens in staat is normaal een aayah uit de Qoer’aan op te lezen. Zie hoe hij letters compleet verkeerd uitspreekt en struikelt over ieder woord en verkeerde i’raab geeft aan woorden. Dit is de leider die de rest van zijn sekte de weg moet tonen… (Ja, ik zie ook wel dat de maker van deze video enkele fouten twee of drie keer herhaalt, maar dan nog).” (Facebook-groep Ottomanen Bijeen op 20 januari 2021)

In de afgelopen weken hebben verschillende tegenstanders onterechte bezwaren geuit tegen het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), en ook tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap zelf, waarbij ze beweren dat de Khalifa, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), niet voldoet aan hun vereisten voor Khilafat (Kalifaat) en kleinerende opmerkingen over hem hebben gemaakt. Een centraal argument van dergelijke tegenstanders, dat kenmerkend is voor de bezwaren tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in het algemeen, is dat het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), volgens de tegenstanders enige fouten vertoont in zijn uitspraak (Tajwīd) met betrekking tot de recitatie van de Heilige Koran. In werkelijkheid bewijst dit argument echter totaal niets anders dan het ego en de onwetendheid van degenen die deze bezwaren hebben geuit. Anderen verspreiden het gewoon blindelings verder. De aantijgingen van dergelijke mensen zijn niet alleen op onwaarheden berust, maar ook hun hele evaluatiemethode is in strijd met rechtvaardigheid, zoals dat gedefinieerd is door de Heilige Koran en de Ahadith. En daarom is het heel duidelijk dat de bezwaren die zij aantonen, de slechte toestand bewijst waarin zij zich zelf bevinden. De tegenstanders zijn altijd druk bezig om tegenstand te voeren tegen Islam Ahmadiyyat met valse bezwaren die zij blindelings kopiëren en verspreiden. Dit zijn de bezwaren die getuigen van bevooroordeeldheid en vooringenomenheid. Zo proberen ze op deze manier de perceptie van de werkelijkheid van mensen op een negatieve manier te verdraaien. Hierna gingen de heren Abdul Jabbar van de Ven en Muhammad Sheraz deze video verder verspreiden in een Facebook bericht.

Antwoorden op de bezwaren

[1] De heer Abdul-Jabbar van de Ven verwijst naar een link van een YouTube video met als titel ‘Mirza Masroor Qadiani (so called Khalifa) stuttering while reciting verse from Quran’. Deze You Tube video is door de tegenstanders duidelijk op een amateuristische manier bewerkt, waarin men een korte fragment eruit heeft geknipt en herhaaldelijk toont. In het korte fragment had de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap even moeite met reciteren omdat hij de kleine letters niet goed kon zien. Om kleinere letters te lezen gebruikt hij gewoonlijk een leesbril. De tegenstanders hebben deze YouTube video verspreid met de bewering dat de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap niet eens de Heilige Koran kan reciteren, en als hij het niet kan reciteren hij ook geen leider kan zijn. De tegenstanders vermelden verder geen bronvermelding van de originele Vrijdagpreek van het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), waarin hij de Arabische vers uit de Heilige Koran op een juiste manier reciteerde. Zij proberen op deze wijze de mensen te misleiden want zo worden mensen bewust verkeerd geïnformeerd. Wat zij hiermee ook doen is trachten te voorkomen dat mensen toegang krijgen tot betrouwbare en volledige informatie met bronvermeldingen van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Ondanks dit feit sluiten wereldwijd duizenden mensen zich elke jaar aan bij de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Waarom? Omdat deze Gemeenschap op een vreedzame manier, met bronvermeldingen, de ware leerstellingen van de Islam aan de gehele wereld toont, en het ware karakter, en de praktijk van de volmaakte meester Heilige Profeet Mohammed(s), Khātam-an-Nabiyyīn’ (Zegel der Profeten). Het motto van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is dan ook: “Liefde voor iedereen, haat voor niemand” en dit past de Gemeenschap in praktijk ook toe.

De Heilige Profeet Mohammed(s) heeft over de toestand van de Islam voorspeld waarin zulke tegenstanders zich bevinden. De Heilige Profeet Mohammed(s) zei: “Er zal een tijd komen waarin niets van de Islam zal overblijven behalve de naam ervan en niets zal overblijven van de Koran behalve de letters ervan. Hun moskeeën zullen vol zijn met aanbidders, maar voor wat betreft rechtschapenheid zullen zij leeg zijn en verlaten. Hun ‘Ulama zullen de slechtste schepselen zijn onder het firmament. Kwade plannen zullen door hen worden gemaakt en deze zullen zich uiteindelijk tegen hen richten”. (Mishkat-ul-Masabih, p. 38; Kanzul ‘Ummal, Vol. 6, p. 43)

De Moslims zullen zich in erbarmelijke toestand bevinden. Volgens de woorden van de Heilige Profeet Mohammad(s) zou de Islam erg zwak en arm worden in die tijd. Een aanzienlijke deel van de Moslims zouden volgelin­gen van de dajjal worden; een beeld van de zo vertrouwde onder­danigheid van de Moslim naties aan de westerse naties en westerse cultuur. Buitensporige liefde voor de wereld. De liefde van de Moslims voor het wereldse leven. Wereldse interesses, die eens een tweede plaats innamen worden nu boven het belang van de godsdienst gesteld door alle lagen van de Moslim bevolking, rijk, arm, geleerden, elite en onderontwikkelden.

Een teken (vermeld door Ibn Mard’waih volgens Ibn Abbas) is ook dat de tijd die de komst van de Beloofde Messias aangeeft gekenmerkt wordt door formele en uiterlijke eerbied voor het Heilige Boek die omgekeerd evenredig zal zijn met de aandacht die besteed wordt aan de betekenis en de boodschap ervan. Het Heilige Boek wordt tegenwoordig in fluweel verpakt bewaard, in goud en zilver, maar wordt zelden geopend voor zorgvuldige en ijverige studie.

In deze Hadith worden de woorden “Hun moskeeën” in plaats van “Mijn moskeeën” vermeld en ook “Hun ‘Ulama” in plaats van “Mijn ‘Ulama”. Waarom? Omdat de Heilige Profeet Mohammed(s) voorspelde dat de Moskeeën in de latere dagen, waarin de Moslims hun Salaat (de vijf dagelijkse gebeden) zullen verrichten, achteloos opzeggen of deze haastig verrichten. Het oppervlakkige gedeelte wordt veel meer benadrukt dan het wezenlijke en geestelijke waardoor hun harten leeg zijn van Taqwa (godvrezendheid). Vele Moslims zullen een obsessie hebben voor het versieren en verfraaien van hun Moskeeën, maar niet voor het vullen ervan met nederige gebeden. Hun moskeeën zullen niet de afspiegeling van de Moskeeën zijn zoals in de tijd van de Heilige Profeet Mohammed(s) en zijn metgezellen(ra) waarin zij hun nederige gebeden verrichten en een zeer hoge Taqwa hadden in hun harten en een relatie met Allah hadden ontwikkeld en oneindige zegeningen van Allah hadden ontvangen.

Een meerderheid onder de ‘Ulama en hun volgelingen reciteren de Heilige Koran in het Arabisch, maar begrijpen de essentie van de volmaakte leerstellingen van de Heilige Koran niet en handelen er ook niet naar. (Lees ook het boek “Uitnodiging tot Ahmadiyyat” (Da’watul-Amir) door het voormalige Hoofd van de internationale Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, de Tweede Khalifa (Kalief), Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad(ra) over de toestand van de Islam in de latere dagen)

In de Heilige Koran wordt ook het volgende vermeld over zowel de ‘Ulama als hun volgelingen die de Heilige Koran hebben verlaten: “En de boodschapper zal zeggen: O mijn Heer, mijn volk heeft deze Koran verzaakt!” (Heilige Koran: 25:31)

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as)  vermeldt in zijn boek “De zegeningen van het gebed” het volgende: … Er bestaat een unieke band tussen de Koran en een heldere, zuivere geest. Allah zegt: “Een beschermd Boek, dat niemand zal aanraken, behalve zij die zich louteren.” (De Heilige Koran: 56:80)

Dit betekent dat de waarheden van de Heilige Koran zich alleen onthullen aan hen die deze met een schoon, zuiver hart benaderen. (De zegeningen van het gebed door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), Pagina 13)

 In plaats van dat de hedendaagse ‘Ulama de mensen zouden moeten hervormen, veroorzaken velen onder hen fitna op aarde en hebben zij de meerderheid van de Moslims verder verdeeld door hen te misleiden en hen te gebruiken voor hun eigen gewin.

Verder waarschuwde de Heilige Profeet Mohammed(s) nog eens voor de hedendaagse Moslimgeleerden.

Abu Dhar al-Ghifari zei: “Ik was op een dag in de aanwezigheid van de Heilige Profeet Mohammed(s) en ik hoorde hem zeggen: Er is iets wat ik meer vrees voor mijn Ummah dan de Dajjal. Het was toen dat ik zo bang werd, dat ik vroeg: O Boodschapper van Allah! Wie is het dat u meer vreest voor uw Ummah dan de Dajjal? Hij (De Heilige Profeet Mohammed(s)) zei: Misleidende Imams/ De leiders (geleerden) die dwalen.” (Musnad Imam Ahmad ibn Hanbal (Hadith nummers 20335, 21334 en 21335)

Hoe waarachtig waren deze woorden van de Heilige Profeet Mohammed(s) en dat de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap hier meer dan 100 jaar getuige is van deze voorspellingen die uit zijn gekomen.

Men is getuige van de toestand van de Islamitische wereld waar alle mensenrechten geschonden worden in naam van Allah, omdat bijvoorbeeld het vers uit de Heilige Koran: “Er is geen dwang in religie…” (Heilige Koran 2:257) en ook deze vers: “…laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil…” (Heilige Koran 18:30) voor hen niet meer gelden. Het lijkt alsof de meerderheid van de ‘Ulama in de huidige tijd zich boven de autoriteit hebben geplaatst van de Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed(s). Dit is ongelukkigerwijs de toestand in deze tijd.

De Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de Beloofde Messias en Imam Mahdi(as) heeft in zijn boek “De filosofie van de Islamitische Leer” het volgende geschreven:

“De eerste bron, die de bron is van alle natuurlijke toestanden wordt door de Heilige Koran de “Nafsi Ammarah” genoemd, hetgeen betekent het innerlijk dat tot kwaad aanzet, omdat de Heilige Koran zegt: “…, want het menselijke “ik” spoort tot het kwade aan,…”.(Heilige Koran: 12:54) Dit betekent dat het karakteristiek is voor het menselijke “ik” dat dit de mens tot kwaad aanspoort en het bereiken van volmaaktheid en een morele toestand tegengaat en hem aanspoort tot onwenselijke en slechte wegen. Aldus is de geneigdheid tot kwaad en onmatigheid een menselijke toestand die de geest van iemand overheerst alvorens hij een morele toestand bereikt. Dit is de natuurlijke toestand van de mens zolang hij niet door rede en begrip wordt geleid, maar zijn natuurlijke aanleg volgt bij eten, drinken, slapen, waken, boosheid en provocatie, zoals bij dieren het geval is. Als iemand wordt geleid door rede en begrip, en zijn natuurlijke toestand onder controle brengt en op een juiste wijze ordent, houden deze drie toestanden,  zoals beschreven, op te behoren tot de categorieën van de natuurlijke toestanden, maar worden morele toestanden genoemd.” (De filosofie van de Islamitische Leer door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad van Qadian, Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap; Pagina 5 en 6; https://bieb.islamnu.nl/product/de-filosofie-van-de-islamitische-leer/ )

[2] Abu Jahl, een Mekkaanse stamhoofd en aartsvijand van de Heilige Profeet Mohammed(s), die zich vijandig opstelde tegen de Heilige Profeet Mohammed(s) sprak vloeiend Arabisch, maar hij heeft de Arabische taal van de Heilige Koran nooit kunnen begrijpen.

[3] Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) heeft de Heilige Koran op een juiste manier gereciteerd. Daarnaast is het bekend dat mensen die geen Arabieren zijn en dus geen Fusha-Arabische sprekers zijn geen ‘perfecte’ uitspraak hebben zoals een Arabier. Dat betekent niet dat hun uitspraak onjuist is. De uitspraak van het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) is juist. Men kan de juiste uitspraak van de letters in zijn recitatie horen. Bovendien is de uitspraak beter dan die van veel andere niet-Arabische sprekers, waaronder veel zogenaamde geleerden over de gehele wereld.

[4] Veel relevanter is het echter dat het voor iedereen met zelfs maar de geringste intelligentie, helderheid van perceptie of intellectuele eerlijkheid duidelijk moet zijn dat het ronduit absurd is om te zeggen dat de uitspraak perfect moet zijn als voorwaarde voor leiderschap. De uitspraak heeft helemaal niets te maken met of iemand een rechtmatige leider is of niet.

[5] Zelfs de vele Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s), die zelf van oorsprong Arabieren zijn en Fusha Arabische sprekers waren, hadden discussies over de uitspraak en hadden ook variaties in hun uitspraak, waarvan velen werden aanvaard door de Heilige Profeet Mohammed(s) zoals vermeldt in de Ahadith. Hoe kunnen zulke tegenstanders dan geloven dat de uitspraak een juiste voorwaarde voor waarachtigheid is, als er duidelijke verschillen in uitspraak waren onder zelfs de geliefde en verheven Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s)?

[6] Ook in verband hiermee zou het algemeen bekend moeten zijn dat Hazrat Bilal(ra), een geliefde Metgezel van de Heilige Profeet Mohammed(s), van Abessijnse afkomst was, het Arabische woord Ash-hadu (Ik getuig…) met een ‘s’ uitsprak in plaats van ‘sh’, omdat hij de letters “sh” niet kon uitspreken. Hij sprak dus het woord As-hadu (letter “s”)  in plaats van het Arabische woord Ash-hadu (letter “sh”) uit. De gelovigen van Medina lachten hem uit om zijn gebrekkige uitspraak. De Heilige Profeet Mohammed(s) wees hen terecht en vertelde hen hoe geliefd Hazrat Bilal(ra) was bij God vanwege zijn getoonde standvastigheid tijdens de Mekkaanse martelingen, toen Hazrat Bilal(ra) alleen met standvastigheid deze woorden antwoordde: “Ahad, Ahad … (God is Eén, God is Eén). Desondanks was het onze Heilige Meester, de Profeet Mohammed(s) zelf die deze Metgezel benoemde als de eerste Mu ‘azzin (= degene die de gelovigen oproept tot het gebed). Deze verklaring van de Heilige Profeet Mohammed(s) weerlegt volledig elk idee dat een perfecte uitspraak een geldig criterium moet zijn voor het beoordelen van een rechtmatige positie van leiderschap.

Dan zijn er kritische geluiden ten aanzien van de betrouwbaarheid van de bovengenoemde overlevering. Volgens de regels van de juristen is de overlevering niet authentiek. Echter hoeft dat niet per definitie te betekenen dat het niet waar was. Het is aannemelijk als juristen de overlevering classificeerden als Da‘if (zwak), maar onwaarschijnlijk als zij deze als mawdu‘ (gefabriceerd) bestempelden. De overlevering is niet in strijd met de Heilige Koran en Hazrat Bilal(ra) was van Abessijnse afkomst, daarom kan de overlevering niet als vals worden weggezet.

Daarnaast, alhoewel een meerderheid onder de juristen de overlevering als niet betrouwbaar achten, zijn er ook vrome geestelijke leiders geweest die de overlevering wel in hun boeken hebben vermeld, zoals:

  • Ibn al-Jawzi (overleden in het jaar 597 na Hijrah) schreef in zijn “Mir’at az-zaman fi tawarikh al-a’yan” dat Hisham ibn al-Kalbi (overleden in het jaar 204 na Hijrah) zei: “Het was gebruikelijk dat Bilal de Shin als sin verkeerd uitsprak.” (kana Bilalun yaqlibu sh-shina sinan). Hij schrijft ook de overlevering “De ‘sin’ van Bilal is voorzeker een ‘shin’ in de ogen van Allah” (Arabische transliteratie: inna sina Bilalin ‘inda llahi shinun) toe aan de Heilige Profeet Mohammed(s).
  • Fakhrud-Din ar-Razi (overleden in het jaar 606 na Hijrah) schijft de overlevering ook toe aan de Heilige Profeet Mohammed(sa) in zijn boek ‘Lawami’ al-bayyinat sharh asma’i llahi ta’ala wa-s-sifat’.
  • Ibn Qudamah al-Maqdisi (overleden in het jaar 620 na Hijrah) schreef in zijn boekwerk al-Mughni: “Er werd overleverd dat Bilal gewoonlijk ‘as-hadu’ zei (in plaats van Ash-hadu), hij maakte de ‘shin’ in ‘sin’.”(Arabische transliteratie: faqad ruwiya anna Bilalan kana yaqulu ashadu yaj’alu sh-shina sinan).

Het volgende citaat heeft betrekking tot een ander woord waarin Hazrat Bilal(ra) de hayya (حي) als hayya (هي) uitsprak:

  • Hazrat Jalalud-Din ar-Rumi (overleden in het jaar 672 na Hijrah) schreef in zijn Perzische Mathnawi, waarvan de Engelse vertaling is: “In de ogen van de Geliefde (Allah) is een fout die gemaakt wordt door zijn geliefden beter dan de juistheid (van uitspraak) van vreemden. De waarheidsgetrouwe Bilal sprak in de oproep tot gebed, die hij uitte met vurige gevoelens, de woorden hayya (حي) als hayya (هي). Derhalve zeiden (sommige mensen), “O Boodschapper (van Allah), deze fout (in uitspraak) is niet juist (niet toegestaan) in het beginjaren van de vorming van Islam. O Profeet en Boodschapper van de Schepper (Allah), stel een Mu’azzin in die de Adhan correcter kan uitspreken. In de beginjaren van de religie en vroomheid is het een schande om ‘hayya ‘alal-falah’ verkeerd uit te spreken. Het ongenoegen van de Profeet(s) bereikte een hoogtepunt, en hij gaf een of twee aanwijzingen van de verborgen gunsten (die God aan Bilal had geschonken), hij zei: “O (…) mensen, in Gods ogen is het (verkeerd uitgesproken) ‘Hayy’ (هي) van Bilal beter dan honderd ha’s en kha’s en beter dan andere woorden en zinnen.”

[7] Het zou ook voor elke Moslim duidelijk moeten zijn dat vele heilige Moslims (Bijvoorbeeld de Mujaddideen) in de geschiedenis van de Islam niet van oorsprong Fusha-Arabisch sprekers waren, erkend zijn door de meerderheid van de Moslims over de gehele wereld. Hebben de onvermijdelijke onvolkomenheden in de uitspraak van die heilige Moslims die van Oosterse, zoals Perzische en Indiase afkomst waren, hen dan minder godvrezend gemaakt of niet tot leiderschap in staat gesteld? Integendeel, zij waren een van de beste leiders in de geschiedenis van de Islam na het rechtgeleide Kalifaat.

Hazrat Abu Huraira(ra) verklaarde dat de boodschapper van Allah(s), zei:

“Waarlijk, Allah zal voor dit volk [de moslims] bij de wisseling van iedere eeuw iemand doen opstaan die hun godsdienst zal doen herleven”. (Abu Daud, Boek 38, Kitab al-Malahim [slagvelden], Nummer 4278)

[8] Profeet Mozes(as) verrichtte zelf een Du’a om Allah te vragen zijn uitdrukkingsvaardigheden te verbeteren. Bovendien getuigt de Heilige Koran zelf dat Profeet Mozes(as) moeite had met zijn uitdrukkingsvaardigheden. Zo’n grote wetdragende profeet, aan wie een belangrijk Goddelijk geschrift was verleend, worstelde met zijn uitspraak en was niet welsprekend, in de mate dat zijn gebed in de Heilige Koran staat. Hij heeft in deze bewoordingen tot Allah gebeden:

“Hij zeide: “Mijn Heer, verruim mijn borst, en maak mij mijn taak lichter, en ontdoe de knoop in mijn tong, opdat zij (de mensen) mijn woorden mogen verstaan” (Heilige Koran 20: 26-29).

Als de critici, die tegen de Khalifa van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap zijn, in de tijd van de Profeet Mozes(as) leefden, zouden zij zich dan ook onder die buitengewoon ongelukkige mensen hebben geschaard die zich tegen Profeet Mozes(as) hebben gekeerd die een boodschapper van God was? Hoogstwaarschijnlijk zouden zij dezelfde bezwaren hebben geuit tegen Profeet Mozes(as) en hem als een valse leider hebben bestempeld.

Deze critici zouden zich niet hoogmoedig, maar nederig moeten opstellen en Allah vrezen, want deze ongelukkige critici uiten zich zelfs met dezelfde bewoordingen als de Pharao over Profeet Mozes(as):

“En Pharao riep tot zijn volk: “O, mijn volk! Behoort het koninkrijk van Egypte niet aan mij toe? En stromen deze rivieren niet op mijn bevel? Kunt, gij dat niet inzien? Of ben ik niet beter dan deze onaanzienlijke man die zich nauwelijks kan uitdrukken?” (De Heilige Koran: 43:52-53)

[9] Het is inderdaad duidelijk dat zelfs de meerderheid van de Moslims over de gehele wereld geen Fusha-Arabische moedertaalsprekers zijn. Velen hebben een niet perfecte uitspraak of een accent. Zouden degenen (de critici) die bezwaren uiten tegen de uitspraak of het accent deze ook toepassen tegen de meerderheid van de Moslims?

[10] Hoe kan een rechtvaardige, eerlijke en oprechte Moslim geloven dat dergelijke argumenten überhaupt geldig zijn in het licht van een bekende en gevestigde uitspraak van de Heilige Profeet Mohammed(s), toen hij het volgende zei: “Degene die bekwaam is met de Koran zal bij de nobele en godvrezende schriftgeleerden (de engelen) zijn, en degene die worstelt met de recitatie, het moeilijk vindt, zal twee beloningen ontvangen”. (Sahih Darussalam Sunan Ibn Majah 3779, B33: H124).

[11] De Khalifa(aba) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, valt duidelijk niet in de categorie van iemand die worstelt met de uitspraak van de Heilige Koran en valt ook niet onder degenen die dat moeilijk vindt. Zelfs als hij wel moeite had met de uitspraak, dan nog is het argument dat hij niet de positie als leider waardig is omdat hij de uitspraak moeilijk zou vinden, in strijd met de Heilige Koran, de Ahadith, de basiskennis van de geschiedenis van de Islam of zelfs enig begrip van de geest van de Islam. Dit houdt in dat Allah de Verhevene mensen beoordeelt en rangschikt op basis van hun intentie en taqwa (Godvrezendheid), niet op basis van hun perfectie in het uitspreken van het Arabische taal.

[12] De boeken die bekend zijn als Sihah Sittah (de Zes Authentieke Boeken) en door Moslim geleerden als buitengewoon belangrijk worden beschouwd zijn bijvoorbeeld o.a. Imam Bukhari en Imam Muslim en zij waren ook geen Arabieren. Bijvoorbeeld: Sahih Bukhari: Dit boek wordt beschouwd als het meest authentieke boek na de Heilige Koran. De samensteller van dit boek is Mohammad Isma’il uit Bukhara, gewoonlijk bekend als Imam Bukhari (194-256 A.H., 816-878 A.D.) en Sahih Muslim: Op de tweede plaats wat belangrijkheid betreft staat Sa­hih Muslim. Dit werd samengesteld door Moslim bin al Hajaj, geboren in Neshapur in Khorasan (202-261 A.H.)

[13] In de de Heilige Koran zegt Allah:

Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden”. (De Heilige Koran:1:2)

Allah is zowel de Heer van de Arabieren als niet-Arabieren. Alle mensen, ongeacht hun afkomst, hun nationaliteit of hun rang of stand zijn aan elkaar gelijk.

Verder zegt Allah in de Heilige Koran:

Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de godvrezenden”. (De Heilige Koran: 2:3)

De Heilige Koran is een leiding voor de Godvrezenden. Het gaat hier dus om de leiding voor zowel de Arabieren als niet-Arabieren die Godvrezend kunnen worden, dus deze leiding geldt voor de gehele mensheid.

 [14] De Heilige Profeet Mohammed(s) kon zelfs helemaal niet lezen of schrijven en vele Metgezellen(ra) ook niet, terwijl de Heilige Profeet Mohammed(s) de leider is van de gehele mensheid.

In Surah Al-Djumuah verklaart Allah dat Hij de Heilige Profeet Mohammed(s) onder de ongeletterden heeft gestuurd:

Allah zegt het volgende:

Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden”. (De Heilige Koran: 62:3)

 [15] De Heilige Profeet Mohammed(s) zei in een bekende Hadith:

“Mijn metgezellen zijn als sterren, wie u wilt volgen, u zult de ware leiding verkrijgen”. (Baihaqi)

Dit zijn de Metgezellen(ra) van de Heilige Profeet Mohammed(s) die vergeleken worden met sterren. Het maakt niet uit welke van deze sterren de Moslims willen volgen, zij zullen voorzeker geleid worden. Onder de Metgezellen(ra)  waren ook Hazrat Bilal(ra), Hazrat Salman Farsi(ra) etc. die geen Arabieren waren.

Originele bronnen:

Hafiz ibn Hajar(ra) heeft het volgende geschreven terwijl hij naar deze overlevering verwijst:

Het heeft verschillende ketens en wordt overgeleverd door de volgende metgezellen:

  • Sayyiduna ‘Abdullah ibn‘ Umar (radiyallahu ’anhu) – Musnad‘ Abd Ibn Humaid (zie de Muntakhab, Hadith: 781)
  • Sayyiduna Jabir (radiyallahu ’anhu) –Jami’u Bayanil‘ ilmi wa fadhlihi, (deel 2 blz.181)
  • Sayyiduna Ibn ‘Abbas (radiyallahu’ anhuma) – Al-Madkhal van Bayhaqi.
  • Sayyiduna ‘Umar (radiyallahu’ anhu) – Al-Madkhal van Bayhaqi & Al-Kamil van Ibn ‘Adiy.
  • Sayyiduna Anas (radiyallahu ’anhu) – Musnad Ibn Abi ‘Umar.

Hij schrijft verder: “De woorden van deze overlevering variëren, waarbij de woorden van de bovenstaande overlevering die van Sayyiduna ‘Abdullah ibn’ Umar (radiyallahu ‘anhu) en Sayyiduna Jabir (radiyallahu’ anhu) het dichtst benaderen’.” (Muwafaqatil Khubr, pgs.86-88)

[16] Islam onderwijst gelijkheid van de mens en geen superioriteit van rassen in de Islam. De Heilige Koran verklaart:

“Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.” (Heilige Koran: 1:2)

Hij, Allah, de Ene en Enige is Rabbul ‘Aalamin ( = de Heer der Werelden), zoals Hij in het openingshoofdstuk “Soera Al-Fatiha” (Heilige Koran 1:2) wordt genoemd. Aangezien Hij de Heer der Werelden is, behandelt Hij ons allen gelijk, ongeacht tot welk ras, volk, stam of familie wij ook mogen behoren, want Hij heeft ons allen gelijk geschapen.

Allah, de Al Machtige verklaart in de Heilige Koran:

“O, gij die gelooft! Laat een volk het andere volk dat waarschijnlijk beter is dan zij, niet bespotten, noch vrouwen andere vrouwen, die misschien beter zijn dan zij. En belastert elkander niet, noch noemt elkaar bij scheldnamen. Kwaad is (het geven van) een slechte naam na de aanvaarding van het geloof, en zij die geen berouw tonen zijn de onrechtvaardigen”. (Heilige Koran: 49:12)

De Heilige Profeet Mohammed(s) bevorderde en benadrukte ook de gelijkheid voor het welzijn van de mensheid in zijn afscheidspreek’: We lezen uit de Afscheidstoespraak van de Heilige Profeet Mohammed(s) in het jaar 631 n. Chr. het volgende: “U bent allen gelijk. Alle mensen, aan welke stam of volk zij ook toebehoren, en welke positie zij ook mogen bekleden in de maatschappij, zijn gelijk. Allah heeft u allen broeders gemaakt, wees dus niet verdeeld. Een Arabier bezit geen superioriteit boven een niet-Arabier, noch een niet-Arabier boven een Arabier. Een blanke bezit geen superioriteit boven een zwarte, noch een zwarte boven een blanke. Zoals de vingers van één hand gelijk zijn, zo zijn mensen aan elkaar gelijk. Niemand heeft het recht zich beter te vinden dan een ander. Jullie zijn als broeders.” (Het leven van Mohammed(s) door Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad, Khalifatul Masih II(ra); Pagina’s 239 t/m 244)

 [17] In Surah Al-Djumuah wordt voorspeld dat een beloofde hervormer zal verschijnen die geen Arabier is.

In de Heilige Koran wordt het volgende vermeldt:

“En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze.” (De Heilige Koran: 62:4)

Dit vers betekent dat de boodschap van de Heilige Profeet Mohammed(s) niet alleen was bedoeld voor de Arabieren, onder welke hij was verwekt, maar evengoed voor alle niet-Arabieren, en niet alleen voor zijn tijdgenoten, maar ook voor de komende generaties tot aan het einde der tijden. De betekenis kan ook zijn dat de Heilige Profeet Mohammed(s) uit een ander volk zal worden verwekt dat zich nog niet bij zijn onmiddellijke volgelingen heeft aangesloten. De verwijzing in dit vers en in een bekende gezegde van de Heilige Profeet Mohammed(s) is naar de tweede komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) in de persoon van de Beloofde Messias en Imam Mahdi in de latere dagen.

Abu Hurairah(ra) vertelt: “Toen de Sura Jumu’a (een hoofdstuk van de Heilige Koran) aan de Heilige Profeet Mohammed(s) werd geopenbaard waren wij in zijn gezelschap. Toen hij het vers reciteerde ‘wa aakharina minhum lammaa yalhaqu bihim’ dat wil zeggen ‘diegenen van hen, die later komen, en zich nog niet bij hen hebben gevoegd’* vroeg een van de aanwezigen: ‘Wie zijn dit, o Boodschapper van Allah?’ De Heilige Profeet Mohammed(s) besteedde er geen aandacht aan. De man herhaalde zijn vraag twee of drie keer. Salman, de Pers, zat toen ook bij ons. De Heilige Profeet Mohammed(s) wendde zich tot hem, legde zijn hand op hem en zei: ‘Zelfs al het geloof zal opstijgen tot de Pleiaden (volledig van de aarde zou verdwijnen), dan zullen er nog enige van onder zijn mensen** zijn, die het geloof op aarde (weer) zullen terugbrengen.’ “ (Sahih Bukhari en Sahih Muslim)

Deze Hadith toont aan dat het vers betrekking heeft op iemand van Perzische afkomst.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de Beloofde Messias en Imam Mahdi(as), de Stichter van de Ahmadiyya Moslim Djamaat was een niet-Arabier en van Perzische afkomst, die voorspeld is in zowel de Heilige Koran als in de Ahadith.

*Dit vers is een deel van een vers, dat de eerste komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) vermeldt, gevolgd door een verwijzing naar toekomstige gebeurtenissen, waarin gezegd wordt, dat er in  de latere dagen ook enkele mensen zouden zijn, die de rang zouden krijgen van de vroegere volgelingen van de Heilige Profeet Mohammed(s). Blijkbaar spreekt het van een tweede komst van de Heilige Profeet Mohammed(s) in latere dagen, omdat deze bijzin bestuurd wordt door een werkwoord, dat eerder al gebruikt is om te verwijzen naar de eerste komst van de Heilige Profeet Mohammed(s).

 **In een andere versie wordt gesproken van ‘een man’ in plaats van ‘enige mensen’

 [18] Een voorspelling in de Hadith over de Beloofde Hervormer na de Heilige Profeet Mohammed(s): Yakhrojul Mahdiyo Min Qaryatin Yoqalo Lahaa Kad’a d.w.z. De Mahdi zal in een dorp verschijnen, dat Kad’a wordt genoemd. (Jawahirul Asrar, p. 55)

Volgens de plaatselijke ontwikkeling van de taal Kada werd zeker eerst Islampur Qadi genoemd, dan werd dit Qadi en vervolgens Qadian. (Baharul Anwaar vol.1 pag.19) De Beloofde Hervormer zal duidelijk geen Arabier zijn.

In een andere Hadith wordt het volgende vermeld: Hij zal van Perzische afkomst zijn (Bukhari, 65: 62.1).

Nog een Hadith:

De Heilige Profeet Mohammed(s) zei: “Er zal een groep mensen samen met de Mahdi(as) zijn die de Jihaad (van tabliegh) in Hind zullen doen en de naam van deze Mahdi zal Ahmad zijn”. (Al Najmos Saqib vol.2 pag.21)

[19] Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), de Stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap had een wonderbaarlijke beheersing en ongeëvenaarde kennis van het Arabische taal. Hij kondigde aan dat hij de Beloofde Messias was (en hij kwam uit Qadian in India en hij was geen Arabier)… Allah schonk hem speciale kennis van de Arabische taal. Zijn woordenschat groeide wonderbaarlijk tot 40.000 grondwoorden in één nacht. Hij kreeg de opdracht om in het Arabisch te schrijven met de belofte dat hij hulp (van Allah) zou krijgen. Zijn eerste Arabische geschrift was een aanhangsel van zijn A’inah-Kamalate-Islam*. Dit hoofdstuk bevatte een uitdaging aan het adres van diegenen die een fout in zijn Arabisch zouden kunnen vinden. Konden zij iets dergelijks of iets beters produceren? Daarna schreef hij boek na boek in het Arabisch, in totaal meer dan 20 en hij loofde geldprijzen uit voor iedereen die iets dergelijks zou schrijven. Arabieren waren niet buitengesloten; één boek was speciaal gericht aan Sayyed Rashid Raza uit Al-Manar. De Sayyed aanvaardde de uitdaging niet. De ‘Ulema van India beweerden dat de Arabische werken van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) door Arabieren in het geheim geschreven waren. Zij gaven wel toe dat de geschriften verdiensten hadden. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) antwoordde dat als zij dat wilden zij ook Arabische schrijvers in dienst konden nemen. De literaire wedstrijd viel duidelijk in het voordeel van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) uit. Zijn Arabische werken bleven zonder antwoord. Op de vooravond van het Offerfeest (‘Idul-Adha) in het jaar 1900 kondigde hij aan dat hij de voorgeschreven preek in het Arabisch zou houden. Er werden schrijvers aangesteld om het op te tekenen. De preek, uitgegeven onder de naam Khutbah-Ilhamiyah (geopenbaarde preek) werd op tijd gepubliceerd. Dit taalwonder is een afspiegeling van het wonder van de Heilige Koran. Het is een teken van de waarachtigheid van de Beloofde Messias. De meest geleerde Arabische schrijvers van zijn tijd konden niet tippen aan zijn boeken. (Uit het boek “Uitnodiging” door Hadrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad; Pagina’s 182-183)

*Al-Qasidah; https://bieb.islamnu.nl/product/al-qasidah/ 

[20] Een voorspelling van de Heilige Profeet Mohammed(s) over de komst van de Beloofde Hervormer dat hij een vreemde uitspraak of accent heeft als hij het Arabische taal spreekt.

عن أبي هريرة إن المهدي اسمه محمد بن عبد الله في لسانه رتة (كتاب مقاتل الطالبين: ص 163-164 لأبي الفرج الأصفهاني
والرُّتة هي العجمة

“On the authority of Abu Huraira that the Mahdi is called Muhammad bin Abdullah, in his tongue there is foreign pronunciation of Arabic.”

“Op gezag van Abu Hurairah(ra) dat de Mahdi, Muhammad bin Abdullah wordt genoemd, is er in zijn taal een vreemde uitspraak in het Arabisch.”

(Kitabu Maqatilu Talibeen to Abu Alfaraj Alasfahani P. 163-164)

Wat betreft de uitspraak door het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba)

is het gebruikelijk onder de Moslims die afkomstig zijn van Zuid-Aziatische landen, zoals Pakistan, dat zij met een duidelijke accent spreken, omdat ze geen Arabieren zijn.

Als men de handleidingen van Fiqh (islamitische jurisprudentie) bestudeert, dan zal men zien dat de recitatie van de Heilige Koran met een niet-Arabische accent geldig is. De recitatie van de Heilige Koran met een niet-Arabische accent in het gebed is ook geldig. Het correct reciteren van de Heilige Koran is belangrijk, maar het accent, daar kan een niet-Arabier niets aan doen.

Een ander belangrijk punt is dat een geestelijk leider geen madrasa hoeft bij te wonen, en ook de Heilige Koran (wel correct maar) niet perfect hoeft te leren reciteren op de manier zoals een Qāri dat doet (een persoon die de Heilige Koran reciteert met de recitatieregels van Tajwīd), aangezien hij daartoe niet verplicht is.

Om dit punt verder toe te lichten:

Als men bepaalde recitatieregels van Tajwīd niet in acht neemt of niet in acht kan nemen, en de betekenis of de samenstelling van het woord niet verandert, dan is de recitatie geldig.

Het is alleen niet toegestaan als de Heilige Koran op een manier gereciteerd wordt waardoor de betekenis of samenstelling van woorden verandert.

Voor meer informatie (In het Engels) verwijst de Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde (Majlis Ansar Sultanul Qalam) u ook naar de bijgaande link van True Islam UK:

https://youtu.be/wPsh6V2NOtA (Khilafat Proves Ahmadiyya Islam TRUE; Response to Smile2Jannah…; True Islam UK is part of the National Tabligh dept UK)

TIMESTAMPS:

00:00​​ – Introduction

00:20​​ – Pronunciation of the Khalifa of the Ahmadiyya Muslim Community

02:03​​ – Pronunciation of the Companions of Prophet Muhammad(sa)

03:53​ – The Imam Mahdi will have foreign pronunciation

04:59​ – Speech impediments of Hazrat Musa(as) and Hazrat Hussein(ra)

06:15​ – Pronunciation will never be a measure of righteousness

08:28​ – The Khalifa’s advice regarding pronunciation and condemning those who beat children

09:45​ – How to assess if a Khalifa is true by using the Holy Qur’an

10:40​ – Khilafat-e-Ahmadiyya has proven to be true according to Holy Qur’an and Hadith

13:17​ – Others will never be able to establish Khilafat

14:34​ – Powerful Challenge from the Khalifa of the Ahmadiyya Muslim Community

16:04​ – We invite you

17:16​ – Baiat Ceremony – Pledging Allegiance to the Khalifa

 

 

Tien bezwaren tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap op Facebookpagina ‘Ottomanen Bijeen’ weerlegd

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

TIEN BEZWAREN TEGEN DE AHMADIYYA MOSLIM GEMEENSCHAP OP FACEBOOKPAGINA ”OTTOMANEN BIJEEN” WEERLEGD

Door: Youssef Ikhlaf & Ahmad Said Ikhlaf

Onlangs is er geconstateerd dat er een lasterlijke bericht is gepost tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap op de facebookpagina ‘Ottomanen bijeen’. Sommige niets vermoedende en onwetende Moslims nemen het onmiddellijk aan als waarheid. Men schrijft bepaalde geloofsovertuigingen toe aan de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap die zij niet aanhangen. Sterker nog, de woorden in onze literatuur worden uit hun context gehaald en uit hun verband gerukt, of ze zijn nergens te vinden in onze boeken. Van ieder weldenkend mens wordt verwacht dat hij/zij eerlijk en objectief onderzoek verricht door twee visies naast elkaar te leggen en in de originele bronnen na te gaan of een bepaalde aantijging er echt in staat en in welke context het er staat. Vele berichten zijn gebaseerd op vooroordelen; men is een mening toegedaan die niet op feiten is gebaseerd. Daarnaast zijn de berichten vooringenomen; men heeft een oordeel klaar staan voordat men de feiten onder ogen neemt. Haatberichten en valse berichten tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap worden klakkeloos gekopieerd en gepost. En het meest voorkomende is dat men de zogenoemde geleerden blindelings volgt zelfs als deze met een fabricatie komen of ongefundeerde opvattingen. Van de Heilige Koran, o.a. Surah Al-A’raf weten wij dat het de leiders waren in de geschiedenis die tegenstand boden tegen de Profeten van Allah.

Vreest Allah, dit soort gedragingen zijn volkomen in strijd met de ware leerstellingen van de Islam en de Sunnah van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.). De Heilige Koran veroordeelt het blindelings volgen van geruchten en valse verhalen en beveelt iedere Moslim om nauwkeurig onderzoek te doen:

“O gij gelovigen, indien een slecht persoon u nieuws brengt, onderzoekt het nauwkeurig opdat gij sommige mensen niet in onwetendheid schaadt en naderhand spijt krijgt van hetgeen gij hebt gedaan.” (De Heilige Koran: Hoofdstuk 49, vers 7).

 

De Heilige Koran zegt ook:

يا أَيُّهَا الَّذينَ آمَنوا إِذا ضَرَبتُم في سَبيلِ اللَّهِ فَتَبَيَّنوا وَلا تَقولوا لِمَن أَلقىٰ إِلَيكُمُ السَّلامَ لَستَ مُؤمِنًا تَبتَغونَ عَرَضَ الحَياةِ الدُّنيا فَعِندَ اللَّهِ مَغانِمُ كَثيرَةٌ ۚ كَذٰلِكَ كُنتُم مِن قَبلُ فَمَنَّ اللَّهُ عَلَيكُم فَتَبَيَّنوا ۚ إِنَّ اللَّهَ كانَ بِما تَعمَلونَ خَبيرًا

“O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah’s zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: “Gij zijt geen gelovige”. Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn goede dingen in overvloed. Zo waart gij voordien maar Allah bewees u Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker, Allah weet, wat gij doet.” (De Heilige Koran: Hoofdstuk 4, vers 95).

Personen die de bezwaren niet blindings volgen, wat hen betreft, moge Allah hen rijkelijk belonen en hen zegenen met Zijn Hidayaa (leiding), ameen.

Dit gezegd te hebben, zullen wij nu inhoudelijk reageren op de valse beschuldigingen die geuit zijn.

In het vermeende Facebook bericht ‘De ware Islam’ beweert de heer Muhammad Sheraz het volgende:

“Deze post is bedoeld om niemand te beledigen, maar om mensen in te lichten over deze groep en om jezelf te beschermen van hun Fitna.”

De fitna die wij momenteel op aarde zien onder de Moslims is afkomstig van de tegenstanders onder de niet-Ahmadi Moslims, want onder hen zijn er velen die elkaar bestrijden in het Midden-Oosten en in andere delen van de wereld. Zij zijn verdeeld in 73 sekten met als voornaamste sekten: de Sunni’s en de Sjiieten. Deze sekten bestaan weer uit vele subgroeperingen. Voordat de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap überhaupt bestond waren zij al verdeeld.

Voor de zaak van het argument zullen we de bezwaren hieronder één voor één beantwoorden, in sha’ Allah. Hieronder zijn de bezwaren opgesomd en daaronder worden de antwoorden op de bezwaren gegeven.

1. Zoals een ieder van ons weet is Rasūlullāh ﷺ de laatste Profeet en na hem komen er geen profeten.

2. Daar is absoluut GEEN meningsverschil over. Zowel vanuit de Qur’aan als Sunnah is dat Mutawatir (massa-transmissie) bevestigt.

3. Dit is dus een essentieel en fundamenteel punt in ons geloof (aqeedah), iemand die hier anders in gelooft zoals de Qadiyani groep valt per direct buiten de Islam en wordt daarmee een ongelovige.

4. Qadiyanies geloven dat er vorige eeuw een persoon het Profeetschap heeft geclaimd genaamd Mirza Ghulam Ahmad Qadiyani. Dit erkennen en accepteren ze ook met hart en ziel en bevestigen zijn valse claim van Profeetschap.

5. Deze groep is begonnen in India/Pakistan en probeert zich langzamerhand uit te breiden. Ze hebben ook andere afwijkende punten in hun geloof, maar dit is het grootste en belangrijkste punt waar iedereen van op de hoogte moet zijn.

Andere punten onder de topic in het comment gedeelte:

6. Ik heb gisterennacht aan de hand van een topic in deze groep een aantal geleerden beluisterd en zij delen jouw “mening” (dat Ahmadiyyat vals is). Bedankt voor je uitleg.

7. Zij hebben een sterke lobby in het westen. Werken ook vaak met de overheid. Vooral Duitsland, godsdienstlessen op scholen worden door hen gegeven. Super gevaarlijk!

8. Ze hebben ook lekkere banden met Israël, kan je nagaan Israël die al die Palestijnen zitten te vermoorden, maar geven wel onderdak aan Qadiyanies. Elke groep die voor de fitna en vernietiging van de islam zorgt is de beste vriend van Israël.

9. Mirza Ghulam zelf heeft gezegd, degene die niet in hem gelooft een kaafir is. Voor zover ik weet zien de qadiyanies de moslims ook als kuffaar en zichzelf als moslim. (ze halen het boek ‘the truth about the split’ aan bladzijde 57)

10. Je zult versteld zijn waarin zij geloven. Zij geloven dat onze Profeet Muhammad (vzmh) niet de laatste Profeet was. Echter dat er in Pakistan tientallen jaren geleden een man is gekomen die de laatste Profeet was.

Deze bezwaren gaan wij één voor één beantwoorden, in sha’ Allah. Zie hieronder:

1. Bezwaar: Zoals een ieder van ons weet is Rasūlullāh(s) de laatste Profeet en na hem komen er geen profeten.

Antwoord: Bepaalde Moslimstromingen volgen een interpretatie dat de Heilige Profeet Mohammed(s) de laatste Profeet is in absolute zin en ook de laatste Profeet is in termen van tijd, dat er derhalve na hem geen enkele Profeet meer kan komen in welke vorm dan ook en op welke manier dan ook.

Vele Moslimstromingen houden het geloof dat Khātam-an-Nabiyyīn’ (een titel vermeldt in de Heilige Koran) betekent dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de Laatste der Profeten is en dat er na hem geen enkele Profeet meer kan verschijnen. Tegelijkertijd geloven niet- Ahmadi Moslims ook dat Jezus, de zoon van Maria(as) (een Profeet) nog moet verschijnen.

Deze twee geloofspunten zijn tegenstrijdig: aan de ene kant beweren zij dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de Laatste der Profeten is en daarnaast wachten zij nog op een Profeet na Mohammed(s.a.w.), namelijk Jezus, de zoon van Maria(as).

De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) mag dan wel later zijn geboren dan Jezus, de zoon van Maria(as), maar dat maakt hem niet de laatste Profeet als Jezus, de zoon van Maria(as) nog terugkomt en na hem overlijdt.

De Heilige Profeet Mohammed(s) is later geboren dan Jezus, de zoon van Maria(as), maar Jezus, de zoon van Maria(as) zal (volgens vele moslims) na de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) komen te overlijden. Wie van hen wordt dan als ‘de laatste persoon’ gerekend? Degene die later is geboren of degene die later is gestorven? Uiteraard wordt degene als laatste persoon gerekend die later is gestorven. De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) kan dus volgens het gangbare moslimgeloof nooit de laatste Profeet zijn.

Er wordt vervolgens beweerd door sommige moslims dat Jezus, de zoon van Maria(as) bij zijn wederkomst geen Profeet zal zijn en andere moslims beweren dat hij wel een Profeet zal zijn. Echter, volgens de authentieke overleveringen van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) zal de Messias die in de laatste dagen zal verschijnen om de spirituele glorie van de Islam te herstellen wel een Nabi (Profeet) zijn. De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) heeft zelf het volgende gezegd.

In Sahih Muslim staat de volgende uitspraak van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) vermeldt:

نَبِيُّ اللَّهُ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ حَتَّى يَكُونَ رَأْسُ الثَّوْرِ لأَحَدِهِمْ خَيْرًا مِنْ مِائَةِ دِينَارٍ لأَحَدِكُمُ الْيَوْمَ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ فَيُرْسِلُ اللَّهُ عَلَيْهُمُ النَّغَفَ فِي رِقَابِهِمْ فَيُصْبِحُونَ فَرْسَى كَمَوْتِ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ ثُمَّ يَهْبِطُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى الأَرْضِ فَلاَ يَجِدُونَ فِي الأَرْضِ مَوْضِعَ شِبْرٍ إِلاَّ مَلأَهُ زَهَمُهُمْ وَنَتْنُهُمْ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى اللَّهِ

“Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen zullen belegerd worden … vervolgens zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen wenden tot Allah… vervolgens zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen … en tenslotte zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen opnieuw wenden tot Allah” (Sahih Muslim vol 4 pagina 2254)

In Sahih Bukhari heeft de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) twee verschillende personen beschreven die beiden ‘Jezus, de zoon van Maria’(as) worden genoemd. De vroegere Jezus(as) en de toekomstige Jezus(as). Interessant om erbij te vermelden is dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) twee verschillende personen noemde met twee verschillende huidskleuren en uiterlijke kenmerken.

Er worden in Sahih Bukhari (de meest authentieke overleveringen van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.)), verschillende beschrijvingen gegeven dat de eerste(as) en tweede Messias(as) verschillende personen zouden zijn. De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) beschrijft de eerste Messias(as) als een man met een lichte huid en de tweede Messias(as) als een man met een bruine huid.

De beschrijving van de vroegere Jezus, de zoon van Maria(as) (Boodschapper van God onder de Israëlieten):

‘Ik zag Mozes(as), Jezus(as) en Abraham(as) [in de spirituele hemelvaart]. Jezus(as) had een rode huidskleur, krullend haar en een brede borst. Mozes(as) had een bruine huidskleur, steil haar en een lange gestalte alsof hij van het volk van Az-Zutt was. (Sahih Bukhari, 3438; Vol. 4, Book of Prophets, Hadith 648)

De beschrijving van de toekomstige Jezus, de zoon van Maria(as) (Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), een boodschapper van God voor de gehele mensheid, onder de Moslims)

De profeet(s.a.w.) had het tegen de mensen over de Masih Ad-Dajjāl en zei: Allah is niet eenogig terwijl Masih Ad-Dajjāl blind is in het rechteroog en zijn oog lijkt op een uitpuilende druif. Terwijl ik gisteravond in de buurt van de Ka`ba sliep, zag ik in mijn droom een man met bruine kleur, de beste die er te zien is onder degenen met bruine kleur en zijn haar was zo lang dat het tussen zijn schouders viel. Zijn haar was dun en het water druppelde van zijn hoofd en hij legde zijn handen op de schouders van twee mannen terwijl hij de Ka’ba omcirkelde. Ik vroeg: ‘Wie is dit?’ Zij antwoordden: ‘Dit is Jezus, zoon van Maria(as).’ Achter hem zag ik een man met heel krullend haar en blind in het rechteroog, die qua uiterlijk leek op Ibn Qatan (d.w.z. een niet-gelovige). Hij legde zijn handen op de schouders van een persoon terwijl hij rond de Ka’ba liep. Ik vroeg: ‘Wie is dit? ‘Zij antwoordden: ‘De Masih, Ad-Dajjāl.’ (Sahih Bukhari, 3439, 3440; Vol. 4, Book of Prophets, Hadith 649)

Er worden duidelijk verschillende beschrijvingen gegeven van de eerste Messias die de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) zag in het visioen van de spirituele hemelvaart en de tweede Messias die nog moest komen. De ene had een lichte, rode huidskleur, de andere een bruine huid en lang haar. Ondanks dit verschil heette de tweede Messias nog steeds ‘Jezus, de zoon van Maria(as). Dit verklaart dat hoewel de twee Messiassen(as) verschillende mensen zouden zijn, zij dezelfde Messiaanse titel zouden hebben.

Dit toont duidelijk aan dat de vroegere Jezus(as) overleden is nadat hij zijn missie heeft voltooid zoals alle profeten hun missie hebben voltooid en overleden zijn. Dit wordt ook bevestigd in de Heilige Koran. En de toekomstige Jezus, de zoon van Maria(as) zal iemand anders zijn die onder de Moslims zal verschijnen onder dezelfde omstandigheden zoals de vroegere Jezus, de zoon van Maria(as) die onder de Joden verscheen. Deze toekomstige Jezus(as) is niemand anders dan Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) die al verschenen is. De vroegere niet-wetgevende profeet Jezus, de zoon van Maria(as) werd dus door God gezonden onder de Israëlieten om de ware betekenissen van de leerstellingen van het Jodendom te verkondigen, zodat de Joden die verdeeld waren weer te verenigen. De toekomstige niet-wetgevende profeet Jezus, de zoon van Maria(as) (Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as)) van de latere dagen zal door God gezonden worden onder de Moslim Ummah (Gemeenschap) om de ware betekenissen van de leerstellingen van de Islam te verkondigen, zodat de Moslims die verdeeld zijn weer te verenigen.

Dus in de overlevering van Sahih Muslim die boven werd geciteerd heeft de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) niet over de vroegere Jezus, de zoon van Maria(as) voorspeld, maar over de toekomstige Jezus, de zoon van Maria(as) over wiens komst de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) heeft voorspeld, viermaal aangeduid met Nabiullah, oftewel een Profeet van Allah. Dit maakt duidelijk dat de ‘Jezus’ die in de Laatste Dagen gaat komen een Profeet van Allah moet zijn.

En verder zei de Heilige Profeet(s.a.w.) ook:

حَدَّثَنَا هُدْبَةُ بْنُ خَالِدٍ، حَدَّثَنَا هَمَّامُ بْنُ يَحْيَى، عَنْ قَتَادَةَ، عَنْ عَبْدِ الرَّحْمَنِ بْنِ آدَمَ، عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم قَالَ لَيْسَ بَيْنِي وَبَيْنَهُ نَبِيٌّ – يَعْنِي عِيسَى – وَإِنَّهُ نَازِلٌ

“Er is geen Profeet tussen mij en hem, oftewel Jezus en hij zal nederdalen.” , en zijn metgezellen opnieuw wenden tot Allah” (Sunan Abu Dawud 4324)

Dit maakt duidelijk dat de Messias die zal verschijnen in de Laatste Dagen een Profeet moet zijn. Het is belangrijk om hier te vermelden dat het hier niet om een onafhankelijke Profeet of een wetgevende Profeet die een nieuwe sharia, boek of een nieuwe leer brengt. Nee, de Messias zal onderworpen zijn aan de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.). Hij zal komen om de glorie van de Islam te herstellen.

2. Bezwaar: Daar is absoluut GEEN meningsverschil over. Zowel vanuit de Qur’aan als Sunnah is dat Mutawatir (massa-transmissie) bevestigt.

Antwoord: Het argument dat mutawaatir over is geleverd dat er geen Profeet zal komen na de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) is één kant van het verhaal. Het andere kant van het verhaal is dat de interpretatie van die mutawaatir Ahadith onjuist is. Bovendien worden die Ahadith geïsoleerd en niet in samenhang bekeken met andere Ahadith over hetzelfde onderwerp. Er zijn bijvoorbeeld andere mutawaatir Ahadith waarin duidelijk vermeldt staat dat de Beloofde Messias en Imam Mahdi(as) een Profeet van Allah zal zijn die in de Ummah van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) zal verschijnen. Dit concept van mutawaatir houdt in dat vele sahaabah dit hebben overgeleverd aan vele taabi’ien, en dus niet bijvoorbeeld één of twee sahaabah. Dat in “vele Ahadith” overgeleverd is dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de laatste der Profeten is, is onjuist. Het zijn enkele Ahadith die door de tegenstanders van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap worden belicht en andere Ahadith waarin overgeleverd wordt dat de Beloofde Messias en Mahdi(as) een Profeet zal zijn wordt doelbewust weggelaten.

Een ander vermeldenswaardig argument is dat de niet- Ahmadi’s beweren dat er universeel idjma’ is (consenus, eenstemmigheid) onder de Moslims, de laatste veertienhonderd jaar, dat Khataman-Nabiyyin betekent dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de laatste is. Dit argument houdt geen steek; het raakt kant, noch wal. We zullen nu aantonen dat de anti-Ahmadi’s onwaarheden verspreiden.

Hieronder een lijst van vrome geleerden die allen beweerden dat er een niet-wetgevende Profeet kan verschijnen na de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.). Zij waren van mening dat Khataman- Nabiyeen betekent dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de laatst wetgevende Profeet is en dat een Profeet onderworpen aan de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) binnen zijn ummah kan verschijnen.

Lijst van vrome geleerden die allen de continuïteit van Profeetschap onderschreven:
  1. Hazrat Abdul Karim Jilani (Al Insanul Kamil Page 115, Vol 1. Ch 36. Page 69)
  2. Hazrat Imam Raghib Al Isfahani (Al bahr ul Muheet Vol.3, Page 699)
  3. Hazrat Imam Muhyuddin Ibn Arabi (Fusus ul Hikam, Page 134-135) & (Al Futuhat al
    Makkiyya Page 177-178)
  4. Hazrat Imam Mullah Ali Qari (Al Asrar al Murfuah fil Akhbar al Mauzuah page 192)
  5. Muhaddith Hazrat Shah Waliullah Delhi (Tafheemat e Ilahiyya Part 2 Page 85)
  6. Hazrat Abu Abdullah Muhammad Bin Ali Hussain Al Hakim of Tirmidhi (Kitab Khatm ul
    Auliya Page 341)
  7. Hazrat Maulana Rumi (Miftah ul Ulum vol 15 page 56-57) & (Miftah ul Ulum vol 13 page
    98,152)
  8. Nawab Siddiq Hassan Khan of Ahl-e-Hadith (Iqtrab ul Saat Page 162)
  9. Moulana Muhammad Qasim Nanauta Deobandi (Tahzir ul Naas Page 4,5 & 34) &
    (Mubahitha Page 24/25)
  10. Hazrat Abu Saeed Mubarak (Tofha Mursalah Sharief Page 5)
  11. Hazrat Imam Muhammad bin Abdul Baqee & Ibni Asakar (Zarqani Sharah Mwahabui
    Luddunia Vol 3 Page 163 and Sehlul Huda wal Irshad Page 55)
  12. Qari Abdul Tayyab of Deoband (Talimati Islam aur Masihi Aqwam Page 223/224)
    Continuity of Prophethood Page 9
  13. Muhaddith Hazrat Sheikh Ahmad Farooqi of Sarhind (Maktubat Imam Rabbani, Hazrath
    Mujaddid Alf Thani)
  14. Hazrat Maulana Faranghi Mahal – Sunni (Maulvi Abul Hayee: Majmuah Fatawa Vol 1.
    Page 144)
  15. Hazrat Maulana Abul Hasanat Abul Hayee – Sunni (Dafe ul Waswas Page 16)
  16. Hazrat Maulana Jalalud Din Rumi (Mathnavi Maulana Rum: Ch 1. Page 53)
  17. Hazrat Mazhar Jan Janan Naqshabandi (Maqamati Mazhari Page 88)
  18. Hazrat Imam Abu Jafar Sadiq – 6th Imam of Shia()
  19. Hazrat Mullah Ali bin Muhammad Sultan al Qari – Hanafi (Al Ishaat Fi Ashrat us Saat
    Page 226)
  20. Hazrat Imam Abdul Wahab Sherani (Al Yawaqeet Wal Jawahar Vol 2. Page 25)
  21. Hazrat Hafiz Barkhurdar (Nibras 445 footnote)
  22. Nawab Siddique Hasan Khan – Ahle Hadith (Iqtarabus Saat Page 162)
  23. Sheikh ul Imam Ibne Qateebah (Taqil Mukhtaliful Ahadith Page 236)
  24. Hazrat Shahabud Din Ahmad Hajar al Hashmi (Al Fatwa al Hadisiya Page 125)
3. Bezwaar: Dit is dus een essentieel en fundamenteel punt in ons geloof (aqeedah), iemand die hier anders in gelooft zoals de Qadiyani groep valt per direct buiten de Islam en wordt daarmee een ongelovige.

Antwoord: Als we dit ongegronde argument volgen dan vallen ook de vrome geleerden uit de geschiedenis van de Islam die beweerden dat er een Profeet kan verschijnen na de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) per direct buiten de Islam (God verhoedde). Ieder weldenkend mens en objectieve lezer kan nu inzien dat dit argument ongefundeerd is en volstrekt onjuist.

Ten tweede, tijdens een volkstelling in Medina vroeg de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) om op te schrijven hoeveel Moslims er waren. Dit waren er 700 in die specifieke tijdsfase.

De Profeet Muhammad(s.a.w.) zei:

“De Heilige Profeet (s.a.w.) zei: “Schrijf voor mij de namen op van elke individu die zichzelf een moslim noemt en dit uit met zijn eigen mond.” [Sahih Bukhari, Kitabul Jihadi Wassiyar, Babu Bitabatil Imma Minnasa, Hadith Nummer 3060. Zie ook Sahih Muslim, Kitabul Iman, Babu Jawazil, Istisrari Bil Imani, Lil Kha’ifi, Hadith Nummer 377]

Let op de woorden: “schrijf voor MIJ”. Hij bedoelde ermee dat dit zijn definitie is van een Moslim. Hij is de Boodschapper van Allah. De meerderheid van de hedendaagse moslimgeleerden geeft een definitie die volledig in strijd is met die van de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.).

4. Bezwaar: Qadiyanies geloven dat er vorige eeuw een persoon het Profeetschap heeft geclaimd genaamd Mirza Ghulam Ahmad Qadiyani. Dit erkennen en accepteren ze ook met hart en ziel en bevestigen zijn valse claim van Profeetschap.

Antwoord: Hier wekt men de suggestie dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) beweerde een nieuwe Profeet te zijn in een onafhankelijke hoedanigheid. Dit is onjuist en hij heeft dit nooit beweerd. Wat hij wel beweerde was dat hij een ondergeschikte Profeet was aan de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.). Hij bracht geen nieuw geloof en geen nieuwe sharia. Een van de doeleinden van de komst van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), de Beloofde Messias and Imam Mahdi, was om de innovaties en gewoonten die zijn geslopen in de Islam over de jaren weg te nemen, en de moslims terug te brengen naar de ware leerstellingen van de islam. Zelfs in de basis fundamenten zijn er langzaam misverstanden ingeslopen die door moslims worden geaccepteerd zonder dat ze nadenken over zulke overtuigingen.

5. Bezwaar: Deze groep is begonnen in India/Pakistan en probeert zich langzamerhand uit te breiden. Ze hebben ook andere afwijkende punten in hun geloof, maar dit is het grootste en belangrijkste punt waar iedereen van op de hoogte moet zijn.

Antwoord: De Ahmadiyya Moslim Jamaat breidt zich niet langzaam uit. Integendeel, de Gemeenschap is verspreid in 206 landen van de wereld met tientallen miljoenen leden en is de snelst groeiende Moslimgemeenschap ter wereld. Elke jaar treden er meer dan 500 duizend mensen tot de Gemeenschap.

6. Bezwaar: Ik heb gisterennacht aan de hand van een topic in deze groep een aantal geleerden beluisterd en zij delen jouw “mening” (dat Ahmadiyyat vals is). Bedankt voor je uitleg.

Antwoord: Laten we kijken naar wat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) gezegd heeft over “de geleerden” van deze tijd:

وَعَنْ عَلِيٍّ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «يُوشِكُ أَنْ يَأْتِيَ عَلَى النَّاسِ زَمَانٌ لَا يَبْقَى مِنَ الْإِسْلَامِ إِلَّا اسْمُهُ وَلَا يَبْقَى مِنَ الْقُرْآنِ إِلَّا رَسْمُهُ مَسَاجِدُهُمْ عَامِرَةٌ وَهِيَ خَرَابٌ مِنَ الْهُدَى عُلَمَاؤُهُمْ شَرُّ مَنْ تَحْتَ أَدِيمِ السَّمَاءِ مِنْ عِنْدِهِمْ تَخْرُجُ الْفِتْنَةُ وَفِيهِمْ تَعُودُ» . رَوَاهُ الْبَيْهَقِيُّ فِي شُعَبِ الْإِيمَان

Hazrat Ali vertelt, dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) zei: “Er zal een tijd komen, waarin niets van de Islam zal overblijven behalve de naam ervan, en niets van de Koran behalve de letters ervan. Hun moskeeën zullen vol zijn met aanbidders, maar voor wat betreft rechtschapenheid zullen ze leeg zijn en verlaten. Hun ‘Ulema’ (godsdienst-geleerden) zullen de slechtste schepselen zijn onder het firmament. Kwade plannen zullen door hen worden gemaakt en deze zullen zich uiteindelijk tegen hen richten.” (Mishkat al-Masabih 276, kitabul ‘Ilm; Book 2; Hadith 72)

En:

“Het uur zal komen waarin leiders de onderdrukkers zullen zijn.” (Al-Haythami, kitab al-fitan)

En:

Abu Dhar al-Ghifari zei: “Ik was op een dag in de aanwezigheid van de Heilige Profeet Mohammed(s) en ik hoorde hem zeggen: Er is iets wat ik meer vrees voor mijn Ummah dan de Dajjal. Het was toen dat ik zo bang werd, dat ik vroeg: O Boodschapper van Allah! Wie is het dat u meer vreest voor uw Ummah dan de Dajjal? Hij (De Heilige Profeet Mohammed(s)) zei: Misleidende Imams/ De leiders (geleerden) die dwalen.” (Musnad Imam Ahmad ibn Hanbal (Hadith nummers 20335, 21334 en 21335)

Dit zijn niet de geleerden waarvan men hidaya, leiding kan verwachten. Wat men wel kan doen is om zich te wenden tot Allah en een eerlijk en objectief onderzoek te doen.

7. Bezwaar: Zij hebben een sterke lobby in het westen. Werken ook vaak met de overheid. Vooral Duitsland, godsdienst lessen op scholen worden door hun gegeven. Super gevaarlijk!

Antwoord: De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.> richtte brieven aan Christelijke heersers, hen uitnodigend om de Islam te aanvaarden. Hij stuurde een delegatie Moslims naar de Christenen in Ethiopië en gaf hen opdracht zich daar te vestigen en de verspreiding van de Islam voort te zetten. Houdt dat in dat hij een sterke lobby had bij de Christenen? De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap treedt in de voetsporen van haar meester, de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.>. Als de tegenstanders de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap hierdoor beschrijven als agenten van de vijanden van de Islam dan is volgens deze logica en dit argument de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.> ook een agent van de niet-Moslims (God verhoedde).

8. Bezwaar: Ze hebben ook lekkere banden met Israël, kan je nagaan Israël die al die Palestijnen zitten te vermoorden, maar geven wel onderdak aan Qadiyanies. Elke groep die voor de fitna en vernietiging van de islam zorgt is de beste vriend van Israël.

Antwoord: De tegenstanders van Ahmadiyyat hebben een nieuwe beschuldiging bedacht dat Ahmadi Moslims de agenten van Israël zijn. In deze context dient u te onthouden dat de eerste stem die tegen de vestiging van Israël werd opgeworpen, de stem was van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Toen de kwestie Palestina in de Verenigde Naties aan de orde kwam, werd Hazrat Chaudhry Muhammad Zafrulla Khan, een toegewijde Ahmadi Moslim, door goddelijke genade in staat gesteld om op 9 oktober 1947 een krachtige toespraak te houden in het Comité van de Verenigde Naties dat zich met het probleem bezighield, waarin hij de zaak van de Palestijnse Arabieren met groot vermogen naar voren bracht. Hij deed dit hierna keer op keer. De Nawai Waqt van 12 oktober 1947, een Moslim krant was vol lof over Hazrat Chaudhry Muhammad Zafrulla Khan. Welnu, kan een rechtvaardig persoon de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap ervan beschuldigen de agenten te zijn van Israël?

Het voormalige internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Hazrat Mirza Bashirud-Din Mahmud Ahmad(ra), de Tweede Khalifa (Kalief) en het toegewijde lid van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Hazrat Chaudhry Muhammad Zafrulla Khan, deden er alles voor om zich te verzetten tegen de oprichting van de staat Israël. En de waarheid is dat afgezien van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap geen enkele andere Moslim stroming enig solide werk op dit gebied heeft verricht.

9. Bezwaar: Mirza Ghulam zelf heeft gezegd, degene die niet in hem gelooft een kaafir is. Voor zover ik weet zien de qadiyanies de moslims ook als kuffaar en zichzelf als moslim. (ze halen het boek ‘the truth about the split’ aan bladzijde 57)

Antwoord: Hazrat Mirza Ghulam Ahmad [vrede zij met hem] zei als antwoord op hun Takfir [uitspraken dat hij Kafir is]:

آمنت بالله وملائكته وكتبه ورسله والبعث بعد الموت، واشهد ان لا اله الا الله وحده لا شريك له واشهد ان محمداعبده ورسوله، فاتقوا الله ولا تقولوا لست مسلما واتقو الملك الذي اليه ترجعون

”Ik geloof in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn Boodschappers en in het leven na de dood. En ik getuig dat er niemand waardig is te worden aanbeden, behalve Allah, de Ene zonder deelgenoten; en ik getuig dat Mohammad Zijn dienaar is en Zijn Boodschapper. Vreest Allah en zegt niet: U bent géén Moslim. En vreest de Koning naar wie u zult worden teruggebracht.” (Izala-e-Auham, Ruhani Khaza’in, vol.3, blz. 102)

Het voormalige internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Hazrat Mirza Tahir Ahmad, de Vierde Khalifa (Kalief) vermeldt in zijn boek ‘Extreme lies and verdicts of disbelief against the Founder of the Ahmadiyya Muslim Jama’at’ op bladzijde 9 en 10:

“Om te beginnen is het een totaal valse beschuldiging dat de Ahmadiyyah Moslim Jama’at de eerste was die een decreet van kufr [ongeloof] uitte. Deze kwestie is ook aan de orde gesteld in het leven van de Beloofde Messias(as). Hij beantwoordde het als volgt: ‘Kan een maulvi, of andere onder onze tegenstanders, of een bewaarder van een heiligdom, bewijzen dat ik de eerste was die hen als ongelovig verklaarde? Als er een dergelijk document bestaat waarin ik deze mededeling of aankondiging heb gemaakt, of een boek dat ik heb gepubliceerd (en dit heb vermeldt), voordat zij mij als ongelovige verklaarden, laat hen dit naar voren brengen. Laat ze anders nadenken over hoe onrechtvaardig het is dat, nadat ze zelf de fatwa van kufr hebben uitgevaardigd, ze mij de schuld geven dat ik heb verklaard dat Moslims ongelovig zijn”. Haqiqatul-Wahi, blz.120, Ruhani Khaza’in, vol. 22. p. 123)

Het boek ‘The truth about the split’ is niet geschreven door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as), maar door Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad(ra) de Tweede Khalifa (Kalief) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Als men de gehele context leest en alle relevante passages, dan wordt duidelijk dat hij zegt dat degenen onder de Moslims die aan de ene kant in de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) geloven en aan de andere kant de Beloofde Messias(as) die door de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) zelf is voorspeld verwerpen, ongeloof plegen. Hij noemt hen Moslims en vermeldt daarbij dat zij tegelijkertijd ongeloof plegen door de Beloofde Messias(as) niet te aanvaarden.

Niemand heeft het recht om een ander persoon een Kafir (ongelovige) te noemen
  • De Heilige Koran verklaart: “O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah’s zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: “Gij zijt geen gelovige”. Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn goede dingen in overvloed. Zo waart gij voordien maar Allah bewees u Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker, Allah weet, wat gij doet.” (Heilige Koran: 4:95)
  • De Heilige Koran verklaart: “O, gij gelovigen, indien een slecht persoon u nieuws brengt, onderzoekt het nauwkeurig opdat gij sommige mensen niet in onwetendheid schaadt en naderhand spijt krijgt van hetgeen gij hebt gedaan.” (Heilige Koran: 49:7)
  • Het is overgeleverd door Jabir, dat Allah’s Boodschapper zei, “Een moslim is hij, van wiens hand en tong andere moslims veilig zijn.” (Sahih Muslim 41, Boek 1, Hadith 69)
  • Hazrat Usama bin Zaid(ra) die een man doodde, ondanks dat deze persoon “laa ilaaha illallaah” (Er is niemand aanbiddingswaardig, behalve Allah) uitsprak, dacht dat de man dit alleen zei, omdat hij zijn eigen leven wilde redden.De Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) heeft aan Hazrat Usama bin Zaid(ra) het volgende gezegd:“…Hebt gij zijn hart open gespleten; of hij hierin gelooft of niet?…” Deze Hadith vermeldt alleen een gedeelte van de Kalima die de persoon heeft uitgesproken en heeft nog niet eens Muhammadur Rasulullaah (Mohammed is de Boodschapper van Allah) uitgesproken. Dit houdt in dat niemand het recht heeft om een ander persoon een Kafir (ongelovige) te noemen.
    (Zie de volledig Hadith in Riyad as-Salihin 393; Sahih Bukhari 6872, Boek 87, Hadith 11en Sahih Muslim 96 a, Boek 1, Hadith 183)
  • “…Wie een gelovige beschuldigt van ongeloof, dan is het alsof hij hem heeft vermoord…” (Sahih Bukhari, Volume 8, Boek 78, Hadith 647)
  • Overgeleverd door Abu Dharr dat Allah’s Boodschapper heeft gezegd, “Als iemand een ander beschuldigt van ongeloof of hem de vijand van Allah noemt, zulk een beschuldiging zal tot hem (de beschuldiger) terugkeren indien de beschuldigde onschuldig is.” (Sahih Bukhari en Sahih Muslim; Riyad as-Salihin 1805, Boek 17, Hadith 295; Sunan Abi Dawud 4687; Boek 42, Hadith 92)
  • Overgeleverd door Abu Dhar: Dat hij de Profeet hoorde zeggen: “Als iemand een ander van Fusuq beschuldigt (door hem ‘Fasiq’ te noemen d.w.z. een slecht persoon) of hem van ongeloof beschuldigt, zulk een beschuldiging zal tot hem (d.w.z. de beschuldiger) terugkeren indien deze metgezel (de beschuldigde) onschuldig is.” (Sahih al-Bukhari 6045, Boek 78, Hadith 75)
  • “…De Heilige Profeet(s.a.w.) zei: “Schrijf voor mij de naam op van ieder individu die zichzelf als moslim verklaart”… (Sahih Bukhari 3060, boek 56, Hadith 265; Sahih Muslim, Kitabul Iman, Babu Jawazil Istisrari Bil Imani Lil Kha’ifi, Hadith No. 377.)
  • “..Wie dan ook zegt, ‘Er is niemand aanbiddingswaardig behalve Allah’, wendt tot de Qibla tijdens het bidden, net als ons de gebeden verricht en onze geslachte dieren eet, dan is diegene een moslim, en heeft dezelfde rechten en plichten zoals andere moslims hebben…” (Sahih Bukhari 393, Boek 8, Hadith 45)
  • “..Wie net als ons het gebed verricht, wendt tot de Qibla tijdens het bidden en van onze geslachte dieren eet is een moslim en is onder Allah’s en Zijn Profeet’s bescherming. Dus bedrieg Allah niet door hen te bedriegen die in zijn bescherming zijn…” (Sahih Bukhari 391, Boek 8, Hadith 43)
10. Bezwaar: Zij Je zult versteld zijn waarin zij geloven. Zij geloven dat onze Profeet Mohammad(s.a.w.) niet de laatste Profeet was. Echter dat er in Pakistan tientallen jaren geleden een man is gekomen die de laatste Profeet was.

Antwoord: De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap heeft nooit verklaard dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad(as) de laatste Profeet was. Ten tweede, wij geloven dat de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) de laatst wetgevende Profeet was. Islam is de laatste en volmaakte religie en de Heilige Koran is het laatst wetgevende boek van Allah voor de mensheid en de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) is de laatste Profeet die met een religie en een heilige boek kwam. Echter, een niet-wetgevende Profeet kan verschijnen zoals dit in de Heilige Koran is vermeld en door de Heilige Profeet Mohammed(s.a.w.) en door vroegere vrome geleerden.

Voor meer informatie verwijst de Ahmadiyya Moslimschrijversgilde (Majlis Ansar Sultanul Qalam) u naar de bijgaande linken:

De Messias is gekomen

0

De Ahmadiyya Moslim Djamaat (Gemeenschap), een Beweging in de Islam die over de gehele wereld is verspreid, is in 1889 gesticht te Qadian, in India.

Haar stichter, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, maakte er aanspraak op de Beloofde Hervormer te zijn wiens komst door de volgelingen van verschillende religies onder verschillende namen en titels werd verwacht.

De Hindoes verwachtten Krishna; de Christenen verwachtten de Messias; de Boeddhisten verwachtten de Boeddha en de Moslims verwachtten zowel de Mahdi als de Messias.

Onder Goddelijke leiding deed Hazrat Mirza Ghulam Ahmad de revolutionaire onthulling dat slechts een zulk een hervormer zou verschijnen die alle Beloofden wier missie het was het mensdom uiteindelijk in de schoot van een universele godsdienst te verzamelen, zou vertegenwoordigen.

Hij beweerde ook dat de Beloofde Hervormer niet in een onafhankelijke hoedanigheid zou verschijnen, maar als een ondergeschikte aan de Heilige Profeet van de Islam, Hazrat Mohammed Mustafa, mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn. Hij geloofde dat de Islam de laatste en de volledige levenswet voor het gehele mensdom was en in dit licht moet men zijn aanspraak zien dat de verwachte hervormer in de Islam moest verschijnen als een ondergeschikte Profeet aan Hazrat Mohammed, vrede zij met hem.

Zijn komst, zo verklaarde hij, zou uieindelijk een gouden tjidperk inleiden van een universele Godsdienst, waarvan de mens eeuwenlang had gedroomd, en waamaar hij eeuwenlang had verlangd.

In 1889 werd hem door God opgedragen om de basis te leggen van een gemeenschap die de doelstellingen van zijn komst zou nastreven. Daarom verklaarde hij op 23 maart 1889 in Ludhiana, een kleine stad in de Punjab in India, door de eed van trouw te aanvaarden formeel de stichting van de Ahmadiyya Moslim Djamaat.

Voor meer informatie verwijst de Ahmadiyya Moslim Djamaat u naar de bijgaande link:

https://bieb.islamnu.nl/product/de-ahmadiyya-moslim-gemeenschap-folder/

Video – De Messias is gekomen:

Reactie op interviews in De Volkskrant en Het Parool over debuutroman ‘Ik ga leven’ van Lale Gül

0

Foto: ontvangen van uitgeverij Prometheus.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

REACTIE OP INTERVIEWS IN DE VOLKSKRANT EN HET PAROOL OVER DEBUUTROMAN ‘IK GA LEVEN’ VAN LALE GÜL

Youssef Ikhlaf, jurist en vicevoorzitter Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde.

As-salāmu ʿalaykum wa rahmatullāhe wa barakātuhu – moge de vrede en de zegeningen van Allah met u zijn.

Achtergrond:
In dit artikel wil ik mijn bijdrage leveren aan de discussie over het interview van Lale Gül (Volkskrant[1] en Het Parool[2] , 25 februari). Alle punten die in de interviews genoemd zijn worden gedetailleerd beantwoord. Speciale dank gaat uit naar de heer Ahmad Said Ikhlaf (Voorzitter van het Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde).

Lale Gül schreef in haar debuutroman ‘Ik ga leven’ over hoe ze zich ontworstelde uit de grip van een streng islamitische opvoeding. Sinds haar achttiende beschouwt ze zichzelf als islamofoob. Ze lijkt bezorgd te zijn over de rigiditeit en striktheid van wat in haar belevingswereld de Islam is. Ze heeft bedenkingen en angsten bij de Islam die een gevolg zijn van haar persoonlijke ervaringen. Ze zegt er ook bij dat ze zich constructief opstelt. Het feit dat ze zich constructief opstelt, ondanks de negatieve reacties en ernstige bedreigingen op de sociale media die ze ontvangen heeft, is een positief signaal. Uit haar interview komt verder naar voren dat ze geïnteresseerd is in nieuwe inzichten, in het bijzonder in de rationele leerstellingen van de Islam waarmee ze zich kan identificeren.

Het is met name om die reden noodzakelijk om haar antwoorden te bieden die haar zullen helpen in haar zoektocht naar de ware leerstellingen van de Islam. We betreuren de intimidaties en bedreigingen die Lale Gül ontvangen heeft. Intimidaties en bedreigingen zorgen er enkel voor dat men verder weg van de Islam wordt gedreven. We bewijzen de Islam er geen dienst mee. De schoonheid van de Islam is inherent in haar leerstellingen en in staat om harten te veroveren, terwijl geweld hier haaks op instaat.

Silat-ur-Rahim: verwantschapsbanden
Allereerst wensen we Lale Gül goede banden toe met haar familie. De Islam leert ons om met liefde en respect om te gaan met onze ouders, en ouders op hun beurt in vriendelijkheid met hun kinderen. Silat-ur-Rahim duidt op het onderhouden van de verwantschapsbanden, het bezoeken van ouders en familieleden, aardig voor hen zijn, fouten vergeven en hen helpen. Zo heeft onze geliefde Profeet Mohammed(vzmh) vanaf het eerste moment van zijn verlichtende boodschap grote aandacht besteed aan het onderhouden van de familiebanden.

De Heilige Koran verklaard[3] :

وَ اعۡبُدُوا اللّٰہَ وَ لَا تُشۡرِکُوۡا بِہٖ شَیۡئًا وَّ بِالۡوَالِدَیۡنِ اِحۡسَانًا وَّ بِذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡیَتٰمٰی وَ الۡمَسٰکِیۡنِ وَ الۡجَارِ ذِی الۡقُرۡبٰی وَ الۡجَارِ الۡجُنُبِ وَ الصَّاحِبِ بِالۡجَنۡۢبِ وَ ابۡنِ السَّبِیۡلِ ۙ وَ مَا مَلَکَتۡ اَیۡمَانُکُمۡ

En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn (…)”.

Hazrat ‘Ali ibn Abu Tālib(moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
“Uw familie zijn de vleugels waarmee u kunt vliegen, uw oorsprong waaraan u vast dient te klampen, uw handen waarmee u grip hebt en uw tong waarmee u spreekt. Uw familie is uw steun in zware tijden. Eer de eerbaren onder uw familie, bezoek de zieken onder hen, maak het makkelijk voor degene die het moeilijk heeft, wees niet de reden dat uw familie tot de meest ongelukkigen onder de mensen zal zijn.”

Kort samengevat houdt het onderhouden van de familierelaties in dat men al het goede aan hen biedt en al het slechte van hen afhoudt.

Advies over maatschappelijke en religieuze discussies
Vaak zien we dat men de maatschappelijke of religieuze discussie voert op basis van meningen. Een mening is de manier waarop men over een bepaalde zaak denkt, maar dat kan net zoals een bewering waar of onwaar zijn. Zowel een mening als een bewering zijn subjectief en niet meetbaar. Beiden worden beïnvloed door een zogeheten referentiekader waarin persoonsgebonden factoren een rol spelen zoals perceptie, omstandigheden en persoonlijke ervaringen. Deze bepalen vaak onbewust, deels ook bewust, hoe iemand iets beoordeelt. Feiten daarentegen staan los van een mening of bewering en zijn dus ook onpartijdig. Een feit moet vastgesteld kunnen worden in religieuze teksten zoals in de Heilige Koran. Feiten zijn dus ontzettend belangrijk in het proces van kennisverwerving.

Islam wordt alleen vertegenwoordigd door de Heilige Koran, Sunnah en Hadith
Dat gezegd te hebben is het van fundamenteel belang om de Islam niet te beoordelen op grond van meningen of beweringen, of op grond van handelingen en uitingen van sommige moslims die de Islam niet goed begrepen hebben, maar op basis van haar oorspronkelijke bronnen, namelijk, de Heilige Koran, de Sunnah en de Hadith.

Herinterpretatie van religieuze teksten
In de interview wordt verder gezegd dat elke poging tot modernisering van de Islam tegengewerkt is. En daarnaast dat een herinterpretatie van een religieuze tekst als verzwakking van de leer wordt gezien door sommige moslims – hetgeen één van de redenen is waarom men nog steeds conservatief is blijven denken.

Lale Gül zei:
“Toen ik 16 was, keek ik naar YouTube- filmpjes van linkse Turken. Die vinden dat je de geloofsregels niet letterlijk moet nemen, maar moet herinterpreteren in onze tijdsgeest. Daar was ik zo blij mee: eindelijk vond ik mensen met wie ik me kon identificeren.”

Wat betreft een aanpassing van de religieuze tekst; dit is niet mogelijk aangezien de leer van de Islam met de tijdgeest meegaat, het propageert een universele boodschap voor alle volkeren en tijden. De Heilige Koran verklaard:

 اَلۡیَوۡمَ اَکۡمَلۡتُ لَکُمۡ دِیۡنَکُمۡ وَ اَتۡمَمۡتُ عَلَیۡکُمۡ نِعۡمَتِیۡ وَ رَضِیۡتُ لَکُمُ الۡاِسۡلَامَ دِیۡنًا

“Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen.” [4]

Ten aanzien van de termen ikmāl (vervolmaken) en itmām (voltooien) zegt Hazrat Mirza Basheer-ud-Din Mahmood Ahmad, Khalīfatul Masīh al-Thānira in zijn commentaar van de Heilige Koran ‘Tafseer-e-Kabeer’ het volgende[5]:

“De leerstellingen en geboden die van toepassing zijn op de fysieke, morele en spirituele ontwikkeling van de mens, zijn in de Heilige Koran in hun meest perfecte vorm (Ikmāl) belichaamd; terwijl het woord itmām (voltooien) laat zien dat niets is weggelaten wat de mens nodig had.”

Een aanpassing van de religieuze tekst is derhalve niet aan de orde. Een herinterpretatie is daarentegen wel mogelijk op voorwaarde dat dit niet in strijd is met andere relevante verzen van de Heilige Koran, de context en de praktijk van de Heilige Profeet Mohammed(vzmh). Het goede nieuws aan Lale Gül is dat de stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirzā Ghulām Ahmad van Qādiān, door God gezonden als de Beloofde Messias en Imam Mahdi(vzmh), de Islam los heeft gemaakt van fanatieke overtuigingen en praktijken door krachtig op te komen voor de ware en essentiële leerstellingen van de Islam. Hij waarschuwde tegen irrationele interpretaties van de Heilige Koran en onjuist toepassing van de Islamitische wet. Hij uitte voortdurend zijn bezorgdheid over de bescherming van de rechten van Gods schepselen. Als kanttekening, Ahmadiyyat is een herinterpretatie, een uiteenzetting van het geloof van de Heilige Qur’an en de Heilige Profeet Mohammed(vzmh). Ahmadis zijn dan ook Moslims die de Ahmadiyya uitleg van de Islam onderschrijven[6].

Letterlijk versus metaforisch
Verder leert de Heilige Koran ons dat er verzen zijn die letterlijk opgevat kunnen worden maar dat er ook verzen zijn die metaforisch opgevat kunnen worden. In sommige gevallen kunnen verzen zowel letterlijk als metaforisch geïnterpreteerd worden.

De Heilige Koran vermeldt in dit kader[7]:

هُوَ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ عَلَيۡكَ ٱلۡكِتَـٰبَ مِنۡهُ ءَايَـٰتٌ۬ مُّحۡكَمَـٰتٌ هُنَّ أُمُّ ٱلۡكِتَـٰبِ وَأُخَرُ مُتَشَـٰبِهَـٰتٌ۬‌ۖ

“Hij is het, Die u het Boek heeft nedergezonden; er zijn verzen in, die onoverdrachtelijk zijn, zij vormen de grondslag van het Boek, en er zijn andere (verzen), die zinnebeeldig zijn.”

En:

وَيَضْرِبُ اللَّه الْمْثَالَ لِلنهاسِ

“Allah geeft gelijkenissen voor de mensen; Allah heeft kennis van alle dingen.” [8]

Oorzaak van bedenkingen en angsten over de Islam
Verder is het ook belangrijk om te vermelden dat de Heilige Profeet Mohammed(vzmh) verkeerd is voorgesteld door enkele van zijn eigen volgelingen, zowel in de middeleeuwen als in de huidige tijd. De situatie wordt bovendien ook niet geholpen door de voortdurende strikte, selectieve en bekrompen interpretatie van de religie door een aantal aanhangers ervan. Als gevolg hiervan hebben sommige niet-moslims angsten bij de Islam. En wanneer bijgeloof, marginalisering van vrouwen, en dogma’s van onverdraagzaamheid en irrationaliteit worden toegeschreven aan God en aan religie dan is atheïsme of afvalligheid een natuurlijk gevolg ervan. Dit verklaard ook het fenomeen van afvalligheid van ex-moslims.

Geen dwang in de godsdienst
De Heilige Koran is er volstrekt helder over dat het de verantwoordelijkheid van een mens zelf is in wat hij of zij gelooft:

لَاۤ اِکۡرَاہَ فِی الدِّیۡنِ

“Er is geen dwang is in de godsdienst.”[9]

En:

فَمَنۡ شَآءَ فَلۡیُؤۡمِنۡ وَّ مَنۡ شَآءَ فَلۡیَکۡفُرۡ

“Laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil.” [10]

En ook:

وَ لَوۡ شَآءَ رَبُّکَ لَاٰمَنَ مَنۡ فِی الۡاَرۡضِ کُلُّہُمۡ جَمِیۡعًا ؕ اَفَاَنۡتَ تُکۡرِہُ النَّاسَ حَتّٰی یَکُوۡنُوۡا مُؤۡمِنِیۡنَ

“En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?” [11]

Ongetwijfeld heeft de Islam vanaf het jongste begin alle vormen van extremisme verworpen en de geciteerde verzen van de Heilige Koran vormen hiervan een duidelijk bewijs.

De Heilige Profeet Mohammed(vzmh) is een genade voor de wereld
Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, zei [12] [13] heel treffend dat de Heilige Koran van bladzijde tot bladzijde een vredesboek is dat universele menselijke waarden en mensenrechten verankert. En dat zonder enige twijfel, op elk moment van zijn leven, de Heilige Profeet Mohammed(vzmh) van de Islam enorme liefde en respect voor alle mensen manifesteerde. Hij leerde zijn volgelingen de gehele mensheid te respecteren en te waarderen. Zijn zuivere en nobele hart was vervuld van sympathie en te allen tijde zocht hij de verbetering van de mensheid. Hij streefde ernaar het lijden van anderen te verlichten. Gedurende zijn hele leven probeerde de Heilige Profeet van de Islam(vzmh) mensen in vrede bij elkaar te brengen en was hij altijd bereid om zijn eigen rechten op te geven ten gunste van anderen.

Veel niet-islamitische schrijvers en academici die de Islam zorgvuldig hebben bestudeerd, getuigen van het feit dat de Heilige Profeet Mohammed(vzmh) gemeenschappen probeerde te verenigen en de vrijheid van geloof verdedigde, zoals hij dat deed in Mekka en Medina, ook nadat hij overwonnen had. De Heilige Profeet Mohammed(vzmh) was het rolmodel, Uswa-e-Hasanah[14] en de genade der werelden, Rahmatul- lil-’Alamīn[15].

Islam moedigt het middenpad aan en verwerpt extremisme
In de Islam wordt het principe van het middenpad genoemd dat wasat (ook: al-wusta of wasatiyyah) heet, wat ‘matiging’ of ‘middenweg’ betekent, een concept dat in zowel de Heilige Koran, Hadith als de Sunnah voorkomt.

De Heilige Profeet(vzmh) zei over het middenweg:

وَإِيَّاكُمْ وَالْغُلُوَّ فِي الدِّينِ فَإِنَّمَا أَهْلَكَ مَنْ كَانَ قَبْلَكُمُ الْغُلُوُّ فِي الدِّينِ

“Pas op dat u niet tot het uiterste gaat in religieuze aangelegenheden.”[16]

Hij zei op een andere gelegenheid:

إِنَّ الدِّينَ يُسْرٌ، وَلَنْ يُشَادَّ الدِّينَ أَحَدٌ إِلاَّ غَلَبَهُ، فَسَدِّدُوا

“Religie is gemakkelijk, en niemand overbelast zichzelf in zijn religie, maar zal niet op die manier kunnen doorgaan. Wees dus geen extremisten.”[17]

En voorts zei hij:

يَسِّرُوا وَلاَ تُعَسِّرُوا، وَسَكِّنُوا وَلاَ تُنَفِّرُوا

“Maak het de mensen gemakkelijk, en maak het hen niet moeilijk, en stel hen gerust (met blijde tijdingen) en stoot (hen) niet af.”[18]

Commentatoren van de Heilige Koran hebben deze Ahadith geclassificeerd in de categorie van een goede authenticiteit.

Niemand draagt de zonde van een ander

Lale Gül zegt verder:
“Als devote moslims geloven ze in een hemel en hel. Ze willen niet dat hun kinderen in het eeuwige vuur zullen branden, daarom leggen ze mij beperkingen op. Mijn moeder gelooft bovendien dat mijn zonden voor haar rekening zullen komen. Op de dag des oordeels zal God vragen: wat deed jij, toen je dochter de duivel achterna ging?”

Niemand draagt de zonde van een ander volgens de Islam. De Heilige Koran verklaard:

مَنِ اہۡتَدٰی فَاِنَّمَا یَہۡتَدِیۡ لِنَفۡسِہٖ ۚ وَ مَنۡ ضَلَّ فَاِنَّمَا یَضِلُّ عَلَیۡہَا ؕ وَ لَا تَزِرُ وَازِرَۃٌ وِّزۡرَ اُخۡرٰی

“Degene die de rechte weg volgt, volgt deze slechts voor zijn eigen heil en hij die dwaalt, dwaalt alleen tegen zichzelf. En géén lastdrager zal de last dragen van een ander.”[19]

Het is uiteraard wel van belang om rekening met elkaar te houden.

De hel in de Islam is geen fysieke vuur
Wat de islamitische filosofie van de hel betreft zou ik aan Lale Gül willen meegeven dat het een louteringsproces is, geen fysieke hellevuur. Barmhartigheid en genade komen in gemeenschappelijk verband minstens 113 keer voor in de Heilige Koran. Een compleet hoofdstuk van de Heilige Koran heet ‘Ar- Rahman’ (de Barmhartige). Zelfs het allereerste vers van de Heilige Koran begint met:

بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

“In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.”[20]

Ijtihād onafhankelijke redenering
De Islam sluit ijtihād onafhankelijke redenering niet uit. Dit standpunt kan dus uitgedragen worden door leerkrachten in Koranscholen. Zij hoeven kritische vragen niet te vrezen, de Islam is immers een rationele religie en deinst niet terug voor wetenschappelijke en sociaal- maatschappelijke vraagstukken. Het standpunt van de Islam is ook dat een mens niet aangemoedigd wordt om – wie dan ook – blindelings te volgen of te imiteren. Een Hadith vermeldt dat de Heilige Profeet Mohammed(vzmh) zei:

“Als u een antwoord krijgt van iemand, dan moet u dat antwoord niet klakkeloos overnemen, maar bij uzelf nagaan [letterlijk: “aan uw hart vragen”] of het klopt of niet.” [21]

Integratie met behoud van religie, cultuur en taal

Lale Gül zegt verder:
“Ze kijken naar Turkse tv-programma’s en kunnen hun traditionele normen en waarden niet loslaten.”

Dat is geen probleem, zij mogen naar Turkse tv-programma’s kijken. Zolang traditionele normen en waarden geen wanorde veroorzaken en geen inbreuk maken op de vrijheid van een ander. Internationale verdragen vermelden integratie met behoud van religie, cultuur en taal, dit is bijvoorbeeld opgetekend in het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO, artikel 27):

“In Staten waar zich etnische, godsdienstige of linguïstische minderheden bevinden, mag aan personen die tot die minderheden behoren niet het recht worden ontzegd, in gemeenschap met de andere leden van hun groep, hun eigen cultuur te beleven, hun eigen godsdienst te belijden en in de praktijk toe te passen, of zich van hun eigen taal te bedienen.”

En in artikel 2 van de VN- Verklaring over de rechten van personen die behoren tot nationale of etnische, religieuze of taalminderheden:

“Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.”

Waarom mannen geen hoofddoek dragen

“Toen ze zich hardop afvroeg waarom meisjes het hoofd dienden te bedekken en jongens niet, werd dat weggewoven. ‘Volgens de leraar zou die vraag me zijn ingefluisterd door de duivel.”

Het doel van bedekking in de Islam is om bescheidenheid bij zowel mannen als vrouwen te inspireren. De Heilige Koran wend zich tot zowel de mannen en vrouwen wanneer het alle kinderen van Adam toespreekt:

یٰبَنِیۡۤ اٰدَمَ قَدۡ اَنۡزَلۡنَا عَلَیۡکُمۡ لِبَاسًا یُّوَارِیۡ سَوۡاٰتِکُمۡ وَ رِیۡشًا ؕ وَ لِبَاسُ التَّقۡوٰی ۙ ذٰلِکَ خَیۡرٌ ؕ ذٰلِکَ مِنۡ اٰیٰتِ اللّٰہِ لَعَلَّہُمۡ یَذَّکَّرُوۡنَ

“O kinderen van Adam! Wij hebben u inderdaad kleding nedergezonden om uw naaktheid te bedekken, ook om sierlijk te zijn, doch het kleed van godsvrucht is het beste. Dit is een teken van Allah, opdat zij er lering uit mogen trekken.”[22]

In de Islam wordt een volwassen vrouw voorgeschreven om een hoofddoek te dragen, en de volwassen man wordt voorgeschreven om een hoofdbedekking te dragen tijdens de vijf dagelijkse gebeden. De Heilige Koran benadrukt herhaaldelijk de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Zie bijvoorbeeld:

یٰۤاَیُّہَا النَّاسُ اِنَّا خَلَقۡنٰکُمۡ مِّنۡ ذَکَرٍ وَّ اُنۡثٰی وَ جَعَلۡنٰکُمۡ شُعُوۡبًا وَّ قَبَآئِلَ لِتَعَارَفُوۡا ؕ اِنَّ اَکۡرَمَکُمۡ عِنۡدَ اللّٰہِ اَتۡقٰکُمۡ ؕ اِنَّ اللّٰہَ عَلِیۡمٌ خَبِیۡرٌ

“O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah…” [23]

وَ مَنۡ عَمِلَ صَالِحًا مِّنۡ ذَکَرٍ اَوۡ اُنۡثٰی وَ ہُوَ مُؤۡمِنٌ فَاُولٰٓئِکَ یَدۡخُلُوۡنَ الۡجَنَّۃَ یُرۡزَقُوۡنَ فِیۡہَا بِغَیۡرِ حِسَابٍ

“…wie goed doet, man of vrouw, en gelovig is zal het paradijs binnengaan; daarin zullen zij van alles worden voorzien, zonder berekening.” [24]

Echter houdt gelijkwaardigheid niet in dat er geen verschillen zijn in de fysische en chemische structuren tussen mannen en vrouwen, en juist daarom zijn er verschillen in kledingvoorschriften. De Islamitische voorschriften zijn derhalve gebaseerd op wijsheid.

Het dragen van een hoofddoek is een vrije keuze
Verder is er geen wet in de Islam die een vrouw straft voor het niet dragen van een hoofddoek. Volgens de islamitische wet heeft een man geen jurisdictie om een vrouw te dwingen een hoofddoek te dragen. Hij kan, als hij enig gezag heeft over een vrouw (als echtgenoot of vader of broer), uitleggen, verzoeken, en in het geval van een vader, om het van zijn dochter te vragen, maar heeft absoluut niet het recht haar te dwingen een hoofddoek te dragen. Laat het dus duidelijk zijn dat het dragen van een hoofddoek een vrije keuze is, en het niet dragen van een hoofddoek ook een vrije keuze is. Dwang heeft geen basis in de Heilige Koran, noch in de praktijk van de Heilige Profeet Mohammed(vzmh).

Het doel van bedekking en de hoofddoek
Sommige mensen maken bezwaar tegen het dragen van een hoofddoek omdat ze de wijsheid van het dragen van een hoofddoek niet begrijpen. Anderen beweren dat een hoofddoek een symbool is van onderdrukking en een instrument voor het verspreiden van de Islam. Deze beweringen zijn onjuist. Het dragen van een hoofddoek is een persoonlijke keuze en een religieus voorschrift.

Een hoofddoek wordt gedragen om spirituele verbondenheid met Allah te verkrijgen. Een ander reden is om ervoor te zorgen dat vrouwen worden beoordeeld op hun capaciteiten en talenten, en niet op basis van hun lichaam en figuur. Een hoofddoek wordt gedragen zodat vrouwen niet slechts gezien worden als een lustobject. Kortom, afgezien van enkele vluchtelingen die van extremistische groeperingen zijn gevlucht, dragen moslimvrouwen een hoofddoek en bedekken zij zichzelf uit vrije wil omdat het hun eigen vrije en democratische keuze is. Vraag het aan een willekeurige moslimvrouw, en zij zal dit bevestigen.

Er zijn verder veel vrouwen met een hoofddoek die zeer goed geïntegreerd zijn, een bijdrage leveren aan de samenleving, en ook afstand nemen van elke vorm van haat of extremisme. In moslimlanden kunnen we moslimvrouwen in de hoogste posities van de maatschappelijke ladder vinden.

Waarom er geen vrouwelijke Imams zijn

Lale Gül zegt:
“Een week later zat ik in de les. Toen ik betwijfelde of homoseksualiteit een ziekte was, werd ik streng toegesproken. (…) Ik ken geen enkel islamitisch land waar het als homo, afvallige of feministische vrouw aangenaam leven is. Elke poging om de Islam te moderniseren, van vrouwelijke imams tot moskeeën waar homo’s welkom zijn, wordt tegengewerkt.”

Het aanpassen of herinterpreteren van de Islam is al eerder in het artikel besproken. Ook is eerder aan de bod gekomen dat de Islam wordt vertegenwoordigd door de Heilige Koran, de praktijk van de Heilige Profeet Mohammeds en de Hadith. Wat moslimlanden doen staat hier los van. Ten aanzien van homoseksualiteit, afvalligheid en vrouwelijke Imams in Moskeeën, het volgende:

Wat de rechten van vrouwen betreft heeft de Islam vrouwen 1400 jaar geleden al waardevolle rechten toegekend die vrouwen in het Westen pas iets meer dan een eeuw geleden kregen. In de Islam is de moskee een ruimte voor zowel mannen als vrouwen; het speelt een belangrijke rol in het spirituele en sociale leven van beiden. Maar moet een moslimvrouw bewijzen dat ze gelijkwaardig is door mannen in het gebed te leiden?

Tijdens de aanbidding dient men zich op het gebed en op Allah te concentreren en dient men zich door niets anders te laten afleiden. De verschillende fysieke houdingen tijdens het gebed in de Islam maken het om die reden verstandig voor mannen en vrouwen om afzonderlijk te bidden, zodat iedereen gefocust kan blijven op het gebed. Dit is het doel van het gebed en dit is de reden waarom er geen vrouwelijke Imams zijn. Maar dat wil niet zeggen dat vrouwen elkaar onderling niet in het gebed kunnen leiden, dat doen ze wel. Ze leiden elkaar in het gebed en leiden ook kinderen van beide geslachten in het gebed. Voor meer informatie hierover wordt de lezer verwezen naar de volgende twee artikelen.[25][26]

De houding van de Islam tegenover homoseksuelen
Het onderwerp over homoseksualiteit werd besproken in een bijeenkomst van de nationale Amila van Canada Djamaat op 30 oktober 2017 met het international Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad beantwoordde vragen hierover en zei:

“Het is nooit juist om mensen te vervolgen of om enige haat te tonen tegen wie dan ook.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei verder:

“Toen ik eerder dit jaar in Zweden was, werd ik door de media gevraagd over homoseksualiteit en ik vertelde hen dat we geen haat of wrok koesterden jegens homoseksuelen en dat we de vervolging van welke groep dan ook veroordeelden. Evenzo werd mij ook gevraagd wat onze reactie zou zijn als een Ahmadi Moslim zou zeggen dat hij homo was, en in reactie daarop zei ik dat we ze niet zouden beletten om naar de moskee te komen. Echter, omdat homoseksualiteit in strijd is met de islamitische leer, zouden we, vanwege onze bezorgdheid en liefde voor die persoon, proberen uit te leggen waarom de Islam het als verkeerd beschouwt.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei tenslotte terwijl hij zich wendde tot Ahmadi Moslims:

“U zou nooit enige complex of verlegenheid moeten voelen over de islamitische leerstellingen. In plaats daarvan zou u met vertrouwen en zonder boos of angstig te worden de logica en wijsheid achter elke islamitische leerstelling moeten kunnen uitleggen.”

Geen straf voor afvalligheid in de Islam
Ten aanzien van afvalligheid; er is geen straf voor afvalligheid in de Islam. Het heeft ook geen enkele basis in de Heilige Koran. Bovendien is er geen enkel voorbeeld van enige straf voor afvalligheid die werd toegekend door de Heilige Profeet Mohammed(vzmh). Integendeel hij gaf hen de vrijheid om de Islam te verlaten. Dit is goed gedocumenteerd. Overheden die een dergelijke wetgeving hebben ontwikkeld doen dit in strijd met de leerstellingen van de Islam. En families die hun kinderen dwingen de Islam niet te verlaten en hen anders verstoten zijn niet goed op de hoogte van de ware leerstellingen van de Islam.

De Heilige Koran verklaard expliciet:

لَکُمۡ دِیۡنُکُمۡ وَلِیَ دِیۡنِ

“Voor u uw godsdienst, en voor mij mijn godsdienst.”[27]

وَ قُلِ الۡحَقُّ مِنۡ رَّبِّکُمۡ ۟ فَمَنۡ شَآءَ فَلۡیُؤۡمِنۡ وَّ مَنۡ شَآءَ فَلۡیَکۡفُرۡ

“Zeg: “Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil.”[28]

اِنَّ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ اٰمَنُوۡا ثُمَّ کَفَرُوۡا ثُمَّ ازۡدَادُوۡا کُفۡرًا لَّمۡ یَکُنِ اللّٰہُ لِیَغۡفِرَ لَہُمۡ وَ لَا لِیَہۡدِیَہُمۡ سَبِیۡلًا

“Voorzeker, degenen die geloven, daarna verwerpen, dan wederom geloven dan wederom verwerpen en daarna in ongeloof toenemen, hen zal Allah niet vergeven, noch zal Hij hen op de rechte weg leiden.”[29]

Soms zegt men, ‘ja, maar dat geld niet voor geboren Moslims, die mogen de Islam niet verlaten.’

De Heilige Koran geeft zelf hierop antwoord:

لَاۤ اِکۡرَاہَ فِی الدِّیۡنِ

“Er is geen dwang in de godsdienst.”[30]

In dit vers wordt niet gezegd dat dwang wel van toepassing is op degenen die geboren moslims zijn. Ook voor geboren moslims is er dus geen dwang in de godsdienst.

Er is duidelijk geen wereldlijke straf in de Islam voor afvalligheid. Zo’n straf wordt niet voorgeschreven in de Islam.

Tenslotte nodigen wij Lale Gül en de lezers van harte uit om vragen te stellen. U kunt contact met ons opnemen via dit contactpagina: https://moslimschrijvers.nl/contact/

Andere reacties over het boek ”Ik ga leven” van Lale Gül vindt u hier:
Reactie van Suhaib Akmal
Reactie van Atta-un-Noor

LITERATUURLIJST

[1] De Volkskrant https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/lale-gul-schreef-een-boek-over-haar-streng-islamitische-opvoeding-en-werd-verketterd-ik-word-een-nestbevuiler-genoemd~b279c388/

[2] Het Parool https://www.parool.nl/ps/lale-gul-23-keerde-de-islam-de-rug-toe-mensen-willen-mij-wurgen-mijn-moeder-snapt-dat~b00dbabc/

[3] De Heilige Koran 4:37

[4] De Heilige Koran, 5:4

[5] https://www.alislam.org/quran/view/?page=752&region=E52

[6] (Bladzijde 17)https://bieb.islamnu.nl/product/uitnodiging/

[7] De Heilige Koran: 3:8

[8] De Heilige Koran: 24:36

[9] De Heilige Koran: 2:257

[10] De Heilige Koran: 18:30

[11] De Heilige Koran: 10:100

[12]https://www.khalifatulmasih.org/articles/religious-tolerance-and-freedom-in-islam/

[13]https://www.khalifatulmasih.org/articles/leaving-a-legacy-for-future-generations/

[14] De Heilige Koran: 33:22

[15] De Heilige Koran: 21: 108

[16] Sunan an-Nasa’i, vol. 3, boek 24, Hadith 3059

[17] Sahih al-Bukhari, vol. 1, boek 2, Hadith 39

[18] Sahih al-Bukhari, vol. 8, Boek 73, Hadith 146

[19] De Heilige Koran: 15:16

[20] De Heilige Koran: 1:1

[21] Aboe Abdellah Ahmed Ibn Ahmed Ibn Mojamed Ibn Hanbel Ibn Hilal Ibn Asadal-Shaybani, Mosand Al-Imam Ahmed Ibn Hanbel, Volume 29, Damascus 2001, p. 278-279.

[22] De Heilige Koran: 7:27

[23] De Heilige Koran: 49:14

[24] De Heilige Koran: 40:41

[25] https://www.reviewofreligions.org/28374/do-muslim-women-need-to-prove-their-equality-by-leading-men-in-prayer/

[26] https://rationalreligion.co.uk/why-arent-there-female-imams-in-islam-a-response-to-emma-barnett-on-bbc-radio-4/

[27]  De Heilige Koran: 109:7

[28] De Heilige Koran: 18:30

[29] De Heilige Koran: 4:138

[30] De Heilige Koran: 2:257

Hoofddoek is geen symbool

0

Geschreven door de heer Attaul Latief Verhagen

Advocaat-generaal Rantos van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt dat een werkgever zijn werknemers mag verbieden een hoofddoek te dragen onder het mom van neutraliteit (NRC 3 maart 2021).

De hoofddoek is echter geen symbool van religieuze partijdigheid, maar een universeel kledingstuk dat in vele culturen en religies voorkomt, zoals in het hindoeïsme, jodendom, christendom en later pas in de islam. We zien het bedekken van het hoofd uit respect ook terug in de traditie van het dragen van hoedjes tijdens Prinsjesdag. Beperkingen hieraan opleggen is zowel een inbreuk op de godsdienstvrijheid als op de lichamelijke integriteit.

Het is trouwens de wereld op zijn kop als men zich moet aanpassen aan intolerante individuen die er aanstoot aan nemen als iemands mogelijke religie afleidbaar is. Een neutrale uitstraling waar iedereen zich in herkent is bovendien lastig te realiseren. Een diverse uitstraling is dan praktischer.

Het is juist een teken van transparantie als iemands geloof van buiten zichtbaar is. Bij onzichtbare overtuigingen kunnen mensen heimelijk en dus makkelijker partijdig zijn.

Sterker nog, van degenen die openlijk moslim zijn, mag de hoogst mogelijke standaard van neutraliteit worden verwacht. Zo mogen zij worden aangesproken op de koranische instructie:

“O u die gelooft, wees nauwgezet in het naleven van rechtvaardigheid, terwijl u getuigen voor Allah bent, zelfs al was het tegen uzelf, of ouders en verwanten. Hetzij rijk of arm, Allah is behoedzamer over hen. Volg niet de begeerten, opdat u niet onrechtvaardig zult zijn. En als u de waarheid omzeilt of u ervan afwendt, Allah is goed op de hoogte van wat u doet.” (4:135/136)

Reactie over het boek ”Ik ga leven” geschreven door Lale Gül

0

Reactie over het boek ”Ik ga leven” geschreven door Lale Gül

Geschreven door de heer Atta-un-Noor

Na het lezen van het interview met mevrouw Lale Gül heb ik me genoodzaakt gevoeld om te reageren op aantal punten die in het interview aan bod zijn gekomen.
Allereerst vind ik het zeer jammer dat mevrouw Gül zich onveilig voelt en vreest voor haar welzijn en veiligheid. De islamitische leerstelling is heel duidelijk; er is geen dwang in geloof (Koran 2:257). Dit betekent dat niemand vervolgd mag worden voor haar/zijn ideeën. Daarom acteren de mensen die zich gekwetst voelen en haar bedreigen juist tegen de leerstelling van de Islam.

Ik ben zelf moslim en ben een actief lid van de maatschappij, ik vind dat mijn geloof mij niet belemmert maar juist in staat stelt om een nuttige en positieve bijdrage te leveren aan dit prachtige land met een rijke en vreedzame cultuur. De Islam is een prachtige levenswijze, het heeft geen zwaard en geen dwang op enigerlei manier nodig om deze boodschap over te brengen.

De problemen en moeilijkheden die de mevrouw in haar boek en haar interview aankaart, vinden hun oorsprong vooral in de manier waarop haar ouders haar hebben behandeld in hun pogingen om haar als moslima op te voeden. Het is duidelijk dat haar ouders zelf de islamitische leerstellingen niet goed hebben begrepen anders zouden zij haar nooit op deze manier hebben behandeld. De Islam is de enige leerstelling die erg veel aandacht besteedt aan de juiste manier van opvoeden. Eén van de belangrijkste aspecten is het tonen van respect voor de kinderen. De Islam beveelt ouders om respect en liefde te tonen aan de kinderen en altijd zorgzaam en waardig om te gaan met jongeren en hun gevoelens. Voor het opvoeden van de kinderen moeten ouders zelf als voorbeeld dienen. Het is duidelijk dat in het geval van mevrouw Gül haar ouders onvoldoende aandacht en begrip hebben getoond voor haar gevoelens waardoor zij altijd in pijn was en zich alleen voelde.

Het is zeer jammer om te constateren dat door onjuiste wijze van opvoeden van haar ouders, zij precies het tegenovergestelde hebben bereikt, namelijk dat hun kind Islam als de boosdoener ziet.

Mevrouw Gül komt zeer intelligent, volwassen en oprecht op mij over en ik zou haar (en anderen mensen die dezelfde situatie hebben meegemaakt) willen verzoeken dat zij zichzelf verdiepen in de islamitische leerstelling om tot een eigen conclusie te komen of de negatieve gevoelens richting Islam inderdaad de juiste zijn. Het zou heel jammer zijn dat mevrouw Gül en anderen de onjuiste manier van opvoeden van hun ouders associëren met Islam en ten onrechte Islam de schuld geven en zodoende de prachtige leerstellingen van het Islam zelf niet ervaren.

Andere reacties over het boek ”Ik ga leven” van Lale Gül vindt u hier:
Reactie van Suhaib Akmal
Reactie van Youssef Ikhlaf

Valse beschuldigingen over Mohammad

0

Aan: opinie@nrc.nl – 21 juni 2011

Martin Bosma beweert in zijn wisselcolumn dat de heilige profeet Mohammad, een enthousiaste slavenhouder en veroveraar was. Deze beschuldigingen vereisen een weerwoord.

Ten eerste heeft Mohammad nooit agressie gebruikt. Hij en zijn volgelingen werden waren genoodzaakt tot onvermijdelijke zelfverdedigingsoorlogen.

Wat slavernij betreft, Mohammad heeft zelf nooit slaven gehad. Bij zijn huwelijk met Khadidja droeg zij haar bezit en alle slaven over, die hij onmiddellijk vrij maakte. Hieronder was Zaid, die in zijn jeugd was ontvoerd en verkocht als slaaf. Hij verkoos het om bij Mohammad te blijven, zelfs toen zijn ouders hem later hadden teruggevonden, waarna Mohammad hem uit vreugde tot zijn zoon had benoemd.

Mohammad bracht juist verandering in de gruwelijk pre-islamitische praktijken van slavernij, door enerzijds de positie van bestaande slaven te verbeteren en aan te moedigen hun te bevrijden en anderzijds stappen te nemen om slavernij geleidelijk af te schaffen.

Mohammad heeft gezegd dat God op de Dag des Oordeels oorlog zal voeren tegen degenen die een vrije man tot slaaf maakt, hem verkoopt en de opbrengst consumeert (Bukhari).

Krijgsgevangenen waren slaven die vrijheid kregen of die konden verkrijgen door loskoop of door zelf ervoor te werken.

De laatste woorden van Mohammad op zijn sterfbed waren: Houdt vast aan de voorgeschreven gebeden en aan mijn bevelen m.b.t. slaven (Ibn Maja). Dit is veelzeggend over zijn sympathie voor slaven.

A. Verhagen
Bestuurslid Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland

Mobarak Moskee
Oostduinlaan 79
2596 JJ Den Haag

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”

Uiting van vrijheid

0

Geplaatst op 04 maart 2008 in De Spits

De islam is voor vrijheid van meningsuiting, omdat dit de waarheidsvinding bevordert. Dit moet echter zonder leugens, bespotten en haat zaaien, omdat dit waarheidsvinding belemmert, mensen onrecht aandoet en de vrede in de samenleving aantast. De misdaden die door zogenaamde moslims worden gepleegd, zijn juist in strijd met de islam. Het is dus een enorme leugen om de islam de schuld te geven van deze misdaden. Voor degenen die toch vinden dat de publicatie van de Deense cartoons en het tonen van de film van Wilders uitingen zijn van de verdediging van onze vrijheid, heb ik de volgende vraag: vinden jullie ook dat degenen die zich bespottend, haat zaaiend en met laster uitlaten over joden, Europeanen, politieagenten, scheidsrechters, collega’s, klasgenoten, buren, mensen met overgewicht of een andere huidskleur voorvechters zijn van onze vrijheid? Of geldt de vrijheid om te liegen en haat te zaaien alleen tegen moslims?

A. Verhagen
Bestuurslid Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”