Drie bezwaren en hun antwoorden over de status van de vrouw in Islam

Drie bezwaren en hun antwoorden over de status van de vrouw in Islam

Bezwaar 1: ‘De vrouw dient als een akker voor haar man’

Dit ongegronde bezwaar komen we frequent tegen. Deze bezwaar komt voort uit vers 224 van hoofdstuk 2 uit de Heilige Koran. Laten we het vers analyseren volgens de gehele context:

“Uw vrouwen zijn een akker voor u – komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah en weet, dat gij Hem zult ontmoeten en geef goede tijdingen aan de gelovigen”. (2:225)

In het tweede gedeelte van het vers staat expliciet aangegeven dat men Allah moet vrezen, dat men op een zekere dag Allah zal ontmoeten en zich zal moeten verantwoorden voor zijn daden.

Het vers dat hieraan voorafgaat verklaart:

“En zij vragen u omtrent de menstruatie. Zeg (hun): “Het is iets schadelijks, blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg en gaat niet tot haar in, voordat zij hersteld zijn. Maar wanneer zij zich hebben gereinigd, gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen. Allah bemint hen, die zich tot Hem wenden en zich rein houden”. (2:224)

In dit vers wordt bevolen dat mannen de menstruatieperioden van hun vrouwen dienen te respecteren. Totdat zij hersteld zijn. Allah herhaalt tenslotte dat Allah houdt van degenen die rein zijn, zowel lichamelijk als spiritueel.

In bovengenoemde verzen kan de lezer duidelijk concluderen dat er nergens gesproken wordt over “beploegen”. Het zou de historicus beter sieren als hij de kindermisbruik in bepaalde kerken aan de kaak stelt alvorens hij met halve Koranverzen komt en bezwaren die elke grond missen om zijn vooroordelen verder te willen verspreiden.

Bezwaar 2: ‘De getuigenis van een vrouw is de helft van een man waard’

De aanname dat de getuigenis van een vrouw minder waard is dan die van een man is onjuist. Zowel in het strafrecht als het privaatrecht (burgerlijke recht) is de getuigenis van een vrouw gelijk aan de getuigenis van een man.

Zij die hun echtgenotes beschuldigen en behalve zichzelf geen getuigen hebben, de getuigenis van een van hen zal zijn dat hij viermaal bij God getuigt dat hij iemand is die de waarheid zegt. En de vijfde maal – dat Gods vloek op hem zal rusten als hij een leugenaar is”. (24:7-8)

En als zij viermaal bij God getuigt dat hij een leugenaar is dan weert dat voor haarde bestraffing af. En de vijfde maal – dat Gods toorn op haar zal rusten als hij iemand is die de waarheid zegt”. (24:9-10)

Uit deze twee verzen blijkt dat de vrouw in de Islam in een strafrechtszaak een gelijke positie heeft als de man. Er zijn geen andere verzen in de Koran die dit ontkrachten.

De volgende drie verzen hebben betrekking op het privaatrecht (burgerlijke recht) en in deze gevallen wordt er ook geen verschil gemaakt tussen de getuigenis van een man en een vrouw.

“(…) of scheidt in redelijkheid van haar en laat twee rechtvaardigen uit jullie midden getuige zijn”. (65:3)

“(…) bij jullie moet de getuigenis ten tijde van de testamentaire beschikking wanneer iemand van jullie de dood nabij is bestaan uit twee rechtvaardigen uit jullie midden (…)”. (5:107)

“En toetst de wezen totdat zij de leeftijd hebben om te trouwen … en als jullie hun dan hun bezittingen overhandigen laat er dan getuigen bij aanwezig zijn”. (4:7)

Het volgende vers maakt een uitzondering:

“(…) wanneer jullie met elkaar schuldverbintenissen aangaan tot een vastgestelde termijn (…) en roept twee getuigen op uit het midden van jullie mannen en als er geen twee mannen zijn dan een man en twee vrouwen uit hen die jullie als getuigen aanvaarden zodat als één van hun beiden zich vergist / vergeet / bevooroordeeld is, de ander haar eraan kan herinneren”. (2:283)

Volgens de Heilige Koran is in het geval van het aangaan van een schuld nodig dat er als er geen twee mannen zijn, naast een man twee vrouwen getuigen zijn. Het gaat hier om het moment van waarnemen en niet op het moment van een mogelijke rechtszaak. Eén vrouw getuigt, maar zij kan daarbij ondersteund worden door de andere vrouw als er onzekerheid of gebrek aan vertrouwen is.  Het is mogelijk dat de schuldenaar na verloop van tijd bijvoorbeeld een familierelatie krijgt met één van de vrouwelijke getuigen, waardoor de kans op beïnvloeding groot kan zijn.

Bezwaar 3: De leeftijd van Hadrat Aishara

Volgens alle historici, was Asma de oudere zus van Aisha tien jaar ouder dan haar. Het is gedocumenteerd in Taqreeb al- Tahzeeb en ook in ibn Kathir’s boek, ‘Al-Bidayah wa al-Nihayah’ dat Asma stierf in de 73ste jaar na de migratie (Hijra) van Muhammad (vrede zij met hem) naar Medina toen zij 100 jaar was. Ze was dus 27 of 28 jaar tijdens de Migratie (Hijra). Als Asma 27 of 28 jaar oud was dan moest Aisha 17 of 18 jaar oud zijn geweest rond die tijd. Dus als Aisha getrouwd was in het eerste of het tweede jaar van de migratie (Hijra), dan moest zij tussen de 18 en 20 jaar zijn geweest toen ze trouwde met de Profeet Mohammad (vrede zij met hem).

Aisha zei zelf ook dat het een grote eer was dat zij trouwde met de Profeet Mohammad (vrede zij met hem). Als zij niet met hem trouwde dan zou ze geleefd hebben en gestorven zijn als een gewone vrouw. Ze werd beroemd en verkreeg een speciale bevoorrechte positie vanwege haar huwelijk met de Profeet Mohammad (vrede zij met hem).

De meeste Hadith overleveringen die de leeftijd van 9 jaar noemen werden overlevert door Hisham ibn Urwa terwijl hij in Irak leefde. Aisha zelf zei op een andere gelegenheid dat zij haar exacte leeftijd niet kent.

Er wordt vermeld in een van de meest bekende boeken over het leven en de betrouwbaarheid van de vertellers van de tradities die toegeschreven worden aan de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) dat Yaqub ibn Shaybah zei: “verhalen die verteld zijn door Hisham zijn betrouwbaar, behalve degenen die verteld werden door de bevolking van Irak”. Er wordt verder gezegd dat Malik ibn Anas, een metgezel van de Profeet Mohammad (vrede zij met hem) bezwaar had op de verhalen van Hisham, die vermeld werden door de bevolking van Irak. In een ander boek over de vertellers van de tradities van Profeet Mohammed (vrede zij met hem) wordt vermeldt dat het geheugen van Hisham tijdens zijn ouderdom heel slecht was.

We kunnen zondermeer concluderen dat Profeet Mohammad (vrede zij met hem) één van de meest vrouwvriendelijke personen was in de geschiedenis van de mensheid en zeer zeker geen “fossiele ideeën” had.

Youssef