In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

dinsdag, november 29, 2022

بِسْــــــــــــــــــمِ اﷲِالرَّحْمَنِ اارَّحِيم
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Liefde voor iedereen, haat voor niemand

Home Blog Pagina 2

De hoofddoek: een vorm van onderdrukking of juist een uiting van vrijheid?

0

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحِيْمِ
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
 

Henna Maryam Ikhlaf
(Ahmadiyya Moslim Vrouwenorganisatie Nederland)

Geachte lezers, Assalamu ‘Alaikum; Vrede zij met u allen.

INLEIDING

De vraag of de Islamitische hoofddoek op school, in openbare diensten, en op de werkvloer mag gedragen worden is en blijft actueel. De vragen en argumenten rond de hoofddoeken lopen daarbij naadloos over in vragen rond de integratie van de Islamitische migranten en hun nakomelingen. Het lijkt dat de hoofddoek één van de belangrijkste breekpunten is in het samenleven met Moslims.

HOOFDDOEK GEEN SYMBOOL VAN ONDERDRUKKING

De hoofddoek wordt gepresenteerd als een symbool van onderdrukking van de vrouw. Dit alles is echter volledig in tegenstrijd met de werkelijke, universele en vreedzame leerstellingen van de Islam. Immers, de Islam en daarmee ook de draagsters van hoofddoeken brengen het element onderdrukking in het geheel niet in verband met hun godsdienst en met het dragen van hoofddoeken. Integendeel, het verbieden van het dragen van de hoofddoek wordt door ons als onderdrukkend ervaren.

HOOFDDOEK VOELT BEVRIJDEND AAN VOOR MOSLIMVROUWEN

Velen kunnen zich niet voorstellen hoe bevrijdend het is voor Moslimvrouwen om hun hoofddoek zonder gewetensbezwaren en in alle vrijheid te kunnen dragen. Dit omdat veel Moslimvrouwen overtuigd zijn van de prachtige leer van de Islam. De keus om de hoofddoek te dragen is niet gebaseerd op de eisen van de mannen of om haar gevangen te zetten maar is het resultaat van de vrijheid om eigen beslissingen te nemen en is een symbool van echte onafhankelijkheid.

HET DOEL VAN HET HOOFDDOEK

De hoofddoek is bedoeld om de vrouw door God gegeven vermogens te verbeteren en bij te dragen in de samenleving met haar kwaliteiten en talenten. Ter verduidelijking; een hoofddoek wordt gedragen omdat het een religieus voorschrift is. Door dit religieus voorschrift te volgen willen moslimvrouwen spirituele nabijheid tot Allah verkrijgen. De hoofddoek is dus geen symbool of teken. Een hoofddoek wordt dient ook als een bescherming voor moslimvrouwen tegen de ongewenste blikken van mannen. Moslimvrouwen voelen zich meer op hun gemak . Een ander reden is om ervoor te zorgen dat vrouwen worden beoordeeld op hun capaciteiten en talenten, en niet op basis van hun lichaam en figuur zoals dat zo vaak wordt gedaan.

HOOFDDOEK IN ANDERE RELIGIES

De hoofddoek is niet iets nieuws wat de Islam heeft uitgevonden. Ook de Bijbel en andere geschriften onderwijzen dit. De hoofddoek is een voortvloeiende zedelijkheidseis in de Heilige Koran en staat voor waardigheid, onafhankelijkheid en vrijheid. Het is niet alleen fysieke veiligheid maar ook de sleutel tot spirituele veiligheid en zuiverheid van het hart. De Bijbel leert ook ons om ingetogen te zijn in kleding en gedrag.

GELIJKHEID OF GELIJKWAARDIGHEID

Dan spreekt men over gelijkheid van mannen en vrouwen: mensen zijn geen identieke
eenheden. Het feit dat we vergelijkbaar zijn, betekent ook dat we niet hetzelfde zijn. We zijn immers geen verwisselbare stukjes sociale machinerie. Gelijkheid is niet gebaseerd op een politieke ideologie, maar op de realiteit van de verschillen en wederzijds afhankelijkheid van echte mannen en vrouwen. Als mannen en vrouwen zijn we ontworpen om elkaar nodig te hebben, niet om elkaar te kopiëren (trachten hetzelfde te worden). Omdat we zijn afgeweken van goddelijke opzet en intentie, is dit de belangrijkste reden waarom de moderne cultuur zo in conflict is geraakt over gelijkheid van mannen en vrouwen. In andere woorden, de Islam zegt dat mannen en vrouwen gelijk zijn, maar de Islam wijst wel op hun verschillende fysieke en emotionele krachten en stelt met het oog hierop hun belangrijkste rollen in het leven vast. De rollen zijn dus geen kwestie van superioriteit of inferioriteit, maar een kwestie van natuurlijke capaciteiten en goed functioneren.

DE WARE BETEKENIS VAN HET NEUTRALITEITSPRINCIPE

Voorstanders van een hoofddoekverbod zeggen dat men zich in het uitoefenen van een functie niet door godsdienst mag laten beïnvloeden en dat het dragen van een hoofddoek verboden moet worden. Dit is een onjuiste interpretatie, een onjuiste invulling van het neutraliteitsprincipe. Het is in strijd met de godsdienstvrijheid, in strijd met het diversiteitbeleid maar ook in strijd met de kernwaarden van emancipatie en de vrijheid van kleding. Een Moslima of een niet-Moslima kan een hoofddoek dragen en tegelijkertijd perfect haar functie uitoefenen in alle publieke instellingen. Neutraliteit houdt dus in dat de overheid zich neutraal moet opstellen door het diversiteitbeleid te hanteren (pluralisme) en niet door Moslima’s hun hoofddoek te ontnemen. Zij hebben dit beleid zelf bekrachtigd maar als het om een hoofddoekverbod gaat lijken zij zich hiervan af te wenden door moslimvrouwen te onderdrukken en hun de vrijheid om een hoofddoek te dragen te ontnemen. De gemeentelijke en overige publieke instellingen zouden juist een weerspiegeling moeten zijn van de huidige multiculturele en multireligieuze samenleving. Een samenleving waar iedereen het recht heeft verschillend te zijn. Een staat waarin ruimte is voor mensen van alle godsdiensten en levensbeschouwingen op voet van gelijkheid.

Dit is een punt die Frankrijk volledig ontgaan is. Toen het neutraliteitsprincipe in Frankrijk werd voorgeschreven in 1905 waren hoofddoeken overal zichtbaar in het straatbeeld. De Franse staat gaf aan dat het neutraal is ten opzichte van religies en dat ze de vrijheid van godsdienst garandeert. De Staat garandeerde de vrije uitoefening van religies inclusief het dragen van een hoofddoek. De enige uitzondering op deze regel was als religies een gevaar voor het openbare welzijn vormden.

MOGELIJK HOOFDDOEKVERBOD (HIJAB-VERBOD) IN FRANKRIJK

Momenteel lijkt het erop dat een mogelijk hoofddoekverbod eraan zit te komen in Frankrijk. Dit komt omdat de Franse Eerste Kamer stemde over een wetsvoorstel dat het dragen van religieuze kleding en symbolen zou verbieden [1]. Zo zouden meisjes in Frankrijk onder de achttien jaar geen hoofddoek meer mogen dragen op openbare plekken en mogen moeders die een hoofddoek dragen ook niet meer mee als begeleider op een schoolreisje. Dit voorstel komt van de rechtse partijen in Frankrijk die een meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Toch is de kans dat dit plan er écht komt klein, want de Franse regering is tegen. De Franse regering heeft juist weer de meerderheid in de Tweede Kamer in Frankrijk.’ De Franse Tweede Kamer moet nog over het verbod gaan stemmen. In die Kamer lijken ze het er niet mee eens te zijn en dat zou betekenen dat het hoofddoekverbod er niet komt. Tegen het wetsvoorstel is bovendien een petitie gestart.

HOOFDDOEK IS GEEN GEVAAR VOOR HET OPENBARE WELZIJN

Het is een fundamenteel onderdeel van ons geloof trouw te blijven aan het land waarin wij verblijven. Dit betekent dat wij op geen enkelwijze de openbare order verstoren. Dat proberen wij ook aan alle burgers van dit land te onderwijzen vooral de moslim bewoners.

HOOFDDOEK IS NOOIT EEN BELEMMERING GEWEEST VOOR INTEGRATIE

Inspanningen op het gebied van integratie moeten niet worden gedaan door beperkingen van het fundamentele recht van vrijheid van godsdienst. Essentieel voor een succesvolle integratie in een democratische samenleving is het samen bestaan van uiteenlopende religieuze culturen en tradities. Het dwingen van een Moslimvrouw om zichzelf te “onthullen” is dus een maatregel die integratie niet bevordert. Niet alleen schendt een dergelijke maatregel de fundamentele mensenrechten van een Moslimvrouw, maar verhindert het ook de Westerse samenleving Islamitische tradities te begrijpen welke al eeuwen deel uitmaken van de Europese beschaving, of de beslissende meerderheid dit nu wil of niet.

Men neemt ten onrechte aan dat de hoofddoek vreemd is aan het Westen en de vrijheid en gelijkheid van Moslimvrouwen remt en de integratie van moslims in de westerse samenleving dwarsboomt. In werkelijkheid heeft de hoofddoek diepe wortels en zorgt voor werkelijke vrijheid en gelijkheid voor vrouwen. Verre van een probleem te zijn voor integratie, is de hoofddoek in potentie juist een voordeel voor de Westerse samenleving.

EEN AANTAL VOORBEELDEN VAN DE INTEGRATIE EN BIJDRAGEN VAN MOSLIMVROUWEN

Naast het feit dat de vrouwelijke leden van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap goed opgeleid zijn en goede banen hebben leveren ze ook een grote bijdrage aan de samenleving. Een aantal voorbeelden van bijdragen die het levende bewijs zijn van de emancipatie van Moslimvrouwen op materialistisch en op godsdienstig gebied.

    1. De Ahmadiyya Moslim Vrouwen Vereniging Nederland heeft een mijlpaal bereikt door een lange termijn project, ‘Water for life’ te verwezenlijken[2]. Haar leden hebben vrijwillige fondsen bijeengebracht en in samenwerking met Humanity First Duitsland een waterput gebouwd in juli 2014 in het West-Afrikaanse land, Togo. De Ahmadiyya Moslim Vrouwen Vereniging, regio ‘s-Hertogenbosch heeft hierin ook een rol gespeeld.
    2. De afdeling maatschappelijke dienstverlening van de Ahmadiyya Moslim Vrouwen Vereniging, regio ‘s-Hertogenbosch organiseren meerdere malen per jaar een inzamelingsactie voor de voedselbank. In de regio ‘s-Hertogenbosch zijn regelmatig inzamelingsacties georganiseerd.
    3. Op 13 maart 2019 werd er aansluitend een boom aangeplant in het Geerpark in Vlijmen, die de Ahmadiyya Moslim Vrouwen Vereniging Nederland, als duurzaam cadeau aan onze komende generaties schonk vanwege hun naderende 50-jarig jubileum.
    4. De Ahmadiyya Moslim Vrouwen Vereniging viert samen met bezoekers Internationale Vrouwendag op verschillende locaties, ook in de regio ’s-Hertogenbosch[3].

DE ISLAM BEGON DE VROUWENEMANCIPATIE 1400 JAAR GELEDEN

Waarom zijn er moslimvrouwen die aan emancipatie denken als de Islam 1400 jaar geleden haar al rechten heeft geschonken? Als er thans moslimvrouwen zijn die aan emancipatie denken, dan doen zij dat met het idee dat zij de rechten die de Islam hen 1400 jaar geleden al gaf en die hen door slechte economische en politieke omstandigheden in diverse landen zijn ontnomen, weer terug zullen krijgen.

ADVIEZEN VAN DE KHALIFA (KALIEF) AAN DEGENEN DIE PLEITEN VOOR EEN HOOFDDOEKVERBOD

Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) heeft tijdens een vredesconferentie in Engeland de wereld toegesproken en gezegd[4]:

“Het pleiten voor een hoofddoekverbod is dan ook absurd en overdreven. De overheid heeft als taak alleen wetgeving in te voeren daar waar mensenrechten geschonden worden en vrede in gevaar is, maar niet tegen vredelievende Moslima´s die een hoofddoek dragen.”

“Zal een vrouw of zij nou wel of géén hoofd- en/of gezichtsbedekking heeft, een negatieve invloed hebben op de economie van een land of de wereld? Zal het dragen of niet dragen van een hoofd- en/of gezichtsbedekking invloed hebben op de morele waarden van een land, of zal dat veeleer leiden tot een erkenning van de Schepper? Zal het dragen van een hoofd- en/of gezichtsbedekking schadelijk zijn voor de vrede van de wereld? Als dat zo is, dan zal ik de eerste zijn om het te accepteren, omdat de islam leert dat u bereid moet zijn om iets kleins te offeren voor het grotere goed. Maar neen! Al deze acties tegen een hoofd- en/of gezichtsbedekking versterken de fundamenten van haat.”

Tot slot, religieuze gedrevenheid en het vasthouden aan religieuze principes zijn essentiële waarden in een samenleving die niet mogen worden onderdrukt, maar juist moeten worden geëerbiedigd.

Laat ons allen, ongeacht onze verschillen, samen komen en werken met een geest van wederzijds respect, tolerantie en genegenheid voor de vrede van de wereld en om geloofsvrijheid te bevorderen.

BRONNENLIJST

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2021/04/13/franse-senaat-verscherpt-wet-tegen-separatisme-a4039537 En: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20210331_94131717 En: https://dekanttekening.nl/nieuws/franse-senaat-wil-het-dragen-van-de-hoofddoek-nog-meer-inperken/
[2] https://ahmadimoslimvrouwen.nl/overige-afdelingen/maatschaplijke-dienstverlening/
[3] https://issuu.com/uitgeverij/docs/heu_20200311
[4] https://www.khalifatulmasih.org/articles/7th-annual-peace-symposium/

Zijn mannen superieur aan vrouwen volgens de Islam? Oftewel: Staan mannen boven de vrouwen volgens de Islam?

0

 In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Zijn mannen superieur aan vrouwen volgens de Islam? Oftewel: Staan mannen boven de vrouwen volgens de Islam? [1]

– Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

Gelijke rechten voor vrouwen Men hoort zoveel over vrouwenemancipatie en rechten voor vrouwen, enz. De Islam spreekt over een veelomvattend fundamenteel principe dat alle situaties bestrijkt:

 وَ لَہُنَّ مِثۡلُ الَّذِیۡ عَلَیۡہِنَّ بِالۡمَعۡرُوۡفِ ۪ وَ لِلرِّجَالِ عَلَیۡہِنَّ دَرَجَۃٌ ؕ وَ اللّٰہُ عَزِیۡزٌ حَکِیۡمٌ ﴿۲۲۹

“En zij (de vrouwen) hebben rechten die overeenkomen met, en gelijk zijn aan die (welke mannen)ten opzichte van haar hebben in billijkheid (d.w.z. dat er voor vrouwen exact gelijke rechten zijn als voor mannen, zoals mannen rechten hebben met betrekking tot vrouwen. Er is dus volstrekte gelijkheid en er is in het geheel geen onderscheid tussen de fundamentele mensenrechten van vrouwen en mannen). Maar mannen hebben een mate van voordeel ten opzichte van boven haar. En Allah is Machtig en Wijs.”2

In een ander gedeelte van een vers van de Heilige Koran wordt verklaard:

اَلرِّجَالُ قَوّٰمُوۡنَ عَلَی النِّسَآءِ بِمَا فَضَّلَ اللّٰہُ بَعۡضَہُمۡ عَلٰی بَعۡضٍ وَّ بِمَاۤ اَنۡفَقُوۡا مِنۡ اَمۡوَالِہِمۡ ؕ

“Mannen zijn aangesteld als voogden over vrouwen wegens datgene ten aanzien waarvan Allah sommigen van hen heeft doen uitblinken boven anderen, ondanks het feit dat zij van hun rijkdommen besteden.”3

Uit het Arabische woord Qawwamun (voogden die ervoor verantwoordelijk zijn gemaakt om hen die onder hun bescherming staan op het rechte pad te houden) leiden sommige middeleeuws denkende ‘Ulema’s (godsdienstleraren) af, en beweren dat mannen boven vrouwen staan, terwijl het vers alleen verwijst naar een voordeel dat de kostwinner heeft op hen die van hem afhankelijk zijn. Als zodanig is de voogd beter geschikt om een morele druk uit te oefenen op degenen die hem zijn toevertrouwd om te blijven voortgaan met het bewandelen van het rechte pad. Wat betreft fundamentele mensenrechten wordt er op geen enkele wijze naar verwezen dat vrouwen ongelijk zijn of dat mannen boven vrouwen staan. Het laatste gedeelte van het vers verwijst naar het bovengenoemde voordeel en maakt het overduidelijk dat ondanks dit voordeel, de fundamentele rechten van vrouwen exact gelijk zijn aan die van mannen. De Arabische letters wa moeten worden vertaald met “ondanks het feit dat” of “terwijl”, en in deze samenhang schijnt dit de enig juiste vertaling te zijn.

BRONNEN:

[1] Het antwoord van de Islam op hedendaagse vraagstukken door Hazrat Mirza Tahir Ahmad(rh); https://bieb.islamnu.nl/product/het-antwoord-van-de-islam-op-hedendaagse-vraagstukken/; Pagina’s 103 en 104

[2] Hoofdstuk 2: Al-Baqarah: 229

[3] Hoofdstuk 4: Al-Nisā’: 35

 

 

De beperking van de polygamie door de islam

0

DE BEPERKING VAN DE POLYGAMIE DOOR DE ISLAM[1]

Men zegt dat Islam polygamie heeft toegestaan. In feite heeft geen enkele godsdienst de polygamie zozeer beperkt als de Islam. Zelfs in de Bijbel treffen wij veel profeten aan die meer dan één vrouw hadden. In het Oude Testament leest men in Genesis 30:3 en 30:9 dat Jakob vier vrouwen had. Ook elders leest men in het Oude Testament dat David en Salomon respectievelijk 700 en 1100 vrouwen hadden. Volgens de Bijbel had Abraham, de Vader der Profeten, drie vrouwen, namelijk Sara, Hagar en Qantura. Er zijn vele voorbeelden in het Oude Testament te vinden van polygamie.

De Islam staat inderdaad meer dan een vrouw toe, maar slechts als uitzondering en met de strenge voorwaarden dat men iedere vrouw op volkomen gelijke wijze behandelt en in het geval van nood als oplossing voor bepaalde problemen, bijvoorbeeld ter bescherming van weduwen en wezen en ter bescherming van de zeden en de moraliteit van het maatschappelijke leven en de beschaving.

De enige passage in de Heilige Koran die over polygamie spreekt is de volgende:

“En als gij vreest dat gij niet rechtschapen zult zijn bij het behandelen der wezen, huwt dan vrouwen die u behagen, twee of drie, of vier, en als gij vreest, dat gij niet rechtvaardig zult handelen, dan één” (Heilige Koran 4:3).

Het zal wel duidelijk zijn dat hier de polygamie niet wordt bevolen, maar alleen wordt toegestaan en dan nog afhankelijk van de vervulling van zekere voorwaarden. De voorwaarden hier hebben meer betrekking op het welzijn van de samenleving dan de behoefte van het individu. Ook kan het voorkomen dat in een huwelijk de vrouw blijvend ziek wordt en niet meer in staat is kinderen te krijgen. In dat geval geeft de Islam een oplossing voor deze problemen, die gewettigd is en moreel zeer goed aanvaardbaar.

Als de man ziek zou worden is het de vrouw toegestaan te scheiden en met een andere man te huwen, want de Islam kent aan de man en de vrouw gelijke rechten toe ten aanzien van echtscheiding. Als regel huwt een Moslim met één vrouw. De Islam maakt echter wel duidelijk dat de mogelijkheden en de verantwoordelijkheden van de man en de vrouw even belangrijk zijn, doch niet precies dezelfde zijn. Men kan zeggen dat tot onderhoud van weduwen en wezen er andere maatregelen mogelijk zijn, maar de Islam wil de weduwen en wezen een huiselijk leven geven. Dit huiselijk leven kan hun op geen andere manier worden gegeven, en het huiselijk leven is de ware bron, van waaruit alle goede eigenschappen van liefde en toegenegenheid voortvloeien, welke het grootste bezit van het maatschappelijk leven en de beschaving zijn.

De Islam baseert zijn beschaving op het huiselijk leven. En onder exceptionele omstandigheden, wanneer monogamie geen tehuis kan bezorgen aan weduwen en wezen, staat de Islam polygamie toe om hun dit voordeel te verlenen. Hier kan worden toegevoegd dat de polygamie in de Islam zowel in theorie als de praktijk uitzondering is en geen regel. Als uitzondering is zij een medicijn tegen veel soorten van kwaad van de moderne beschaving.

In de oorlogen sterven veel mannen en blijven de vrouwen in grotere aantallen dan de mannen achter. In dit geval komen wij te staan voor een bijzondere omstandigheid en hier komt weer de Islamitische oplossing te hulp. Het is niet alleen het grotere aantal vrouwen dan mannen dat in zekere gevallen polygamie noodzakelijk maakt, maar er zijn tal van andere omstandigheden die onder exceptionele gevallen polygamie vereisen. Het is niet alleen voor de morele behoeften, maar ook voor het lichamelijk welzijn van de maatschappij essentieel dat bij uitzondering en met in acht name van alle voorwaarden deze regel wordt toegepast. Hier kan men opmerken dat de polygamie die de Islam als remedie toestaat, door zinnelijke mensen op grote schaal is misbruikt.

Er zijn in alle gemeenschappen mensen aanwezig die op grote schaal bepaalde instellingen misbruiken. In landen waar polygamie niet is toegestaan heeft de zinnelijkheid van mensen andere manieren bedacht om aan hun lichamelijke lusten de vrije loop te laten, en dit is een veel zwaardere vloek voor de maatschappij dan de misbruik van polygamie. En deze groep mensen kan vrij gemakkelijk door de Staat op wettige wijze worden geholpen. Als gevolg van de totale verwerping van de polygamie ziet de Staat zich volkomen machteloos tegenover het kwaad dat uit deze verwerping voortkomt.

Door A.H. Akmal – Hoofdmissionaris*

BRON:

[1] Al-Islaam; Nummer 6; april 1995; pagina’s 12 en 13

*Wijlen A. H. Akmal is deskundige over de Islam in Nederland en was sinds 1957 werkzaam als Hoofdmissionaris bij de Ahmadiya Moslim Djamaat (Gemeenschap) Nederland. Hij was ex-leraar aan de Djamia Ahmadiyya Rabwah Pakistan, een Theologische Hogeschool, waar men na het universiteitsdiploma te hebben behaald de Islam in vergelijking met de wereldgodsdiensten bestudeert en zich in de theologie specialiseert. Na deze studie wordt men in het algemeen uitgezonden naar het buitenland.

Voor uitgebreide informatie verwijst de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap u naar de bijgaande linken:

Het antwoord van de Islam op hedendaagse vraagstukken door Hazrat Mirza Tahir Ahmad(rh); https://bieb.islamnu.nl/product/het-antwoord-van-de-islam-op-hedendaagse-vraagstukken/; Pagina’s 104 t/m 114; Polygamie

 

Moeten Moslimvrouwen hun gelijkheid bewijzen door mannen te leiden in het gebed?

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Moeten Moslimvrouwen hun gelijkheid bewijzen door mannen te leiden in het gebed?[1]

 Reem Shraiky, Life Devotee, International Arabic-English Translation & Research Office, UK

Ik weet niet waarom het idee dat een moslimvrouw de mannen niet leidt in het gebed sommigen dwarszit, alsof het de sleutel is tot gendergelijkheid!

Gendergelijkheid is wat de islam 1400 jaar geleden presenteerde; de Heilige Koran benadrukt herhaaldelijk de spirituele gelijkheid van mannen en vrouwen. Net als mannen kunnen ook vrouwen grote spirituele niveaus bereiken en krijgen ze de mogelijkheid om dat te doen. In de Heilige Koran worden gelovige mannen en vrouwen gelijkelijk aangesproken. Zowel de geboden als de beloningen zijn voor beide geslachten hetzelfde:

“Maar, wie goede werken verricht, hetzij man of vrouw, en gelovig is, zal de Hemel binnengaan en hem zal niet het geringste onrecht worden aangedaan.” (Heilige Koran: 4:125) [2]

Geestelijke geboden zijn evenzeer van toepassing voor mannen en vrouwen en de manier om uit te blinken in spiritualiteit is hetzelfde voor mannen en vrouwen.

Vrouwen hebben ook dezelfde politieke en sociale rechten als mannen. Zo hebben zowel mannen als vrouwen recht op een passende erfenis van hun ouders en naaste familieleden.

De Islam is een voorvechter van gelijkheid voor vrouwen. Allah zegt in de Heilige Koran dat de man en de vrouw uit een enkele ziel zijn geschapen. De Islam geeft vrouwen dezelfde rechten als mannen, echter maakt de Islam wel onderscheid tussen de verschillende verantwoordelijkheden van mannen en vrouwen volgens de natuurwetten.

Wat betreft vrouwenrechten heeft de Islam aan vrouwen 1400 jaar geleden veel waardevolle rechten toegekend die vrouwen in het Westen net iets meer dan een eeuw geleden kregen. Deze omvatten het recht op echtscheiding, erfenis en onderwijs, evenals het recht om te stemmen, te regeren en haar religie te prediken.

Bovendien is het voor de Moslimvrouw voldoende dat het paradijs onder haar voeten is gelegd op het moment dat zij moeder wordt. Daarnaast hoeft zij niet te worden uitgeput op de arbeidsmarkt om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud. Als ze er echter zelf voor kiest om te werken, dan is dat haar legitieme recht. Haar man heeft geen enkel recht om het geld wat zij verdiend heeft op te eisen. Hiernaast is het ook de plicht van de man om in de levensbehoeften van zijn vrouw en kinderen te voorzien.

Het is derhalve aan de vrouw om te beslissen wat zij wenst te doen met haar geld, of het nu gaat om wat ze heeft verdiend met haar werk, heeft gekregen als een geschenk of heeft gekregen uit erfenis. Als ze vrijwillig bijdraagt aan de huishoudelijke uitgaven, dan is dat slechts een gunst van haar.

Alhoewel, toen de komst van de bevrijder van vrouwen, de Heilige Profeet Mohammed(s), moslimvrouwen talrijke rechten bezorgde, namen zij geen passieve houding aan. Ze maakten juist veel progressie op gebieden van wetenschap, geneeskunde, verpleging, religie en andere domeinen.

De Islamitische geschiedenis staat in feite vol met verhalen over fameuze vrouwen die uitzonderlijke wijsheid en moed toonden in moeilijke tijden, evenals vrouwen die werden beschouwd als vooraanstaande geleerden.

Een van de grootste voorbeelden uit de vroege Islam is de vrouw van de Heilige Profeet Mohammed(s), Hazrat Aisha(ra), die religieuze zaken aan mannen en vrouwen onderwees. Ze was een geleerde, uitlegger van de Heilige Koran en overleveraar van de uitspraken van de Heilige Profeet Mohammed(s). Hij zei zelf: “Leer de helft van je geloof van ‘Aisha.”

Hazrat Aisha(ra) was ook een jurist en bezat daarnaast expertise in geneeskunde, poëzie en geschiedenis.

Er zijn veel voorbeelden van de uitmuntendheid van Moslimvrouwen op verschillende gebieden. Mariam al-Asturlabi was een briljante wetenschapper en astronoom van de 10e eeuw. Ze was eveneens een gerenommeerd maker van astrolabia en heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van navigatie- en tijdwaarnemingstechnieken.

We hebben ook Fatima al-Fihri: zij was een geleerde die de oudste nog bestaande onderwijsinstelling ter wereld, de Universiteit van Al-Quaraouiyine in Fes, Marokko, oprichtte. Deze universiteit staat bekend voor het voortbrengen van vele vooraanstaande denkers en wetenschappers, zowel moslim als niet-moslim. Deze universiteit is tot de dag van vandaag open en produceert afgestudeerden in religieuze en wetenschappelijke kennisgebieden.

Ik zou hiernaast ook de vrouwelijke metgezel van de Heilige Profeet Mohammed(s) willen noemen, Ash-Shifaa ‘Al-‘Adawiyyah, die vrouwen lezen, schrijven en kalligrafie onderwees. Ze was dermate vakkundig in de geneeskunde dat ze Ash-Shifaa werd genoemd, wat ‘de genezer’ betekent. De tweede kalief van de Islam, Hazrat Umar(ra), benoemde haar tot inspecteur van de bazaar in Medina – het equivalent van de tegenwoordig functie van een minister van handelsbetrekkingen. Deze vrouwen uit de islamitische geschiedenis die ik heb genoemd, zijn slechts het topje van de ijsberg.

Dus, zou een Moslimvrouw haar gelijkheid moeten bewijzen door mannen te leiden tijdens het gebed, iets dat niets te maken heeft met Islamitische leerstellingen? In de Islam is de moskee een plek voor zowel mannen als vrouwen; het speelt een belangrijke rol in het spirituele en sociale leven van beiden geslachten. Mannen en vrouwen dienen in aparte zalen te bidden, en waar dit niet mogelijk is, dienen vrouwen achter mannen te bidden. Tijdens het bidden dient men zich volledig te concentreren op Allah en elke vorm van afleiding te voorkomen. Het is daarom verstandig voor mannen en vrouwen om afzonderlijk te bidden, zodat iedereen op Allah gefocust kan blijven. Dit is het doel van gebed.

De voorstanders van ‘vrouwelijke imams’ baseren hun overtuigingen vaak op een verkeerde interpretatie van een incident met betrekking tot een vrouwelijke metgezel van de Heilige Profeet Mohammed(s) Umm Waraqa(ra). Umm Waraqa(ra) vroeg eens de toestemming van de Heilige Profeet Mohammed(s) om een mu`azzin [oproeper tot gebed] de gebedsoproep nabij haar huis te laten doen. De Heilige Profeet Mohammed(s) gaf hiervoor toestemming en instrueerde haar om de mensen van haar huishouden in gebed te leiden. Hieruit trekken ze de conclusie dat ze ook de mannen van haar familie in gebed leidde. Umm Waraqa(ra) leidde in feite alleen de vrouwen van haar huis en de bewering dat zij ook mannen leidde, is om verschillende redenen twijfelachtig:

  1. Het is van belang om alle overleveringen m.b.t. dit verhaal te vergelijken om het te begrijpen. Er is een overlevering die werd genoemd in Al-Mughni door Ibn Qudamah waarin staat: ‘Heilige Profeet Mohammed(s) gaf toestemming aan Umm Waraqa(ra) om een mu`azzin te hebben en om de iqama [aankondiging voor het begin van het gebed] te verrichten, en gaf haar toestemming om de vrouwen van haar huishouden te leiden in het gebed’.
  2. Er is een beroemde Hadith (overlevering) van Ibn Majah en andere bronnen waar de Heilige Profeet Mohammed(s) zei: “Geen enkele vrouw mag tegenover een man als imam worden aangesteld.”
  3. Vanuit de Hadith-literatuur weten we dat mannen in de moskee dienen te bidden en niet thuis (tenzij niet anders kan).

Al deze punten demonstreren dat hetgeen de Heilige Profeet Mohammed(s) Umm Waraqa(ra) toestond, inhield om alleen de vrouwen en kinderen van haar huishouden in het gebed te leiden.  Deze toestemming wordt in feite aan alle vrouwen gegeven.

Ten slotte wil ik benadrukken dat elke Moslimvrouw het verlangen heeft en om een imam te worden en daar ook voor bidt.  De imam in die zin wordt genoemd in het volgende korangebed:

“En zij die zeggen: “Onze Heer, maak onze echtgenoten en kinderen tot troost der ogen, en maak ons tot voorbeeld voor de godvruchtigen.” (Heilige Koran: 25:75) [3]

Eindnoten 

[1] https://www.reviewofreligions.org/28374/do-muslim-women-need-to-prove-their-equality-by-leading-men-in-prayer/

[2]  De Heilige Koran 4:125

[3]  De Heilige Koran 25:75

 

 

 

Is het getuigenis van een man gelijk aan dat van twee vrouwen volgens de Heilige Koran?

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Is het getuigenis van een man gelijk aan dat van twee vrouwen volgens de Heilige Koran?[1]

– Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

یٰۤاَیُّہَا الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِذَا تَدَایَنۡتُمۡ بِدَیۡنٍ اِلٰۤی اَجَلٍ مُّسَمًّی فَاکۡتُبُوۡہُ ؕ وَ لۡیَکۡتُبۡ بَّیۡنَکُمۡ کَاتِبٌۢ بِالۡعَدۡلِ ۪ وَ لَا یَاۡبَ کَاتِبٌ اَنۡ یَّکۡتُبَ کَمَا عَلَّمَہُ اللّٰہُ فَلۡیَکۡتُبۡ ۚ وَ لۡیُمۡلِلِ الَّذِیۡ عَلَیۡہِ الۡحَقُّ وَ لۡیَتَّقِ اللّٰہَ رَبَّہٗ وَ لَا یَبۡخَسۡ مِنۡہُ شَیۡئًا ؕ فَاِنۡ کَانَ الَّذِیۡ عَلَیۡہِ الۡحَقُّ سَفِیۡہًا اَوۡ ضَعِیۡفًا اَوۡ لَا یَسۡتَطِیۡعُ اَنۡ یُّمِلَّ ہُوَ فَلۡیُمۡلِلۡ وَلِیُّہٗ بِالۡعَدۡلِ ؕ وَ اسۡتَشۡہِدُوۡا شَہِیۡدَیۡنِ مِنۡ رِّجَالِکُمۡ ۚ فَاِنۡ لَّمۡ یَکُوۡنَا رَجُلَیۡنِ فَرَجُلٌ وَّ امۡرَاَتٰنِ مِمَّنۡ تَرۡضَوۡنَ مِنَ الشُّہَدَآءِ اَنۡ تَضِلَّ اِحۡدٰٮہُمَا فَتُذَکِّرَ اِحۡدٰٮہُمَا الۡاُخۡرٰی ؕ وَ لَا یَاۡبَ الشُّہَدَآءُ اِذَا مَا دُعُوۡا ؕ وَ لَا تَسۡـَٔمُوۡۤا اَنۡ تَکۡتُبُوۡہُ صَغِیۡرًا اَوۡ کَبِیۡرًا اِلٰۤی اَجَلِہٖ ؕ ذٰلِکُمۡ اَقۡسَطُ عِنۡدَ اللّٰہِ وَ اَقۡوَمُ لِلشَّہَادَۃِ وَ اَدۡنٰۤی اَلَّا تَرۡتَابُوۡۤا اِلَّاۤ اَنۡ تَکُوۡنَ تِجَارَۃً حَاضِرَۃً تُدِیۡرُوۡنَہَا بَیۡنَکُمۡ فَلَیۡسَ عَلَیۡکُمۡ جُنَاحٌ اَلَّا تَکۡتُبُوۡہَا ؕ وَ اَشۡہِدُوۡۤا اِذَا تَبَایَعۡتُمۡ ۪ وَ لَا یُضَآرَّ کَاتِبٌ وَّ لَا شَہِیۡدٌ ۬ؕ وَ اِنۡ تَفۡعَلُوۡا فَاِنَّہٗ فُسُوۡقٌۢ بِکُمۡ ؕ وَ اتَّقُوا اللّٰہَ ؕ وَ یُعَلِّمُکُمُ اللّٰہُ ؕ وَ اللّٰہُ بِکُلِّ شَیۡءٍ عَلِیۡمٌ ﴿۲۸۳

“O gij die gelooft, wanneer gij van elkander leent voor een vastgestelde periode, schrijft het dan op. Laat een schrijver het naar waarheid in uw bijzijn optekenen en geen schrijver moet weigeren te schrijven omdat Allah hem heeft onderwezen. Laat hem daarom schrijven. En laat de schuldenaar dicteren en hij moet Allah, zijn Heer, vrezen en niets daaraan afdoen. Maar indien de schuldenaar weinig verstand heeft, of minderjarig is, of niet kan dicteren, laat dan zijn zaakwaarnemer eerlijk dicteren. En roept van onder uw mannen twee getuigen, en als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen van degenen die u als getuigen aanstaan, zodat, wanneer één der twee vrouwen zich zou vergissen, de ene de andere indachtig moge maken. En de getuigen mogen niet weigeren wanneer zij worden gedaagd. Of de transactie groot of klein is, wordt er niet afkerig van het op te schrijven, alsmede de vastgestelde tijd van betaling. Dit is in Allah’s ogen eerder rechtvaardig, het maakt het getuigenis zekerder en maakt het waarschijnlijker dat twijfel wordt uitgesloten. Maar wanneer het contante handel is, die gij onderling drijft, zal het geen blaam voor u zijn, als gij het niet neerschrijft. En hebt getuigen wanneer gij koopt of verkoopt. En een schrijver of een getuige mag geen leed worden aangedaan. En indien gij zulks doet, zal het zeker overtreding van u zijn. En weest uw plicht jegens Allah steeds indachtig. Allah schenkt u kennis en Allah weet alle dingen goed.” (Heilige Koran: 2:283)

Het is erg belangrijk te onthouden dat deze verzen volkomen verkeerd zijn toegepast, en door die middeleeuws gezinde geleerden die volhouden dat volgens de Islam het getuigenis van één enkele vrouw niet voldoende is, volkomen buiten de context zijn gebruikt. Zij zeggen dat voor ieder wettelijk vereiste het getuigenis van twee vrouwen essentieel is, terwijl in vergelijking het getuigenis van één man voldoende is. Zij hebben de betekenis van deze verzen volkomen verkeerd uitgelegd en zij hebben de rol van mannelijke en vrouwelijke getuigen in de Islamitische jurisprudentie verkeerd voorgesteld. Zij denken dat als de Heilige Koran één man als getuige vereist, dat het getuigenis van twee vrouwen daarvoor in de plaats komt, en dat waar het getuigenis van twee mannen wordt vereist, daarvoor het getuigenis van vier vrouwen wordt vereist, en dat waar als getuigen vier mannelijke personen worden vereist, acht vrouwen worden vereist om van hetzelfde te getuigen.

Deze opvatting is zo onrealistisch en vreemd aan de leerstellingen van de Heilige Koran dat men verbitterd raakt bij het zien van een dergelijk middeleeuws standpunt over deze belangrijke gerechtelijke kwestie.

De volgende punten moeten worden opgemerkt betreffende deze verzen:

  1. De verzen vereisen niet alle dat beide vrouwen moeten getuigen.
  2. De rol van de tweede vrouw wordt duidelijk gespecificeerd en beperkt tot die van een assistent.
  3. Als de tweede vrouw die niet getuigt van mening is dat enig deel van de verklaring van de getuige erop wijst dat de getuige de geest van de transactie niet volledig heeft begrepen, kan zij haar hierop attenderen en de getuige bijstaan in het herzien van haar inzicht of in het opfrissen van haar geheugen.
  4. Het is volledig aan de vrouw die getuigt om het met haar assistente eens of oneens te zijn. Haar getuigenis blijft staan als een enkele onafhankelijke getuigenis en in het geval dat zij niet akkoord gaat met haar partner zal haar woord het laatste woord zijn.

BRON:

[1] Het antwoord van de Islam op hedendaagse vraagstukken door Hazrat Mirza Tahir Ahmad(rh); https://bieb.islamnu.nl/product/het-antwoord-van-de-islam-op-hedendaagse-vraagstukken/; Pagina’s 215 t/m 217

 

 

Aantijgingen van de Westerse critici en de Media dat de Islam de positie van de vrouwen een lagere status toekent (dan de mannen), zijn in de Heilige Koran weerlegd!

0

 In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

 Aantijgingen van de Westerse critici en de Media dat de Islam de positie van de vrouwen een lagere status toekent (dan de mannen), zijn in de Heilige Koran weerlegd![1]

 – Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

 “En herinnert u de woorden van Allah en de wijsheid die in uw huizen wordt verkondigd; want Allah is Aldoordringend, Alkennend.”  (Heilige Koran: 33:35) [3101]

 3101. Commentaar:

De aanwezigheid van de nobele metgezellen van de Heilige Profeet(s) diende niet slechts als rolmodel van deugd, vroomheid en gerechtigheid voor de gelovigen, maar ook om hun de principes en voorschriften van de Islam te onderwijzen,welke ze rechtstreeks van de Heilige Profeet(s) geleerd hadden.

“Voorwaar, de Moslims en de Moslima’s en de gelovige mannen en vrouwen, de gehoorzame mannen en vrouwen, de waarachtige mannen en vrouwen, de standvastige mannen en vrouwen, de mannen en de vrouwen die nederig zijn, de mannen en de vrouwen die aalmoezen geven, de mannen en de vrouwen die vasten, de mannen en de vrouwen die hun kuisheid bewaren, de mannen en de vrouwen die Allah vaak gedenken – voor zulken heeft Allah vergiffenis en een grote beloning bereid.”

(Heilige Koran:33:36) [3102]

3102. Commentaar:

Dit vers belichaamt een zeer effectieve verwerping van de beschuldiging die veelal door christelijke missionarissen en schrijvers tegen uitten, namelijk dat de Islam vrouwen een lagere status toekent. De Koran heeft herhaaldelijk gezegd dat moslimvrouwen op hetzelfde niveau staan als moslimmannen en dat ze dezelfde spirituele hoogteskunnen bereiken die mannen kunnen bereiken. Bovendien verleent de Islam aan vrouwen alle politieke en sociale rechten die mannen genieten. Het verschil tussen mannen en vrouwen zit met name in de verantwoordelijkheden en plichten. Het is dit verschil in plichten van beide geslachten dat ten onrechte, of misschien wel opzettelijk, door vijandige critici van de Islam verkeerd is opgevat als een implicatie voor een lagere status voor vrouwen.

De tien uitmuntende eigenschappen van Moslimmannen en -vrouwen die in dit vers worden genoemd, zijn op passende wijze in oplopende volgorde beschreven.

  1. De eerste fase van de spirituele ontwikkeling van een gelovige is die van اسلام, die in dit vers is gebruikt om de intellectuele aanvaarding van de waarheid te duidden.
  2. De volgende fase is die van ايمان, welkeinhoudt dat men vrede en veiligheid aan anderen schenkt en getuigenis aflegd van de Goddelijk geopenbaarde Leer. In het stadium van اسلام aanvaardt een moslim de waarheid omdat rede en gezond verstand hem tot die acceptatie stimuleren, terwijl hij in het stadium van ايمان emoties en gevoelens combineert met rede en wordt opintellectueel en emotioneel gebied een ware gelovige.
  3. Het derde stadium van spirituele vooruitgang is dat van قنوت, wat volledige gehoorzaamheid aan Gods geboden betekent. In dit stadium voelt de persoon zich onweerstaanbaar aangetrokken tot zijn Schepper en zijn overgave aan Goddelijke geboden komt voort uit zijn liefde voor het opperwezen.
  4. Het volgende stadium in de spirituele reis wordt bereikt wanneer een gelovige صادق wordt, wat betekent dat hij zichzelf volledig identificeert met de waarheid, en beproevingen en verleidingen met volledige gelijkmoedigheid tegemoet treedt. Zijn geloof wordt zuiver en wordtvrij van al het vuil van huichelarij en verlangen voorwereldse zaken.
  5. Het vijfde stadium is dat van صبر; wanneer identificatie met de waarheid een permanent kenmerk van de karaktervan een gelovige wordt.
  6. De fase van خشوع is een nog hoger stadium in deze spirituele vooruitgang. Het duidt op een houding van nederigheid die de gelovige ontwikkelt nadat hij een volledige overwinning heeft behaald over beproevingendie het gevolg zijn van een groeiend bewustzijn van zijn eigen zwakheid en die van de perfectie van zijn Schepper.
  7. De volgende fase is die van متصدق. In dit stadium wordt de gelovige zich bewust van het feit dat hij niet alleen voor zichzelf moet leven, maar de zegeningen die hem door God zijn geschonken moet delen met zijn medemens.
  8. In het stadium van صائم, wat het volgende hoge spirituele stadium is, leert de gelovige zijn eigen legitieme behoeften en gemakken op te offeren ten behoeve van anderen.
  9. In het negende stadium van حافضين فروجهم bewaakt hij nauwgezet alle wegen waardoor de zonde toegang kan krijgen tot zijn geest.
  10. In het tiende stadium, dat wil zeggen الذاكرين االله, dat het laatste stadium is en het hoogtepunt vormt van spirituele groei en ontwikkeling, is de gelovige zo volledig in God verdiept dat hij verloren is geraakt in Zijn herinnering.

BRON:

[1]Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 33:35-36; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 4; Pagina’s 2570 t/m 2571; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2570&region=E54&CR

 

 

 

Waarom mogen mannen en vrouwen in de Islam elkaar geen hand schudden?

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Waarom mogen mannen en vrouwen in de Islam elkaar geen hand schudden?

– Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

  1. Het is de traditie van de Moslims.
  2. Omdat ze niet tot de directe verwanten behoren.
  3. De Heilige Profeet Mohammed(s) heeft het verboden.
  4. Elk volk heeft zijn eigen manier van groeten. Waarden en normen verschillen per religie en per cultuur. Een hand geven kan voor Nederlanders beleefd zijn, terwijl het voor anderen ongebruikelijk is. Er zijn culturen waar men andere vormen heeft van groeten. We moeten elkaars waarden en normen respecteren.
  5. In de Islam getuigt het niet schudden van een hand juist van respect voor de vrouw.
    Een lichte buiging kan ook heel respectvol overkomen.
  6. Het is geen kwestie van ongelijkwaardigheid tegenover de vrouw, want niet alleen mag de man de vrouw geen hand schudden, maar de vrouw mag de man ook geen hand schudden.
  7. De Grondwet is het fundament van de Nederlandse rechtsstaat. In de Grondwet staan de basisregels die in Nederland gelden en waar iedereen die zich in Nederland bevindt moet houden. Het is waar dat Christelijke tradities een belangrijke stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van dit werelddeel, maar de invloed van de Islam, die met name een grote rol heeft gespeeld in de Verlichting, is onmiskenbaar. Er bestaat een grote diversiteit aan (godsdienstige) levensbeschouwingen, opvattingen, leefstijlen en waardepatronen in Nederland. De Nederlandse Grondwet en ook mensenrechtenverdragen hebben deze vrijheid verankerd en zijn daarmee een bron van gedeelde uitgangspunten. Een verwijzing naar Joods-christelijke tradities in de grondwet of in de Preambule (inleiding) van de Grondwet is er om die reden ook niet. De uitgangspunt in Nederland is de grondwet en daarin staat niet dat men verplicht is de handen van elkaar te schudden. Wederzijds respect is een ongeschreven regel maar dat betekent niet dat men verplicht de handen moet schudden als enige manier om elkaar te begroeten.

Voor meer informatie (in het Engels) verwijst de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap u naar de bijgaande link:

https://www.alislam.org/askislam/question/964/; Audio Answer; Duration 13 minutes; “Are Muslim men and women allowed to shake hands with each other?” by Hazrat Mirza Tahir Ahmad(rh) in The London Mosque at 9th June 1987.

 

Wat is de filosofie van de Islamitische sociale systeem van “Pardah” (letterlijk “sluier”) en is het een religieuze voorschrift/vereiste?

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Wat is de filosofie van de Islamitische sociale systeem van “Pardah” (letterlijk “sluier”) en is het een religieuze voorschrift/vereiste?

– Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde –

“Zeg tot de gelovige mannen dat zij hun ogen neergeslagen houden en dat zij hun passies beheersen. Dat is reiner voor hen. Voorzeker, Allah is wel op de hoogte van hetgeen zij doen.” (Heilige Koran: 24:31) [2613]

 2613. Belangrijke woorden:

یغضوا (terughoudendheid) is afgeleid van غض. Ze zeggen غض طرفه او بصرہ او من طرفه d.w.z. hij hield zijn oog of ogen in bedwang; hij knipperde met zijn ogen; hij trok zijn oog of ogen samen om de oogleden te laten rimpelen; hij kneep zijn oogleden samen en hij keek; hij kneep zijn oog of ogen samen en keek naar de grond, zonder zijn oog of ogen te openen. غض صوته betekent, hij dempte zijn stem (Lane & Aqrab).

Commentaar:

Zoals hierboven wordt vermeld houdt de Koran zich niet slechts tot een oppervlakkige kijk op zaken, maar gaat tot de kern ervan. Volgens de Koran stamt iedere slechte en goede kwaliteit van een of andere kernoorzaak. In het geval van een goede kwaliteit schrijft de Koran dat de stam volledig beheerst en gecontroleerd moet zijn, in het geval van kwaad richt de Koran zich erop om deze volledig weg te vagen en uit te roeien, door de toegang hiertoe te bemoeilijken en te blokkeren. Aangezien de ogen het medium zijn voor de meeste kwade gedachten, worden in dit vers alle mannen en vrouwen geboden om hun blik neer te slaan wanneer ze elkaar tegenkomen.

“En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden en hun passies beheersen, en dat zij haar schoonheid niet tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn, en dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen, en dat zij haar schoonheid niet tonen behalve aan haar echtgenoot of haar vader of de vader van haar echtgenoot, of haar zonen of de zonen van haar echtgenoot, of haar broeders, of de zonen van haar broeders, of de zonen van haar zusters of haar vrouwen, of haar slaven, of zulke mannelijke bedienden die geen geslachtsdrang hebben, of de jonge kinderen die van de naaktheid van een vrouw niets afweten. En laat haar niet met haar voeten slaan, opdat hetgeen zij van haar schoonheid bedekken openbaar moge worden. En wendt u allen tezamen tot Allah, o gelovigen, opdat gij moogt slagen.” (Heilige Koran: 24:32) [2614]

2614. Belangrijke woorden:

 خمرهن (hun hoofdbedekking). خمر is het meervoud van خمار dat afgeleid is van خمر, wat betekent dat hij een ding versluierde, bedekte of verborg. خمار betekent, het gewaad of sluier van een vrouw waarmee ze haar hoofd en het onderste deel van het gezicht bedekt, waardoor alleen de ogen en een deel van de neus zichtbaar blijven; de hoofdbedekking van een vrouw; een stuk stof waarmee een vrouw haar hoofd bedekt; ook een tulband voor mannen (Lane & Aqrab).

جیوبھن (hun boezems).  جیوب  is het meervoud van  جیب  dat is afgeleid van جاب . Ze zeggen جابه , d.w.z. hij maakte er een gat in; hij scheurde het; hij heeft het doorboord; hij sneed het. القميص جاب betekent, hij heeft het uitgehold جیب van het hemd uit, hij sneed de جیب van het hemd of hij maakte een جیب in het hemd. جیب betekent, de opening in de nek en boezem van een hemd en dergelijke; een zak; het hart; de boezem (Lane & Aqrab).

إربة (seksuele lust) is afgeleid van أرب (aruba) of أرب (ariba). Het eerste betekent dat hij sluw, intelligent, scherpzinnig of uitstekend was in zijn oordeel en het tweede, d.w.z. ariba, betekent dat hij het wilde, dat hij er behoefte aan had of kreeg en ernaar zocht of ernaar verlangde. إربة en إرب (irbun) en أرب (arabun) betekenen hetzelfde, namelijk. sluwheid, intelligentie, uitmuntend beoordelingsvermogen, scherpzinnigheid; behoefte hebben aan. Over de Heilige Profeet wordt gezegd in een hadith املككم لاربه  كان , d.w.z. hij had de grootste controle over zijn behoefte, verlangen of seksuele begeerte (Bukhari). De woorden uit de Heilge Koran  غيراولى الاربه betekenen idioten, of personen met een gebrek aan intellect of mannen die geen behoefte hebben aan vrouwen; of geen seksueel verlangen hebben (Lane & Mufradat).

عورات (geslachtsdelen of naaktheid) is het meervoud van عورة dat is afgeleid van عور, wat betekent dat hij aan één oog blind was of werd. عورة betekent, de slinger of pudenda van een man en een vrouw; het deel of de delen van een persoon die onfatsoenlijk zijn om bloot te stellen; delen tussen de navel en de knie; alles wat een man versluiert of verbergt vanwege minachtende trots, schaamte of voorzichtigheid; alles waarvan men zich schaamt als het verschijnt; een vrouw; elke schuilplaats; een kloof, een opening of een breuk in de grens van een vijandig land, of in oorlog waarvan men bang is voor slachting; spleet of kloof; schande of misvorming; blindheid van één oog (Lane & Aqrab). نسائھن (hun vrouwen) betekent bekende of vertrouwde fatsoenlijke vrouwen.

Commentaar:

Aangezien zelfs onder Moslims veel misverstand heerst en gebrek aan juiste kennis over wat Islamitische “purdah” is, is een iets wat gedetailleerde opmerking over deze veel besproken kwestie nodig. Hier zijn de relevante Koran verzen die de noodzakelijke geboden over “purdah” belichamen:

(i)

“O profeet! Zeg aan uw vrouwen en uw dochters en de vrouwen der gelovigen dat zij een gedeelte van haar omslagdoeken over haar (hoofd) laten hangen. Dit is beter, opdat zij mogen worden onderscheiden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol.” (Heilige Koran: 33:60)

Het Arabische woord dat in dit vers wordt gebruikt, is جلابيب waarvan het enkelvoud جلباب betekent, een buiten- of omhullend kledingstuk; een hoofdbedekking; het kleed waarmee een vrouw haar hoofd en boezem bedekt.

(ii) En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden en hun passies beheersen, en dat zij haar schoonheid niet tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn, en dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen, en dat zij haar schoonheid niet tonen… (24:32 d.w.z.  het vers onder commentaar.)

(iii)

“O vrouwen van de profeet, gij zijt niet zoals een andere vrouw. Indien gij godvruchtig zijt, spreekt dan niet op een verleidelijke manier, anders zal hij in wiens hart ziekte is, verwachtingen koesteren; maar spreekt een oprechte taal.” (Heilige Koran: 33:33)

“Blijft in uw huizen en stelt uw schoonheid niet ten toon als in de vroegere dagen der onwetendheid; leeft het gebed na, en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. O huisgenoten, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken.” (Heilige Koran: 33:34)

(iv)

“O gij die gelooft, laten uw slaven en degenen uwer die de geslachtsrijpheid nog niet hebben bereikt driemaal uw toestemming vragen (bij u te mogen komen), vóór het morgengebed, wanneer gij wegens de middaghitte u van uw klederen ontdoet, en na het avondgebed. Drie privé-tijden voor u. Op andere tijden is het noch voor u, noch voor hen hinderlijk, want sommigen uwer moeten met anderen omgaan; aldus maakt Allah u de geboden duidelijk; Allah is Alwetend, Alwijs.” (Heilige Koran: 24:59) 

De volgende conclusies zijn duidelijk te herleiden uit de hierboven geciteerde verzen:

(i) Als ze naar buiten gaan, moeten moslimvrouwen een bovenkledingstuk dragen dat hun hoofd en boezem moet bedekken op een zodanige manier dat het kledingstuk van het hoofd naar de boezem moet komen en het hele lichaam inclusief het gezicht bedekt. Dit is de betekenis van de woorden uit de Koran  يدنين عليهن من جلابيبهن (33:60). Het bovenkleed is bedoeld om het feit bekend te maken dat terwijl een moslimvrouw haar zaken doet, zij de mentale angst kan worden bespaard van het aanstaren door personen met een twijfelachtig karakter.

(ii) Moslimmannen en -vrouwen moeten hun ogen bedwingen als ze elkaar tegenkomen.

(iii) Het derde gebod, hoewel op het eerste gezicht alleen van toepassing lijktop de vrouwen van de Profeet, is deze, zoals gewoonlijk in de Koran, ook bedoeld voor andere moslimvrouwen. De woorden “En in uw huizen blijven” impliceren dat, terwijl vrouwen de deur uit mogen als dat nodig is, de voornaamste en primaire onderdeelvan hun activiteiten binnenshuis is.

(iv) Op drie aangegeven momenten is het zelfs kinderen niet toegestaan de privé-appartementen van hun ouders binnen te gaan, noch mogen huispersoneel of slavinnen de slaapkamer van hun meesters betreden.

Het eerste gebod is van toepassing op vrouwen als ze het huis uit gaan. Op dat moment moeten ze een bovenkleed gebruiken dat hun hele lichaam, inclusief het gezicht, moet bedekken. Het tweede gebod heeft voornamelijk betrekking op “purdah” binnenshuis wanneer mannelijke familieleden komen en gaan. In dat geval moeten mannen en vrouwen alleen hun ogen beheersen en als extra voorzorgsmaatregel moeten vrouwen ervoor zorgen dat hun زینة, d.w.z. schoonheid, kleding en sieraden, niet wordt getoond. Ze zijn niet verplicht جلباب (bovenkleed) te gebruiken, omdat dat erg vervelend en zelfs onpraktisch zou zijn met het oog op de vrije en frequente bezoeken van naaste bloedverwanten zoals neven, zwagers, schoonzussen, enz. De context laat zien dat dit gebod betrekking heeft op “purdah” binnenshuis, omdat alle personen die in het vers worden genoemd, zeer naaste familieleden zijn die over het algemeen de huizen van hun familieleden bezoeken. De speciale vermelding daarin van vier categorieën personen naast naaste verwanten, nl. fatsoenlijke vrouwen, oude bedienden, slavenvrouwen en minderjarige jongens, geven extra gewicht aan de conclusie dat het gebod in dit vers betrekking heeft op “purdah” binenshuis.

Het feit dat het eerste gebod verwijst naar “purdah” buiten het huis en het tweede gebod in wezen verwijst naar “purdah” binnenshuis, blijkt ook uit de verschillende woorden die zijn gebruikt om de twee vormen van “purdah uit te drukken. “in de relevante verzen, d.w.z. 33:60, en het becommentarieerde vers. Terwijl in 33:60 het kledingstuk dat een vrouw moet gebruiken als ze het huis verlaat جلباب, het kledingstuk dat ze binnenshuis moet gebruiken als familieleden op bezoek zijn, خمار is. Voorts, terwijl in 33:60 de gebruikte woorden              يدنين عليهن من جلابيبهن   zijn, dwz zij zouden hun bovenklederen over hen moeten laten zakken (voor een gedetailleerde bespreking van جلباب en يدنين, zie 33:60); in het becommentarieerde vers يضربن بخمرهن على جيوبهن de gebruikte woorden zijn, d.w.z. ze zouden hun hoofdbedekking over hun boezem moeten werpen. Het is duidelijk dat in het eerste geval het kledingstuk het hoofd, het gezicht en de boezem bedekt, terwijl in het laatste geval alleen het hoofd en de boezem bedekt worden en het gezicht onbedekt mag blijven.

Terloops kan ook worden opgemerkt dat het kledingstuk (zoals eerder vermeld) die een vrouw moet dragen op het moment dat ze het huis verlaat haar hele lichaam bedekt, inclusief het gezicht, zal variëren in gebruik van gewoonten, sociale status, familietradities en gebruiken van verschillende groepen van de Moslimgemeenschap. Het gebod met betrekking tot “purdah” binnenshuis zal ook van toepassing zijn op winkels, werkvelden, enz. Waar vrouwen uit bepaalde delen van de Moslimmaatschappij moeten werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Daar hoeft een vrouw haar gezicht niet te bedekken. Ze hoeft alleen haar ogen te bedwingen en haar زینة, d.w.z. haar sieraden en andere versieringen te bedekken zoals vrouwen dat moeten doen bij bezoek van zeer naaste familieleden.

Het derde gebod vereist dat vrouwen zich waardig, grenzend aan soberheid, opstellen wanneer ze met vreemde mannen praten; en ze zijn ook verplicht om volledige aandacht te schenken aan de vervulling van hun voornaamste en belangrijke taken zoals, het welzijn van hun eigen geslacht en huishoudelijke zaken, zorg/opvoeding van kinderen en verwante zaken.

Het vierde gebod verplicht echtgenoot en echtgenote om, voor zover mogelijk, slaapkamers te hebben die gescheiden zijn van die van de andere leden van de familie, waar zelfs minderjarige jongens niet binnen mogen op de aangegeven tijdstippen.

In de uitdrukking لايبدين زينتهن d.w.z. ze vertonen niet hun زینة (schoonheid), het woord زینة omvat zowel natuurlijke als kunstmatige schoonheid. Het duidt de schoonheid van de persoon aan, en omvat de schoonheid van kleding en sieraden die vrouwen aan hun handen, voeten, oren, armen, nek, boezem enz. dragen. De uitdrukking “behalve dat wat daarvan duidelijk is” omvat al die dingen. die een vrouw niet kan bedekken, zoals haar stem, manier van lopenof gestalte en ook bepaalde delen van haar lichaam die onbedekt blijven volgens haar sociale status, haar familietradities, haar beroep en de gewoonten van de samenleving. De toestemming om bepaalde delen van het lichaam onbedekt te houden is onderhevig aan bepaalde situaties. Dus de woorden “zij tonen hun schoonheid niet” zullen verschillende connotaties hebben met betrekking tot vrouwen die tot verschillende secties en rangen van de samenleving behoren, en de connotatie zal veranderen met de verandering in de gewoonten en levenswijzen en beroepen van de mensen.

De woorden “en laat ze niet met hun voeten stampen, zodat wat ze verbergen van hun schoonheid bekend wordt”, laten zien dat openbaar dansen, wat populair is in bepaalde landen, absoluut niet is toegestaan door de Islam.

Dit is de Islamitische opvatting van “purdah.” Volgens deze opvatting mogen moslimvrouwen zo vaak het huis uit gaan als het echt nodig is.Maar hun primaire taken en verantwoordelijkhedenzijn beperkt tot hun huizen.Deze zijn op zijn minst net zo belangrijk (als niet belangrijker) dan taken en verantwoordelijkheden van mannen. Als vrouwen de werkzaamheden van mannen overnemen, proberen ze de natuur te trotseren en de natuur laat niet toe dat haar wetten ongestraft worden getrotseerd..

Het zou opgemerkt moeten worden dat het incident over ‘A’ishah, dat een van de belangrijkste onderwerpen van deze Surah vormt, een heldere licht werpt op de vorm van “purdah” die de Islam zijn volgelingen opdraagt. Volgens de traditie toen Safwan naar de plaats kwam waar ‘A’ishah lag te slapen met haar gezicht onbedekt, herkende hij haar omdat hij haar had gezien, zoals hij zelf later zei, voordat het vers over ‘purdah’ werd geopenbaard (Bukhari, Kitabut -Tafsir).

Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 24:31-32; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 4; Pagina’s 2267 t/m 2272; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2267&region=E54&CR

UITEGEBREIDERE INFORMATIE

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

“O profeet! Zeg aan uw vrouwen en uw dochters en de vrouwen der gelovigen dat zij een gedeelte van haar omslagdoeken over haar (hoofd) laten hangen. Dit is beter, opdat zij mogen worden onderscheiden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol.” (Heilige Koran: 33:60) [3119]

3119. Belangrijke woorden:

جلابيب (buitenste omhulsels) is het meervoud van  جلباب  die is afgeleid van جلب . Ze zeggen d.w.z. جلببه جلباباً hij trok zich een kleed aan van de soort genaamd جلباب. Dit word heeft verschillende betekenissen;

(a) het buitenste omhullende kledingstuk van een vrouw; dit is de belangrijkste betekenis ervan;

(b) een overhemd;

(c) een kledingstuk dat het hele lichaam omhult;

(d) het soort bedekking genaamd خمار

(e) een kleed waarmee een vrouw haar hoofd en boezem bedekt;

(f) de hoofdbedekking van een vrouw;

(g) een kledingstuk gedragen door een vrouw dat het lichaam geheel omhult, zodat zelfs geen hand onbedekt blijft;

(h) een kledingstuk of iets anders dat men als bedekking gebruikt (Lane).

يدنين (dichtbij komen) is aoristus van أدنى, wat een transitief werkwoord is van  دنى, wat betekent dat hij of het dichtbij was of werd. أدناہ betekent dat hij hem dichterbij bracht.           أدنت علیھا ثوبھا betekent: zij heeft haar kleed over zich laten zakken en zich ermee gesluierd. أدنيت الستر betekent: ik laat de sluier of het gordijn zakken om mij te verbergen (Lane & Aqrab)

 Commentaar:

Dit vers bevat het basisgebod met betrekking tot “Purdah” zoals voorgeschreven door de Islam. Zie voor een volledige uitleg van dit onderwerp vers 24:32, waar ook het huidige vers is besproken. In het kort kan hier worden gezegt dat de islamitische “Purdah” een dubbele doel heeft. Het vereist privacy en beveelt etiquette en waardig gedrag aan. Vrouwen mogen mannen niet zomaar ontmoeten en er wordt van hen verwacht dat ze zich aan bepaalde regels houden met betrekking tot kleding wanneer ze hun huis verlaten.

Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 33:60; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 4; Pagina’s 2588; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2588&region=E54

 In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

“O vrouwen van de profeet, gij zijt niet zoals een andere vrouw. Indien gij godvruchtig zijt, spreekt dan niet op een verleidelijke manier, anders zal hij in wiens hart ziekte is, verwachtingen koesteren; maar spreekt een oprechte taal.” (Heilige Koran: 33:33) [3099]

3099. Commentaar:

De vrouwen van de Heilige Profeet(s) worden hier opgedragen de waardigheid van hun zeer verheven positie te behouden en zich met gepast fatsoen en etiquette te gedragen terwijl ze met mensen van het andere geslacht praten.

Impliciet vallen alle Moslimvrouwen onder dit bevel. Er wordt van hen verwacht dat ze vriendelijk en zachtaardig zijn in hun spraak, maar hun zachtaardigheid mag door geen enkel kwaadaardig persoon verkeerd worden begrepen voor meegaandheid en weekheid.

“Blijft in uw huizen en stelt uw schoonheid niet ten toon als in de vroegere dagen der onwetendheid; leeft het gebed na, en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. O huisgenoten, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken.” (Heilige Koran: 33:34) [3100]

3100. Belangrijke woorden:

رجس (onreinheid) is afgeleid van رجس (rajasa), wat betekent dat het vuil of smerig of onrein of gehaat was of werd; hij deed een slechte of slechte daad. رجس (rijsun) betekent, vuil of vuil; een vies of smerig ding; een ding of handeling die niet geliefd is vanwege zijn smerigheid; als in; een handeling die tot straf leidt; twijfel; ontrouw; suggestie van de duivel (Lane & Aqrab). Zie ook 5:91.

Commentaar:

De woorden ‘blijf in je huizen’ laten zien dat het belangrijkste werkterrein van een vrouw haar huis is – niet dat ze de vier muren ervan niet mag verlaten. Ze mag zo vaak het huis uit als ze dat nodig acht om bijvoorbeeld een legitieme boodschap te doen of om in een legitieme behoefte te voorzien. Maar om zich te verplaatsen in een gemengde samenleving en deel te nemen aan allerlei soorten bezigheden en beroepen, schouder aan schouder met mannen en dit te doen ten koste van haar speciale huishoudelijke taken als de vrouw van het huis is niet de islamitische opvatting van een ideale vrouw. De vrouwen van de Heilige Profeet moesten in het bijzonder “in hun huizen blijven” omdat de waardigheid van hun verheven positie als “Moeders van de Gelovigen” dit vereiste en ook omdat Moslims hen vaak bezochten om hun respect te betuigen en de nodige informatie en begeleiding van hen zochten op alle belangrijke religieuze zaken.

Het gebod lijkt alleen van toepassing te zijn op de vrouwen van de Heilige Profeet, maar het is net zo goed van toepassing op alle Moslimvrouwen. Het is de manier van aanspreken van de Koran dat hoewel het in het bijzonder de Heilige Profeet lijkt te zijn gericht in werkelijkheid geldt voor alle moslims. Gelijk hieraan, een gebod gericht aan de vrouwen van de Heilige Profeet ook van toepassing is op alle Moslimvrouwen.

De uitdrukking البیت  اھل is voornamelijk en primair van toepassing op de vrouwen van de Heilige Profeet(s). Dit blijkt duidelijk uit de context en ook uit vv. 11:74 en 28:13.

“Zij zeiden: “Verwondert gij u over Allah’s gebod? De barmhartigheid van Allah en Zijn zegeningen zijn over u, o bewoners van dit huis. Voorzeker, Hij is Geprezen, Glorierijk.” (Heilige Koran 11:74)

“En Wij hadden hem de minnen voordien verboden. Daarom zeide zij (zijn zuster): “Zal ik u een familie noemen die hem voor u zal grootbrengen en die voor hem welwillend zal zijn?” (Heilige Koran: 28:13)

In bredere zin omvat het echter alle leden van een gezin die het huishouden vormen, zelfs de kinderen en de kinderen van kinderen. De uitdrukking was ook door de Heilige Profeet gebruikt voor een aantal van zijn selecte Metgezellen(ra). سلمان منا اهل البيت d.w.z. “Salman is onderdeel van ons huishouden” (Saghir), is een bekend gezegde van de Heilige Profeet(s).

Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 33:33-34; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 4; Pagina’s 2568 t/m 2569; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2568&region=E54&CR

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

“O gij die gelooft, laten uw slaven en degenen uwer die de geslachtsrijpheid nog niet hebben bereikt driemaal uw toestemming vragen (bij u te mogen komen), vóór het morgengebed, wanneer gij wegens de middaghitte u van uw klederen ontdoet, en na het avondgebed. Drie privé-tijden voor u. Op andere tijden is het noch voor u, noch voor hen hinderlijk, want sommigen uwer moeten met anderen omgaan; aldus maakt Allah u de geboden duidelijk; Allah is Alwetend, Alwijs.” (Heilige Koran: 24:59) [2633]

2633. Belangrijke woorden:

مراة (tijden) is het meervoud van مرة, wat een infinitief zelfstandig naamwoord is van مر, wat betekent dat hij of het is gepasseerd. مرالدھر betekent, de tijd verstreek. مرة betekent, een tijd; een keer; een actie; een enkele handeling of handeling; beurt; ook een gelegenheid. فعلته مرة betekent, ik heb het een keer gedaan (Lane & Aqrab). 

Commentaar:

Het onderwerp “purdah”, zoals vermeld onder vers 32 hierboven wordt op vier verschillende plaatsen in de Koran genoemd. Terwijl vers 24:32 zich voornamelijk bezighoudt met “purdah” binnenshuis, bespreekt vers 33:60 “purdah” buiten het huis en op doorgangen terwijl verzen 33: 33-34 spreken over een beperkte vorm van “purdah”, in het bijzonder opgelegd aan de vrouwen van de Heilige Profeet en impliciet aan alle Moslimvrouwen en hieruit te verwijzen naar het feit dat het belangrijkste centrum van de activiteiten van een vrouw haar huis is. Dit huidige vers verwijst echter naar een ander soort “purdah”, namelijk. dat ook huispersoneel en minderjarige kinderen de privé-appartementen van hun meesters of ouders niet op de drie hier genoemde tijdstippen mogen betreden zonder voorafgaande toestemming.

“En wanneer de kinderen onder u geslachtsrijpheid bereiken, moeten ook zij verlof vragen evenals ouderen dan zij om toestemming vragen. Zo maakt Allah u Zijn geboden duidelijk; Allah is Alwetend, Alwijs.“ (Heilige Koran: 24:60) [2634]

2634. Commentaar:

De woorden من قبلھم   kunnen betekenen:

(i) de personen die zijn genoemd in vers 28 hieronder; of

“O gij die gelooft, gaat geen andere huizen dan de uwe binnen zonder de bewoners er van te waarschuwen en te begroeten. Dat is beter voor u, opdat gij er lering uit zult trekken.” (Heilige Koran: 24:28)

(ii) degenen die vóór hen de puberteit hebben bereikt.

Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 24:59-60; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 4; Pagina’s 2290 t/m 2292; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2290&region=E54&CR

Vertaald door de heer Rashid Siddiqie

Worden mannen onderdrukt in Islam?

0

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle 

Worden mannen onderdrukt in Islam?

Deze vraag kan men zich stellen wanneer wij de Koran lezen. Onderdrukking van mannen in de Islam is geen vraag die vaak voorkomt omdat vrouwenonderdrukking vaak geassocieerd wordt met de Islam, maar het is wel een belangrijke en interessante vraag. Een man is verplicht om te werken en met zijn bezit zijn gezin te onderhouden. Daar het bezit en carrière nooit centraal staan in het leven van spirituele mensen wordt de man toch vermoeid en verplicht met deze zaken. Daar van de vrouw inderdaad verwacht wordt om het huis op orde te houden, wat zwaar kan zijn in tijden van een jong gezin, mag zij zich echter verder bezig houden om de volgende generatie te vormen. Vandaar dat de Heilige Profeet Mohammed (Mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn) stelde; dat het paradijs aan de voeten van de moeder ligt. (Sunan an-Nasa’i, Boek 25, Hadith 3104) Moeder, de vrouw, is maatschappijen aan het vormen, door kinderen de kleuren van het paradijs of die van de hel aan te laten nemen afhankelijk van de manier waarop zij hen grootbrengt.

Tuurlijk hebben sommige mannen leuke interessante banen waarmee ze invloed kunnen uitoefenen op de maatschappij, maar de meerderheid zit in een dagelijkse sleur om het eind van de dag brood (liefs roti, en gekruide kip) op de plank te krijgen. Wereldse zaken, plat geld verdienen dat is voor de man geboden in de Koran. En tot overmaat mag de vrouw wel werken en erven, dus bezit hebben maar daarvan mag niets verwacht worden als het gaat om het onderhouden. De koran stelt inderdaad dat de zoon net zoveel erft als twee dochters, maar ja die dochters mogen het besteden aan vakanties, kleding en Starbucks, daar de man zijn geld in de huishoudpot stopt.

Tuurlijk heeft het zijn charme om in de ochtendstond van huis te gaan en in de avond naar je eigen paradijsje terug te keren met de middelen van bestaan. Maar de vraag is; weegt deze charme op tegen het kneden van je kinderen, eventueel verzorgen van ouderen en een huis, groot of klein, om te toveren tot een paleis, waar geen sprake is van generatiekloven maar generaties het leven verbinden.

De Koran antwoordt hierop in het volgende vers; 2:188: “Zij zijn een gewaad voor u en gij zijt haar een gewaad.Wij vullen elkaar aan, wij passen bij elkaar als puzzelstukken. De puzzelstukken die niet gelijkvormig zijn die horen bij elkaar, toch kan je niet zeggen dat een van de stukken meer of minder belangrijk zijn dan de ander, ze worden pas belangrijk als ze hun eigen plaats in het geheel kennen, alleen dan zullen ze het perfecte plaatje worden. Dus geen van beide wordt onderdrukt in Islam, mits er rekening gehouden wordt met de verschillen in de natuurlijke toestanden van de vrouw en man.

“Mannen zijn voogden over de vrouwen omdat Allah de enen boven de anderen heeft doen uitmunten en omdat zij van hun rijkdommen besteden. Deugdzame vrouwen zijn dus zij, die gehoorzaam zijn en heimelijk bewaren, hetgeen Allah onder haar hoede heeft gesteld. En degenen, van wie gij rebellie en vijandschap vreest, wijst haar terecht en laat haar in haar bedden alleen en tuchtigt haar. Als zij u dan daarna gehoorzamen, zoekt geen weg tegen haar. Waarlijk, Allah is Verheven, Groot.” (Heilige Koran: 4:35)

 Dit is het vers dat vandaag de dag de meeste uitleg nodig heeft als het gaat om de man vrouw relatie in de Islam. De man de is voogd over de vrouw, hij is de uiteindelijke leider, er is samenspraak maar soms zijn de meningen verdeeld, dan is het de man de minister president en de vrouw de adviserende kamer. Is de man een tiran, dan scheid de vrouw, en valt het kabinet. Dat leiderschap van de man is ook terug te zien in de meest succesvolle generatie van Nederland, de naoorlogse generatie, ook wel de babyboomers genoemd. De vrouwen kwamen daar ook vaak te wonen waar de man werk had, en verhuisde mee als het werk verhuisde, tuurlijk in samenspraak, maar geleid door de werkwensen van de man.

Tegenwoordig stellen sommige dat er niet iets bestaat als man en vrouw, wij zijn allemaal mensen en dus gelijk. De Islam en met haar alle godsdiensten (vanwege dezelfde bron, God de Schepper) is duidelijk en stelt dat een vrouw andere kwaliteiten heeft dan de man. Het klopt inderdaad dat man en vrouw in essentie gelijk zijn, vandaar de herhaaldelijke verzen in de Koran die o.a. het volgende zeggen; Koran 16:98:  “Die juist handelt, hetzij man of vrouw en een gelovige is, hun zullen Wij voorzeker een goed leven schenken; en gewis zullen Wij hen belonen naar hun beste werken.” Hier wordt dus duidelijk dat goede daden en geloven in God, de essentie is van ons bestaan, en hierin zijn wij dan ook absoluut gelijk.

In niet essentiële zaken zoals voedsel verzamelen en bereiden, kinderen onderhouden en baren verschillen wij in natuurlijke aanleg. Nogmaals 2:188: “…Zij zijn een gewaad voor u en gij zijt haar een gewaad…” De mens van vandaag wil gelijkheid op het gebied van geld verdienen, dat begrijp ik helemaal omdat de mens van vandaag geen transcendente God meer kent en daarmee al haar spiritualiteit verloren is, God is niet de trooster maar geld, God is niet het doel maar bezit, God brengt geen veiligheid maar positie wel, gebed verandert ongemak niet in gemak maar geld doet dit. Natuurlijk wil de vrouw dan ook nabijheid van die nieuwe God, want die nieuwe afgod kan nog meer afgoden kopen en daarmee tijdelijk genot. Maar onder dit nieuwe oppervlakkige en gehaaste bestaan heeft men nog steeds het gevoel dat man, vrouw en kinderen het meest hecht zijn wanneer ze als puzzelstukken samengaan.

De vraag is wat wil de nieuwe feministische wereld eigenlijk? Zij willen de kracht weghalen van de vrouw als die van de man, rolverdeling wekt een allergische reactie op bij hen, terwijl elke sportcoach van elke speler vraagt om zijn rol te kennen, om zo als team tot de beste prestaties te komen. Dat wil niet zeggen dat een verdediger nooit mag scoren en een aanvaller nooit moet verdedigen, maar er moet in de eerste instantie afspraken zijn over de rolverdeling. Zoals een voetbalwetstrijd in de hectiek van het moment vraagt om flexibel om te gaan met de gemaakte afspraken, zo kan het leven ook eisen om flexibel met de rolpatronen om te gaan.

De eerste prioriteit van de man is om brood te winnen, en die van de vrouw om de kinderen geestelijk als fysiek te onderhouden. Dit zijn richtlijnen, die altijd, zoals gezegd,  flexibel geïnterpreteerd kunnen worden, het zijn geen vaststaande dogma’s. Situaties kunnen atypisch zijn dus een atypische rolverdeling zou dan het antwoord kunnen zijn. De vrouw gaat vaak weer actiever deelnemen aan maatschappelijke activiteiten, zoals werk, wanneer de verantwoordelijkheden omtrent de kinderen minder worden. Maar de God van de Koran beschermt de jonge moeders tegen overbelasting en eist van de man om de vrouw te faciliteren in alles om het gezin de hoeksteen van de samenleving te laten zijn.

En dan komen wij nu bij de laatste zinssnede van dit vers. “…Van wie gij rebellie en vijandschap vreest, wijst haar terecht en laat haar in haar bedden alleen en tuchtigt haar. Als zij u dan daarna gehoorzamen, zoekt geen weg tegen haar. Waarlijk, Allah is Verheven, Groot” (Heilige Koran: 4:35)Hier wordt maar weer duidelijk dat de Heilige Koran een boek is wat in elk aspect van het leven voorziet. Het erkent de weerbarstige realiteit van hoogoplopende ruzies die kunnen ontstaan in relaties. Wanneer de man zich tegenover zijn vijandelijke of opstandige vrouw moet verdedigen, doordat de vrouw hem zo boos heeft gemaakt, dan kan hij in die toestand haar fysiek begrenzen, niet martelen. Het zou beter voor hem zijn om zijn emoties (zijn boosheid) in bedwang te houden in plaats van slaan om zo de situatie onder controle te brengen. In deze context heeft de Heilige Profeet Mohammed (Mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn) dan ook gezegd dat als een man toch haar fysiek gaat slaan, er nooit sprake mag zijn van letsel. Dit vers is dus duidelijk een begrenzing en niet een aanmoediging, het natuurlijke overwicht van de man wordt hier erkend en direct begrensd.

Het is ook interessant om te vermelden dat aangezien bij het slaan van vrouwen in de Islam geen letsel mag zijn, dat dit dus buiten de definitie van geweld tegen vrouwen valt zoals gehanteerd door de VN-verklaring over geweld tegen vrouwen en Amnesty International:
De VN-verklaring over geweld tegen vrouwen (1993) veroordeelt uitdrukkelijk het huiselijk geweld. Geweld tegen vrouwen is volgens de definitie van de verklaring ‘elke daad van geweld op basis van gender die resulteert of kan resulteren in lichamelijke, seksuele of psychologische schade aan of lijden van vrouwen, met inbegrip van de dreiging van dergelijke gewelddaden, dwang of willekeurige vrijheidsberoving, ongeacht of dit plaatsvindt in het openbaar of de privésfeer.’ Dat geweld is een schending van mensenrechten als de overheid in gebreke blijft bij preventie en het vervolgen van de daders. (https://www.amnesty.nl/encyclopedie/geweld-tegen-vrouwen)

Sterker nog, je zou gekscherend kunnen zeggen dat het volgens Amnesty International het dus altijd is toegestaan om vrouwen te slaan, zolang het geen letsel geeft, maar in de Islam is dit alleen toegestaan in hele uitzonderlijke situaties.

Allah begrensd de vrouw ook, door haar te vermanen, niet vijandig te zijn tegenover haar man. In theorie kan de vrouw de man tot bloedens aan toe krassen, of slaan en de man mag dan alleen beantwoorden volgens de bovenstaande begrenzingen.

Het mag duidelijk zijn waarom de vrouw niet opgedragen wordt om de man te tuchtigen, dit omdat zij simpelweg fysiek niet in staat is dit uit te voeren. En als de man van zijn natuurlijke machtspositie gebruik maakt dan waarschuwt Allah hem door het vers als volgt af te sluiten, “…Waarlijk, Allah is Verheven, Groot” (Heilige Koran: 4:35). 

 Het kan zijn dat de man die waarschuwing niet serieus neemt en regelmatig of altijd misbruik maakt van zijn natuurlijke machtspositie en de vrouw besluit omwille van het gezin geduldig bij hem te blijven. Dan zullen de kinderen dit onrecht registreren en nimmer vergeten. Dit door het natuurlijke overwicht wat de moeder, ten opzichte van de man, heeft op de kinderen. Haar natuurlijke kracht wordt ook erkend en versterkt door de richtlijnen van de Heilige koran betreffende de rolverdeling. En toen de Heilige Profeet Mohammed (Mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn)  gevraagd werd “wie er naast Allah en de boodschapper het meest geëerd moet worden, antwoordde hij; Je moeder, dan je moeder en dan je moeder en dan pas je vader. (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī 5626, Ṣaḥīḥ Muslim 2548)

Deze gezegdes over de liefde voor de moeder zijn niet zomaar tegelwijsheden. Een snelle kijk in de Moslimwereld zal ons direct vertellen dat de pasgetrouwde vrouw wellicht in een afhankelijkheidspositie is, maar als de kinderen volwassen zijn geworden ontpopt de moeder zich als een ware koningin met godfatherachtige invloeden op haar nageslacht. De wens van de moeder is wet voor de kinderen en wanneer de moeder oma is, wordt zij als een levende  legende beschouwd, die niets tekort mag komen.

De opofferingen die de jonge moeder maakte om de kinderen dag en nacht bij te staan in al hun behoeften betalen zich uit wanneer de moeder zelf behoeftig wordt. En zo is de cirkel rond.

Wordt de man dan echt achtergesteld in de Islamitische wereld? Nee. De vader als de moeder behoren gerespecteerd te worden door de kinderen zoals de ouders ook hun kinderen dienen te respecteren.

De heer Momin van der Steen, lid van de Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde

Reactie op het artikel ‘de mensen van Ibrāhīm’ door Gé Speelman op theologie.nl

0

Door Youssef Ikhlaf, jurist en vicevoorzitter Ahmadiyya Moslim Schrijversgilde.

Gé Speelman is Universitair docent Religiestudies aan de De Protestantse Theologische Universiteit (PThU) te Amsterdam.

Zijn de Profeten Ibrahim (as) en Jezus (as) superieur ten opzichte van de Heilige Profeet Mohammed (s) omdat zij vaker worden genoemd in de Heilige Koran?

Gé Speelman schrijft in haar artikel over ‘de mensen van Ibrahim’ op de website theologie.nl van 13 augustus 2020 [1]:

“In de Koran komt de naam Ibrāhīm veel meer voor dan de naam Mohammed: 245 keer Ibrāhīm tegen drie keer Mohammed. Vaak grijpen de verhalen terug op vertelstof die kennelijk bij de toehoorders als bekend verondersteld werd”.

Sommige christenen beweren dat de Profeet Jezus (as) superieur is ten opzichte van de Heilige Profeet Mohammed (s) omdat Jezus (as) vaker genoemd wordt in de Heilige Koran. Jezus (as) wordt 25 keer bij naam genoemd, maar de Heilige Profeet Mohammed (s) slechts 4 keer. Gé Speelman beweert niet dat Ibrahim (as) vaker genoemd wordt omdat hij superieur zou zijn aan de Heilige Profeet Mohammed (s) maar zij geeft wel aan dat Ibrahim (as) vaker genoemd wordt zonder te nuanceren waarom zij die vergelijking maakt. Tevens vermeldt zij ook dat de Heilige Profeet Mohammed (s) drie keer wordt genoemd in de Heilige Koran, in feite wordt de Heilige Profeet Mohammed (s) vier keer genoemd.

Het antwoord op het oude bezwaar dat Jezus (as) vaker genoemd wordt dan de Heilige Profeet Mohammed (s) is als volgt (dit geldt ook voor sommige andere profeten die vaker worden genoemd):

  1. Maria (ra) (was geen Profeet) wordt 35 keer genoemd in de Heilige Koran, Johannes de Doper (as) 41 keer. Als de frequentie van getallen aanduiden dat een persoon superieur is, dan zijn Maria (ra) en Johannes de Doper (as) superieur ten opzichte van Jezus (as).
  2. Bovendien wordt Mozes (as) 135 keer genoemd in de Heilige Koran terwijl de Heilige Koran duidelijk maakt dat de Heilige Profeet Mohammed (s) alle Profeten en vrome mensen in uitmuntendheid overtreft.
  3. En als men zegt dat al deze profeten die het vaakst genoemd worden, Israëlitische profeten waren, dan geldt hetzelfde antwoord als hierboven vermeldt, namelijk; de woorden “Farao” en “Satan” komen vaker voor in de Heilige Koran dan de namen van Israëlitische profeten.
  4. Dit impliceert dat de frequentie waarin namen zijn genoemd absoluut niets te maken heeft met superioriteit.
  5. De verhalen die in de Heilige Koran staan, en waarin de namen van profeten voorkomen, zoals de Bijbelse profeten, worden vaak door God genoemd om de wandaden van hun volkeren aan het licht te brengen. Een ander doel is om de mensen indachtig te maken om hiervan lering uit te trekken.
  6. De Heilige Profeet Mohammed (as) zelf wordt in de Heilige Koran aangesproken met het voornaamwoord “u”, “uw”, “Boodschapper”, “Profeet”. Hij wordt vaak in de gebiedende wijs aangesproken. Deze manier van uitdrukking wordt in de Heilige Koran veelvuldig gebruikt. De Heilige Profeet Mohammed (as) wordt daarom veel vaker genoemd dan welk ander Profeet dan ook.
  7. De bewering dat Ibrahim (as) of Jezus (as) superieur zijn omdat zij vaker worden genoemd is daarom onjuist. De Heilige Koran instrueert de Moslims om in alle Profeten te geloven. Alle Profeten zijn door dezelfde God gezonden. De Heilige Koran verklaart daarnaast ook dat de Heilige Profeet Mohammed (s), ‘Khatam-un-Nabiyyīn’ is; het Zegel der Profeten(s). Dat houdt in dat de Heilige Profeet Mohammed (s) alle kwaliteiten bevat van alle Profeten. Hij overtreft alle Profeten in uitmuntendheid. De komst van de Heilige Profeet Mohammed (s) vond plaats volgens Gods plan en in overeenstemming met profetieën uit verschillende wereldreligies. De Heilige Profeet Mohammed(s) verscheen met de religie Islam in een tijd waarin de menselijke psyche het hoogtepunt van zijn potentie bereikte. Islam is de laatste, ontwikkelde vorm van geestelijke evolutie die de mensheid doormaakt en die in de tijd van de Heilige Profeet Mohammed(s) haar laatste fase bereikte. In de Islam zijn alle waarheden die tot doel hebben de mensheid in één universele broederschap te verenigen, door God verzameld. De leer van de Islam beperkt zich niet tot één bepaald volk of tot één bepaalde tijd, maar heeft integendeel een universele boodschap voor alle volkeren en voor alle tijden.

De rol van joodse en christelijke bronnen – een historisch perspectief

Gé Speelman schrijft verder in haar artikel:

“In de latere uitlegliteratuur worden die verhalen dan weer uitgepakt en uitvoerig becommentarieerd, vaak met gebruikmaking van joodse en christelijke bronnen. Daarin worden de details gevonden waar gelovigen zich door kunnen laten stichten.”

“Toen Mohammed overleed in 632 waren er al professionele verhalenvertellers, Quṣṣaṣ (e.v. Qaṣṣ), actief. Veel van hen waren bekeerlingen uit het jodendom of christendom, en ze brachten hun kennis van de profeten uit hun geschriften mee.”

Een voorbeeld is Ka’b Ibn al-Aḥbar, een Jemenitische joodse bekeerling die leefde in de tijd van kalief ‘Umar (634-644). Het materiaal van de Quṣṣaṣ is later opgenomen door korancommentatoren, die in de twee generaties daarna actief werden. Veel van de termen en toespelingen in de Koran waren toen al niet helemaal duidelijk voor moslims die in grote steden in het Midden-Oosten waren gaan wonen.”

Hierop wil ik graag ingaan. Onder de uitlegliteratuur wordt verstaan de mufassirīn (مُفَسَّر ); Koran commentatoren, maar ook de schrijvers van de sīra of sīrat (سيرة), afgeleid van het werkwoord sāra, dat reizen of op reis zijn betekent. Sīra of sīrat wordt vertaald als (profetische) biografie. Dit zijn de traditionele moslimbiografieën over de Heilige Profeet Mohammed (s). Soms gebruikten de Koran commentatoren (en de schrijvers van de sīrat) inderdaad joodse en christelijke bronnen.

Zij maakten o.a. gebruik van verhalen die door de islamitische qāṣṣ (prediker/verteller) werden verteld die meestal bekeerlingen waren vanuit het Jodendom of Christendom. Qaṣṣ is het meest gezien als een verteller van verhalen, voornamelijk religieus van aard en vaak onbetrouwbaar. Zij kwamen in beeld na het overlijden van de Heilige Profeet Mohammed (s) tot aan de Umayyaden periode. Zij hadden geen invloed tijdens het rechtgeleide Kalifaat, en ook niet tijdens de eerste drie generaties; de ṣaḥābah, de tabi‘ūn en de tābi‘ al-tabi‘īn.

Het voormalige internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vierde Khalifa (Kalief), Hazrat Mirza Tahir Ahmad(rh) legt dit uitstekend uit[2] in verband met het verhaal over de opstijging van Jezus (as):

“Het idee van fysieke opstijging van Jezus (as) infiltreerde heel geleidelijk in de moslimwereld. Het was ongeveer driehonderd jaar na de Heilige Profeet(s) van de Islam dat het tot het denken van de Moslims doordrong.”

Dit geeft aan dat het een geleidelijk proces was waarin externe ideeën in de Islam binnenkropen, en deze pas werkelijk hun doorgang konden vinden in het denken van de Moslims na ongeveer driehonderd jaar. Maar om te suggereren zoals Gé Speelman doet dat de details van het geloof uit de Quṣṣaṣ voort zijn gekomen is niet helemaal juist. De details van het geloof werden hoofdzakelijk ontleend uit de Heilige Koran, de Sunnah en instructies van de Heilige Profeet Mohammed (s) die onder andere later opgenomen zijn in de Ahadith. Ook speelden ijtihād en fiqh (islamitische jurisprudentie) een belangrijke rol. De sīrat en quṣṣaṣ speelden later een minder belangrijke rol als het gaat om details van het geloof.

Over de bekendste sīrat van Ibn Ishaq; Hij was van nature geneigd tot sīrat, maar hij voldeed niet aan de strenge standaard van Hadīth. Het is juist om deze reden dat Imām Bukharī zijn vertellingen niet accepteerde in Ḥadīth, maar ze wel accepteerde in sīrat zonder aarzeling.[3]

Imām Aḥmad bin Ḥanbal(rh) was ook deze mening toegedaan.[4]

De Profeet Ibrahim (as) was geen veelgodendienaar (mushrik) geweest

Gé Speelman schrijft verder:

“Het verhaal van Ibrāhīms jeugd is het meest vertelde verhaal in de Koran. Hierin komen twee elementen samen: de jonge Ibrāhīm ontdekt wie God, de schepper van hemel en aarde is en hij wendt zich af van de valse goden die door zijn mensen aanbeden worden’. En: Als Ibrāhīm in soera 6:75 e.v. een ster ziet wil hij die aanbidden als zijn Heer, maar de ster gaat onder. Dat gebeurt ook met de maan en de zon. Alles wat groot en schitterend lijkt gaat uiteindelijk ten onder.”

En:

“Dan verklaart Ibrāhīm in soera 6:79: ‘Ik wend mijn aangezicht tot Hem die de hemelen en aarde aangelegd heeft, als een aanhanger van het zuivere geloof (ḥanīf) en ik behoor niet tot de veelgodendienaars (mushrikīn).’ En: ‘Zo komt Ibrāhīm door zelf waar te nemen en na te denken op het rechte, zuivere spoor van het monotheïsme.”

Dit is een onjuiste interpretatie die ongelukkigerwijs onbewust algemeen wordt verkondigd. De Profeet Ibrahim (as) was nooit in de veronderstelling dat de ster, de maan en de zon God waren, en zich vervolgens hiervan heeft afgewend.

Gé Speelman verwijst naar de volgende verzen[5]:

“En toen de nacht over hem kwam, zag hij een ster. Hij zeide: “Dit is mijn Heer.” Maar toen zij onderging, zeide hij: “Ik heb de dingen, die ondergaan niet lief.”

“En toen hij de maan zag glanzen, zeide hij: “Dit is mijn Heer.” Maar toen zij onderging zeide hij: “Had mijn Heer mij niet geleid dan zou ik zeker tot het dwalende volk behoren.”

“En toen hij de zon zag stralen zeide hij: “Dit is mijn Heer. Dit is de grootste” Maar toen zij onderging, zeide hij: “O, mijn volk, ik heb niets uitstaande met uw afgoden.”

“Ik heb mijn aangezicht oprecht gewend tot Hem, Die de hemelen en de aarde schiep en ik behoor niet tot de afgodendienaren.”

Deze verzen doen inderdaad in de eerste instantie vermoeden dat de Profeet Ibrahim (as) onder de veronderstelling was dat de ster, de maan en de zon God waren. Maar het tegendeel is waar; deze verzen van de Heilige Koran geven juist aan dat Profeet Ibrahim (as) vraagstellingen gebruikte als argument om zijn volk wakker te schudden.

Het voormalige internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Tweede Khalifa (Kalief), Hazrat Mirza Bahiruddin Mahmud Ahmad(ra) schreef in zijn commentaar[6] op de bovengenoemde verzen:

“In feite wilde hij (de Profeet Ibrahim (as)) het argument tegen de sterrenaanbidders gebruiken op een manier die doeltreffend zou kunnen zijn. Hij nam dus eerst aan of veronderstelde dat de ster zijn Heer was en toen deze verdween, haastte hij zich om te verklaren: Ik houd niet van hen die ondergaan. Hetzelfde was het geval met de ondergang van de maan en de zon. Over de zon sprak hij ironisch het woord “groter” of “grootst” om zijn volk te plagen om hun dwaasheid. Overigens moet hier worden opgemerkt dat Abraham het woord اکبر (groter of grootst) niet gebruikte voor de maan, die ook groter was dan de avondster. Deze weglating is veelbetekenend, want het toont duidelijk aan, dat hij reeds van plan was naar de zon te verwijzen, nadat hij het geval van de maan had opgelost.

(…) als Abraham werkelijk God zocht en oprecht de ster, de maan en de zon achtereenvolgens voor zijn Heer had aangenomen, dan had de conclusie waartoe hij op natuurlijke wijze had moeten komen, nadat hij geleidelijk de godheid van deze drie hemellichamen had verworpen, moeten zijn dat er in het geheel geen God was, maar in plaats van te verklaren dat er geen God was, wendde Abraham zich onmiddellijk tot zijn volk en zei: O mijn volk, ik ben zeker vrij van hetgeen gij met God vereenzelvigt; ik heb mijn aangezicht gewend tot Hem, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en wend mij tot God. Hieruit blijkt, dat Abraham de ware God reeds kende en in Hem geloofde en slechts trachtte zijn volk geleidelijk tot Hem (God) te leiden. Laat de lezer slechts het gehele antwoord van Abraham lezen (verzen 81-83) en het zal hem glashelder worden dat Abraham niet alleen bekend was met de naam van Allah en in Hem geloofde, maar ook een diepe kennis bezat van Zijn eigenschappen.”

Verder benadrukt Hazrat Mirza Bahiruddin Mahmud Ahmad(ra) in zijn commentaar van vers 84 van hetzelfde hoofdstuk dat dit specifieke vers duidelijk maakt dat Ibrahim (as) nooit een afgodendienaar was geweest. Zie:

“En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij verheffen graadsgewijze, wie Wij willen. Voorzeker, Uw Heer is Alwijs, Alwetend.”[7]

Hij schrijft hierover[8]:

“Dit vers geeft definitief uitsluitsel over de vraag of Abraham geleidelijk tot het geloof in God kwam door het ene hemellichaam na het andere voor zijn Heer te nemen, of dat het een kundig onderbouwd argument was waarmee hij de dwaling van zijn volk wilde aantonen omdat zij hemellichamen als goden vereerden. Het vers toont aan dat Abraham vanaf het begin duidelijk en standvastig was in zijn geloof in de Eenheid van God en dat wat hij zei over de zon en de maan enz. deel uitmaakte van het argument dat God hem had geleerd.”

Hij wijst dus de visie die tot op heden bestaat dat Ibrahim (as) een afgodendienaar was en geleidelijk in één God begon te geloven van de hand.

De Heilige Koran en de Bijbel verklaren dat Ismaël (as) de eerste zoon was en Isaäk (as) de tweede zoon, en beiden waren wettige zonen van Ibrahim (as)

Gé Speelman schrijft:

“Hier wordt Ibrāhīm aangezegd dat hij nakomelingen zal krijgen, een eigen ‘Aal’. Maar wie zijn die nakomelingen precies? In de Koran wordt hier op verschillende plekken verschillend over bericht. In soera 15:53 en 37:101 wordt de naam van de zoon niet genoemd. In 37:112 is de zoon Ishāq. Soms wordt, net als in soera 11 over ‘Ishāq en Ya’qub’ gesproken, alsof ze broers zijn. Op verschillende plaatsen wordt Isma’īl als afzonderlijke profeet genoemd, zonder dat er een link wordt gemaakt met Ibrāhīm; hij wordt dan in een lijst profeten ver na Ibrāhīm geplaatst (zo in soera 6:86, 19:54/5, 21:85, 38:48). Op weer andere plaatsen is Isma’īl wel duidelijk met Ibrāhīm verbonden (zie soera 2:125, 14:39).”

De Heilige Koran maakt expliciet duidelijk dat zowel Ismaël (as) als Isaäk (as) wettige zonen waren van de Profeet Ibrahim (as). En de Heilige Koran maakt ook duidelijk dat Ismaël (as) de eerste zoon was, immers Ismaël (as) wordt als eerst genoemd en vervolgens Isaaq (as). De volgorde in de Heilige Koran is er niet voor niets:

“Alle lof behoort aan Allah, Die mij in weerwil van ouderdom Ismaël en Izaak heeft gegeven Waarlijk mijn Heer is de Verhoorder van het gebed.”[9]

De link tussen het offer en de Hajj toont aan dat het Ismaël(as) was die op het punt stond geofferd te worden en niet Isaäk(as)

Gé Speelman schrijft verder:

“De Heilige Koran vertelt niet over welke zoon dit verhaal gaat, en moslim exegeten hebben hier lang over gediscussieerd. Tegenwoordig is de communis opinio dat het wel Isma’īl moet zijn geweest. Gezien de link tussen het offer en de Hajj een voor de hand liggende conclusie.”

De redactie van het tijdschrift ‘Al-Islaam’ heeft een thema besteed aan het onderwerp over de Profeet Ibrahim (as) en zijn zonen; Ismaël en Isaäk. Ik verwijs de lezer hier graag naar toe[10]. Ik citeer uit een artikel[11] uit het tijdschrift:

“Bovendien is het feit dat, hoewel er geen spoor te vinden is in de religieuze plechtigheden van de Joden en de Christenen over het vermeende offer van Isaäk door Abraham, de Moslims, die de geestelijke afstammelingen van Ismaël(as) zijn, met grote ijver zijn voorgenomen offer herdenken door elk jaar overal ter wereld rammen en geiten te slachten op de tiende dag van Dhul-Hijjah. Dit universele offeren van rammen en geiten door Moslims op een specifieke dag ter herdenking van Abrahams bereidheid Ismaël(as) te slachten, stelt onomstotelijk en zonder twijfel vast, dat het Ismaël(as) was, die Abraham(as) als offer bracht en niet Isaäk(as).”

Profeet Ibrahim (as) verbindt monotheïsten

Gé Speelman verwijst naar de volgende Koranverzen[12]:

“Ziet, gij twist over hetgeen, waarvan gij kennis hebt. Waarom twist gij dan (eveneens) over hetgeen, waarvan gij geen kennis hebt? Allah weet en gij weet niet.”

“Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren.”

Zij zegt vervolgens:

“Is Abraham/Ibrāhīm daarmee een figuur die religieuze mensen verbindt of juist helder (onder)scheidt?”

Het voormalige internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Tweede Khalifa (Kalief), Hazrat Mirza Bahiruddin Mahmud Ahmad(ra) schreef in zijn commentaar[13] op de verzen 3:66, 67 en 68:

“Zoals uit de context blijkt, betekenen de woorden, betreffende Abraham; de godsdienst van Abraham. Hij was noch een volgeling van de Torah, noch een volgeling van het Evangelie; want deze beide Boeken werden lang na hem geopenbaard. Toch twistten de mensen van het Boek onderling over de godsdienst van Abraham, waarbij elke partij beweerde dat hij geloofde zoals zij deden.

Het vers is een berisping voor de Joden, bij wie het redetwisten over godsdienstige vraagstukken een gewoonte en een tijdverdrijf was geworden.(…)

Als men kan zeggen dat Abraham tot één van de huidige godsdiensten behoort, dan is het wel de Islam; want (1) de Islam is een naam met een betekenis die betrekking heeft op de innerlijke geest van het geloof – onderwerping of gehoorzaamheid aan de wil van God; (2) Abraham zelf gebruikte het woord مسلم (Moslim) voor zichzelf en ook voor zijn zoon Ismaël, van wie de Heilige Profeet van de Islam afstamt (2. 129); en (3) hij bad dat uit zijn nageslacht een مسلم (moslim) volk mocht voortkomen (2:129). Maar hij was natuurlijk geen moslim in de zin dat hij in detail de religie volgde die door de Heilige Profeet was gebracht.

De zin dat hij niet behoorde tot hen die goden met God vereenzelvigen is een soort berisping voor joden en christenen die, ondanks dat zij zichzelf monotheïsten noemen, in feite polytheïsme praktiseerden en toch niet aarzelden om te beweren dat Abraham een van henzelf was.”

De Profeet Ibrahim (as) is voorzeker een figuur die monotheïsten verbindt. De oorzaak van verdeeldheid is echter dat sommige religies aanvankelijk monotheïsten waren maar polytheïsme praktiseren en intern redetwisten.

In de tekst komen de volgende afkortingen voor:
(s) Sallallāho ‘Alaihi wa sallam: Mogen de vrede en zegeningen van
Allah met hem zijn.
(as) ‘Alaihis salām: Vrede zij met hem.
(ra) Radi-Allāhu ‘Anhu/’anhā /’anhum: Moge Allah welbehagen in
hem/haar hebben.
(rh) Rahmatullāhi ‘Alaihi/’alaihā: Moge Allah zij hem/haar genadig zijn.
(aba) Ayyaduhullāho Ta’ālā bi Nasrihil-’Aziz: Moge Allah de Verhevene,
hem helpen met Zijn machtige Hand/Hul

Bronnenlijst:
[1] https://www.theologie.nl/artikelen/bijbel-en-exegese/de-mensen-van-ibrahim/?utm_campaign=Theologie.nl+2021+week+29&utm_source=kokboekencentrum.nl&utm_medium=email
[2] Review of Religions, October 2003, Vol.98, No.10
[3] Seal of the Prophets – Volume I, blz. 40
[4] Fatḥul-Mughīth Sharḥul-Fiyyatil-Ḥadīth, by Shams-ud-Dīn Muḥammad bin ‘Abdur-Raḥmān AsSakhāwī, Volume 1, p. 288, Bābun fī Ma‘rifati man Tuqabbalu Riwāyatuhū wa man Turaddu, Beirut, Edition (1403 A.H.)
[5] De Heilige Koran, 6:77-80
[6] https://www.alislam.org/quran/view/guide/?region=E51
[7] De Heilige Koran, 6:84
[8] https://www.alislam.org/quran/view/guide/?region=E51
[9] De Heilige Koran, 14:40
[10] https://bieb.islamnu.nl/product/de-twee-zonen-van-abraham/
[11] ‘Was het Profeet Ismaël(as) of Profeet Isaäk(as) die op het punt stond geofferd te worden in een droom van de Profeet Abraham(as)?’ Dit artikel kunt u vinden door op deze link te klikken: https://bieb.islamnu.nl/product/de-twee-zonen-van-abraham/. Oorspronkelijke bronnen: Uitgebreide uitleg over de Heilige Koran: 37:100-114; The Holy Quran with English Translation & Commentary by Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad; Volume 1; Pagina’s 2697 t/m 2700; https://www.alislam.org/quran/view/?page=2697&region=E54. Vertaald door Ahmad Said Ikhlaf. Zie ook: https://www.alislam.org/askislam/question/1135/; 25 Februari 1996 door Hazrat Mirza Tahir Ahmad in The London Mosque
[12] De Heilige Koran, 3:67 – 68
[13] https://www.alislam.org/quran/view/guide/?region=E51