Interview Hirsch Ballin “Tegen de Stroom”

Interview Hirsch Ballin “Tegen de Stroom”

Voormalig minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, laat in zijn nieuwe boek ‘Tegen de Stroom’ aan de hand van strijdbare namen uit de geschiedenis zien wat politieke moed is. Het is een wake- up call met als doel ons bewust te maken van onze onachtzaamheid of onwil om onrecht en kwaad onder ogen te zien. In het Tv-programma van NPO ‘De Nieuwe Wereld’[1] op zondag 29 mei 2016 sprak Colet van der Ven in een interview met hem over moreel leiderschap, het belang van mensen die tegen de stroom in durven gaan en zijn kijk op het publieke debat in Nederland. Vragen die de revue passeerden waren onder andere: Is verharding noodzakelijk voor een eerlijk debat of is het een teken van verval? Kan er sprake zijn van een wij wanneer de politiek leiders het verschil als leidraad nemen zonder te verbinden? Hirsch Ballin sprak zich uit tegen de verheerlijking van een monoculturele samenleving, waarin nieuwkomers als de vreemde ander worden weggezet.

Hij ging de politiek in, in de jaren ‘90 vlak na de val van de Berlijnse muur. Hij zegt dat men toen in een nieuwe periode terecht kwam: men begon gewenning te krijgen van de vrijheid en het als iets vanzelfsprekends te zien. Hij kreeg een kort fragment te zien van Kamerlid Kuzu van de Partij DENK die in de Tweede Kamer op een uitspraak reageerde van Geert Wilders rondom zijn vermeende uitspraak over een mogelijk verbod op de Islam in Nederland. Een dergelijk verbod zou alle moslims treffen. Hirsch Ballin vindt dat collectiviteit en inclusiviteit belangrijk zijn; dat men niet iedereen over één kam moet scheren.

Hij zei verder dat men het vaak heeft over “criminele Marokkanen” en terroristische bewegingen die zich op de “Islam” beroepen. Hij vindt het generaliseren geen goede ontwikkeling in de maatschappij. Hij vindt echter wel dat bewegingen zoals Daesh (IS) bestreden en aangepakt moeten worden. Hij zegt dat kritiekloos alles aannemen wat men hoort niet juist is. Er zijn namelijk ook goede moslims die religiositeit en medemenselijkheid belangrijk vinden.

Onderscheid kan worden gemaakt op grond van wat een Moslim doet of niet doet, maar niet op grond van collectiviteit waarin ze worden ondergebracht. Dus het over één kam scheren van mensen op basis van de Islam is onrechtvaardig en dat was het waarschuwingsteken dat Hirsch Ballin vermeldt in zijn boek ‘Tegen de Stroom’. Hier ga ik later in dit artikel op in.

Hirsch Ballin vertelt verder dat men in de jaren die aan 2010 voorafgingen geleidelijk onachtzaam werd en er een beweging groeide die zich keerde tegen de Islam en daarmee aan een hele bevolkingsgroep. Het gevoel ontstond dat moslims minder welkom zijn. Men zegt vaak: “Ja, er zijn toch problemen met Marokkaanse criminelen en er zijn toch terroristische bewegingen”. Die zijn er zeker en die moeten aangepakt worden. Tegelijkertijd dienen we altijd voor de geest te houden dat we respect tegenover onze medemensen moeten hebben. Sommigen nemen kritiekloos stigma’s over zoals ‘de Islam’, hierbij moet u zich afvragen wat dit betekent als u dit overneemt terwijl er zoveel Moslims zijn die medemenselijk zijn. Het is een sluipend gedachtegoed dat zich maatschappelijk manifesteert. De oplossing is het besef dat ieder mens respect verdient. Een crimineel en terrorist verdient het natuurlijk aan de andere kant om aangepakt te worden. Dat is evident.

Hirsch Ballin zei verder dat de maatschappij los kan komen van vooroordelen en aannames. Hij gelooft in vertrouwen en hoop. Helaas komt de betekenis van emoties in de interne politiek te weinig ter sprake. Als emoties de overhand krijgen, en dat gebeurt vaak, dan zullen de emoties onze reacties beïnvloeden en bepalen. Hij baseert zich op uitlatingen van de Franse politicoloog en schrijver Dominique Moïsi. Die schreef over de betekenis van emoties in de internationale politiek. Hij is van mening dat het continent Azië leeft in een emotie van hoop en het Midden-Oosten in een emotie van vernedering en Europa in een emotie van angst. Hij noemt deze emoties de dominante kleur, uiteraard niet de enige emoties maar wel die de overhand hebben. Hirsch Ballin is het met deze stelling eens. Het is van belang dat hier rekening mee wordt gehouden in internationale betrekkingen.

Wij zijn in Europa in een cirkel van angst terechtgekomen omdat er in grote Europese steden aanslagen zijn gepleegd. Ik zet daartegenover hoop maar hoop komt niet vanzelf. Hoop is vertrouwen hebben dat het recht aan de orde komt. We moeten ons het vertrouwen niet laten afnemen als gezaghebbers. Echter is recht niet alles, tenzij het gedragen wordt door medemenselijkheid, gevoelens en compassie. “Ik heb als jurist lang gedacht dat recht alles was, maar dat is niet zo. Ook hoop en vertrouwen zijn nodig”, aldus Hirsch Ballin. We moeten geen afbreuk doen aan het vertrouwen dat alleen maar hoop kan geven. De kracht van het recht is als het zich verbindt met solidariteit, compassie en medemenselijkheid. Dat hoop ik een beetje te kunnen voeden door wat er gebeurt zegt hij. We moeten hoop geven aan vluchtelingen die hier komen en niet meedoen aan vooroordelen jegens mensen wegens hun afkomst of religie.

Kortom pleit hij, de heer Hirsch Ballin, er dus voor dat we niet door kritiekloos te zijn zwichten voor de angsten die ons worden aangejaagd. Hij vat het samen in de volgende woorden: “De mate waarin angst een motief is geworden en politici angst kapitaliseren maken deze tijden benard”. In deze context doelt hij op politieke bewegingen zoals de PVV en soortgelijke ultra rechtse partijen in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk.

Hirsch Ballin beweert daarnaast dat we ons bewust moeten zijn dat alle religies, helaas ook het Christendom en het Jodendom en ook de Islam hun fundamentalistische varianten hebben ontwikkeld. Die fundamentalistische varianten hebben anderen bestreden of tot slaaf gemaakt of hebben gruwelijkheden begaan. Hij zegt: “We moeten dankbaar zijn dat dit gezicht van het Christendom en het Jodendom en de mainstream nu anders is. Maar dat geldt ook voor de Islam. De geleerden in de Islam, die hebben veroordeeld dat iemand zich Kalief durft te noemen. En hebben daarover gezegd dat het een ketterij is naar moslim opvattingen”.

Hier begaat Hirsch Ballin wellicht onbedoeld een vergissing. Er zijn een drietal aspecten die hij niet bij het juiste eind heeft. Te weten:

  1. Dat de Islam historisch gezien fundamentalistische varianten heeft ontwikkeld. Dit heeft een deel van de conservatieve orthodoxe moslims gedaan en niet de Islam. Men wil het verschil vaak niet inzien. Terroristen maken misbruik van de Koran door, Koranteksten uit de context te halen en door misinterpretatie, om zo onwetende mensen te hersenspoelen en om hen vervolgens te rekruteren om geopolitieke doeleinden te behalen in het Midden-Oosten. De Islam als godsdienst veroordeelt alle vormen van extremisme. Extremisme heeft geen basis in de Koran, noch in de Sunnah, noch in de Hadith. Extremisten hebben door machtslust en gebrek aan geestelijke inzicht de Koran bewust verkeerd geïnterpreteerd om er politieke doelen mee te behalen. Er wordt vaak onterecht in het maatschappelijk debat beweerd dat de islamitische geschriften de basis vormen van extremisme. Dit ten zeerste onjuist!
  2. Extremisten noemt hij fundamentalisten, terwijl letterlijk gezien een fundamentalist iemand is die de fundamenten van de Islam praktiseert. Een fundamentalist is dus geen extremist.
  3. Hij beweert tevens dat Moslimgeleerden iemand die zich Kalief durft te noemen veroordelen. Dat is waar, alleen wekt dit de suggestie dat het Kalifaat iets negatiefs is. Misschien had Hirsch Ballin er bij kunnen vertellen dat het hier om een politiek en zelfgemaakt Kalifaat gaat. Wellicht is hij niet op de hoogte van het rechtgeleide spirituele Kalifaat, dat zich uitstrekte over een periode van 30 jaar, in de beginjaren van de Islam alom geprezen wordt. Het was een leiderschap dat volgens de principe van rechtvaardigheid handelde. Het bracht het goede in de mens naar voren en vrijheid voor allen, ongeacht of men wel of niet gelooft en ongeacht welke geloof men aanhing. Dit geestelijke leiderschap leefde volgens het regeermodel waarnaar de Heilige Profeet Mohammad (vrede zij met hem) handelde in Medina. Uit studie en observatie blijkt dat dit spirituele Kalifaat hersteld is door de Ahmadiyya Moslim Djamaat en bestaat al 108 jaar. Haar motto is: ‘Liefde voor iedereen, haat voor niemand’[2]. De huidige en Vijfde Kalief, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Djamaat, is de leidende moslim figuur in het bevorderen van vrede en interreligieuze harmonie in de wereld. Door middel van zijn preken, lezingen, boeken en persoonlijke ontmoetingen heeft hij voortdurend gepleit voor de aanbidding van de Almachtige God en het dienen van de mensheid. Hij heeft ook voortdurend gepleit voor het vestigen van de universele rechten van de mens, een rechtvaardige samenleving en scheiding tussen religie en staat. Sinds zijn verkiezing als Kalief, leidde hij een wereldwijde campagne om de vreedzame boodschap van de Islam over te brengen. In 2004 lanceerde hij de jaarlijkse Nationale Vredessymposium waar gasten uit alle hoeken van de samenleving bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over het bevorderen van vrede en harmonie. Elk jaar trekt het symposium veel dienstdoende ministers, parlementariërs, politici, religieuze leiders en andere hoogwaardigheidsbekleders. In 2009 lanceerde Zijne Heiligheid ook de jaarlijkse ‘Ahmadiyya Moslimprijs voor de Bevordering van de Vrede’; een internationale vredesprijs voor personen of organisaties die een buitengewone toewijding en dienstbaarheid aan de zaak van de vrede en liefdadigheid hebben aangetoond.

Youssef

Voor meer informatie, zie:

www.islamnu.nl

www.moslimsvoorvrede.nl

www.alislam.org

www.khalifaofislam.com

  1. http://www.npo.nl/de-nieuwe-wereld/29-05-2016/VPWON_1257305
  2. http://www.loveforallhatredfornone.org/